maandag 26 oktober 2009

Beleidsnota toerisme en recreatie

Zoals blijkt uit het raadsvoorstel over de parkeernota staat de beleidsnota toerisme en recreatie ook geagendeerd voor de besluitvormende vergadering van 3 november. Er is echter nog geen raadsvoorstel, zodat in ieder geval mij nog niet duidelijk is wat mogelijk wordt besloten. En eigenlijk is dat maar goed ook. De titel die aan de nota is meegegeven luidt: “Toerisme en recreatie, een kwestie van ondernemerschap en samenwerking”. In mijn ogen is dit de sterkste zin van de nota. Dat betekent wel dat besluiten ook gezamenlijk moeten worden genomen. Ik heb niet kunnen terugvinden dat de resultaten van de werkconferentie en de wijze waarop die in de beleidsnota zijn verwerkt teruggekoppeld zijn met de deelnemers aan die conferentie. Voor uitwerking van het voorgestelde beleid is de medewerking van de ondernemers, maar ook wel van bewoners van in het bijzonder de binnenstad noodzakelijk. Het heeft geen zin wanneer de raad besluiten neemt zonder dat de medewerking van andere partijen is verzekerd.

Mijn conclusie: In de voorbereidende vergadering afspreken dat het college op korte termijn samen met de ondernemers concrete besluiten voorbereidt en daar de wijkraad binnenstad bij betrekt. Natuurlijk kunnen daarbij alvast wat boodschappen worden meegegeven. Het punt hoeft dan niet voor de besluitvormende vergadering te worden geagendeerd

Van mijn kant in dat kader wat opmerkingen.

  • Ook de beheerders van historische gebouwen dienen in de voorbereiding te worden betrokken, zoals “kunst in het kerkje” en de beheerders van kerkgebouwen.
    Er wordt in de bijlagen een aantal activiteiten opgesomd, die al lopen of binnenkort zouden moeten starten. Hoe staat het er mee?
  • Is samenstelling en werkwijze van de Stichting Bezoekersmanagement Grave nog bij de tijd?
  • Er zou moeten worden gestreefd naar verblijfsaccommodatie in de binnenstad. Is dat iets voor het “Hart van Grave”?
  • Leerzaam is de mededeling dat wordt getracht een doorstart te maken met de fietspendelboot. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat de voorziening een succes was voor het toerisme. Kennelijk was dat nog niet zo voor de ondernemer. Waarom is niet geprobeerd dit direct op te lossen, bijvoorbeeld door een andere verdeling van kosten. De fietsboot had 10.000 passagiers in 2008. Dat heeft ongetwijfeld geleid tot geld achterlaten in de deelnemende gemeenten. Alle reden dus om een financiële bijdrage vanuit die gemeenten te continueren. Nu is door de gemeentebesturen de stekker er uitgetrokken en dat betekent dat weer van voor af aan zou moeten worden begonnen. Jammer!
  • Over “stekker er uittrekken” gesproken. Bij de feestverlichting doet zxich hetzelfde verschijnsel voor. De gemeente stopt de financiële bijdrage, schrikt van de reactie en gaat daarna praten om de zaak toch door te zetten. Dat lijkt op ad hoc beslissen in plaats van beleidsmatig handelen.

zondag 25 oktober 2009

Huisvestingvisie maatschappelijke voorzieningen: vervolg

Wat ik in mijn vorige blog al vreesde is gebeurd. Op zijn weblog neemt Jacques Leurs al stelling tegen de geopperde variant waarbij oostelijk van de provinciale weg maar 1 complex komt en dus het schoolgebouw in Escharen wordt verlaten. Op zich mag de raad natuurlijk ongeacht de argumenten om "politieke" redenen een bepaaalde oplossing voor een probleem uitsluiten, maar dan moet dat wel van te voren gebeuren. Dan kunnen onderzoekers zich de moeite besparen de voor- en nadelen van zo'n oplossing na te gaan. Dit roept bij mij de vraag op waarom het voorstel om Esterade en de Westhoek te verkopen in de raad nauwelijks is bediscussieerd. Een wijkvoorziening is toch evengoed voor de leefbaarheid van belang? Overigens ben ik benieuwd hoe het daarmee zal gaan. Voordat er -waar dan ook- accommodaties zijn gerealiseerd zal er nog flink wat tijd verlopen. In die tijd zouden de wijkgebouwen nog in gebruik moeten blijven. Ik kan me niet voorstellen dat iemand op zo'n wankele basis een gebouw definitief koopt en laat staan betaalt. En het geld is nodig voor de financiering van het MFC.

zaterdag 24 oktober 2009

Diversen

Er ligt bij de leden van de raad heel wat op tafel. Tijdens de voorbereidende vergadering van 20 oktober werden 3 presentaties gegeven waar de raad iets mee moet. 27 Oktober is er weer een voorbereidende vergadering met op het eerste gezicht zware stukken en dan is er nog de begroting 2010.

Eerst wat commentaar op zaken die niet direct in de beslissende fase verkeren zoals de presentaties:

Kunst in het kerkje. De stichting vraagt medewerking voor uitbreiding van de accommodatie. Gezien de huidige en geplande activiteiten een alleszins redelijk verzoek. Maar….. waar moet het geld vandaan komen? Hopelijk veel van buiten de gemeente. Tijdens de bespreking kwamen al enkele opmerkingen naar voren die toch wel aandacht verdienen. Harrie de Greeff wees op het Multifunctioneel Centrum. Op zich terecht, maar wel aan de late kant. Bij de voorbereiding van dat project hadden de andere culturele activiteiten en accommodaties zoals kerkje, protestantse kerk, Elisabeth en sociëteit al aan de orde moeten komen. Hoe het met de sociëteit is gegaan weten we inmiddels. Nu rest nog of er een verband is tussen de drie kerken. En dat is er in ieder geval tussen de protestantse kerk en het kunstkerkje . De een zoekt activiteiten voor de ruimte en de ander ruimte voor activiteiten. Dan denk je toch hé…? De toekomst van de Elisabeth is onduidelijk gelet op de plannen van het bisdom. Als de kerk minder betekenis krijgt voor de eredienst is er wellicht meer ruimte voor culturele activiteiten. Naar mijn mening alle reden om de problematiek wat breder te bekijken. Misschien zelfs in combinatie met het volgende onderwerp.

Huisvestvestingsvisie maatschappelijke voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen is een nogal ruim begrip. Blijkens de prima presentatie gaat het hier naast onderwijs zelf om nauw aan onderwijs gerelateerde voorzieningen zoals gymnastiek en kinderopvang en om de “wijkgebonden” voorzieningen. Deze raken hun accommodatie kwijt omdat ze worden verkocht om het multifunctioneel centrum te financieren. Kort gezegd het gaat om een heel brede school. De problematiek wordt goed aangepakt. Er is een visie ontwikkeld en er zijn mogelijke oplossingen gezocht en gevonden, vooralsnog zinnig en onzinnig dus niets bij voorbaat afgewezen. Nu moeten de voors en tegens, mogelijkheden en onmogelijkheden van de diverse scenario’s nog op een rijtje worden gezet. Daarna kan een keuze worden gemaakt. Dit riep bij mij de vraag op waarom de presentatie juist nu werd gehouden, nu de scenario’s wel worden genoemd, maar nog niet inhoudelijk beoordeeld kunnen worden. Zo bestaat het gevaar dat er vooringenomenheid en vroegtijdige weerstand ontstaat. Wat mij opviel dat het in ieder geval theoretische scenario: alles bij elkaar al dan niet op het terrein van Sensis (heet het nog zo?) bij voorbaat was afgewezen vanwege de provinciale weg. Natuurlijk is dat een minpunt, maar om daar bij voorbaat niet eens een oplossing voor te zoeken gaat mij wat ver. Ook hier rijst bij mij de vraag of de problematiek niet wat breder aangepakt kan worden. Elders in de provincie is ook samenwerking tussen onderwijs en sportverenigingen succesvol gebleken. De opstelling van Sensis vond ik wat merkwaardig en aarzelend. Het leek wel iets van “wij willen wel, maar we weten niet of we wel kunnen en mogen”.

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Dit onderwerp was van een heel ander karakter. Ook hier een uitstekende presentatie met één maar. Ik vond dat nogal nadrukkelijk werd gewezen op de wettelijke verplichting. De wethouder vond zelfs dat de gemeente wordt “opgezadeld” met verplichtingen. Zo langzamerhand is toch wel duidelijk hoop ik dat water, zowel kwalitatief als kwantitatief, in al zijn aspecten heel belangrijk is voor de samenleving. Daarvoor is een rolverdeling nodig tussen de bestuursorganen als rijk, provincie, waterschappen en gemeenten. En zo’n rolverdeling wordt nu eenmaal vastgelegd in wetten. Nu leek het ook alsof het louter om een financieel probleem gaat. De riolering blijkt in Grave nu redelijk op niveau te zijn, maar het kan beter en zeker op het voor de gemeente nieuwe terrein van het grondwater valt inhoudelijk wel wat te doen.
Het plan moet nog in behandeling worden genomen; er is dus nog redding mogelijk. Daarbij is publieksvoorlichting ook belangrijk.

Het is duidelijk dat de rioolrechten, voortaan rioolheffing geheten, aanzienlijk omhoog gaan. Daarvoor zijn rekensommen gemaakt, maar die zijn rijkelijk voorzien van aannames, waarbij de te verwachten levensduur van de riolering een invloedrijke is. Er is momenteel een flinke financiële buffer en ieder jaar dat je minder uitgeeft dan je van plan was wordt die buffer groter. Ik wil daarom pleiten voor een ander scenario. Nu is een schema opgesteld om over 5 jaar als dit VGRP afloopt kostendekkend te zijn. Ik voorspel dat de buffer dan flink zal zijn opgelopen. Nu hoeven we opvolgende generaties niet op te zadelen met tekorten, maar we hoeven ze ook geen kapitalen te laten erven. Ik zou dus best eens berekend willen zien hoe het zou gaan als je bij voorbeeld mikt op over 10 jaar kostendekkend zijn en die berekening ieder jaar opnieuw te maken. Als je het rekenmodel hebt is dat een fluitje van een cent. Op die manier streef je naar het volmaakte, maar houd je rekening met de werkelijkheid. Bij het volgende VGRP kun je dan bekijken of het nodig is sneller in te halen of dat je rustig kunt blijven volgen. Van hardloopwedstrijden kun je leren dat het verstandig is pas in de laatste ronde te versnellen.

Loswal. De loswal is van de agenda afgevoerd dat het voorstel niet rijp is. Het lijkt mij gewenst dat je een agenda maakt op basis van stukken die wel rijp zijn en niet op basis van “waar zullen we het eens over hebben”. Jacques Leurs was benieuwd naar de hobbels die er nog zijn. In een vorige weblog over dit onderwerp noemde ik er drie:

  • Past dit plan ook in een eindbeeld, waarbij de scheepswerf niet wordt verplaatst? Dit zal niet de zwaarste hobbel zijn.
  • Wat vindt Rijkswaterstaat van het plan. Mijn inschatting is dat dit een flinke hobbel is die ook tijd zal vergen.
  • Het verlies aan parkeerruimte op de loswal zal daadwerkelijk gecompenseerd moeten zijn alvorens je met de uitvoering kunt beginnen. De parkeernota die nu is verschenen doet weinig meer dan de oplossingen vooruitschuiven.

Zo lang deze drie punten niet zijn opgelost is krediet verlenen niet zinvol. De vraag of de loswal met grote dan wel kleine tegels moet worden bestraat is meer van praktische dan van politieke aard.

woensdag 21 oktober 2009

voorbereidende vergadering 20 oktober 2009: eindrapportage nieuwe stadhuis

Deze vergadering was boeiend, vooral door de presentaties die werden gegeven. Deze presentaties gaven geen directe aanleiding tot spoedige besluitvorming. Dat was wel het geval met het laatste agendapunt: de eindrapportage over het nieuwe stadhuis, inclusief fietsenstalling en buitenruimte. Daarom geef ik eerst commentaar op dit voorstel. Op de andere zaken en die voor de extra vergadering 27 oktober staan geagendeerd kom ik later deze week terug. Het is alles bij elkaar nog al wat.

Het is natuurlijk maar wat je van een eindrapportage over een project verwacht, maar dit rapport is weinig meer dan een boekhoudkundige verantwoording. Peter Hendriks begon dan ook met zich af te vragen wat de raad nu nog moest besluiten. Wethouder Bos beaamde dat eigenlijk door te stellen dat alles was afgedekt en dat er toch een pracht stadhuis staat met een minimale overschrijding. Hij zei nog net niet: “wat heb je nog te zeuren?” Vandaar waarschijnlijk dat hij op enkele toch voor de hand liggende vragen het antwoord niet wist.

Het eindrapport roept bij mij een groter aantal vragen op dan door de raadsleden zijn gesteld. Dat komt ook omdat je –zeker tussen de regels door- in het rapport kunt lezen dat het project niet zo rooskleurig is verlopen als in het raadsvoorstel wordt gesuggereerd. Die strubbelingen hebben aanleiding gegeven tot hogere kosten (staat zo in het rapport). Die hogere kosten zijn weliswaar nu gedekt, maar mede daardoor is in de begroting wel minder ruimte ontstaan voor andere zaken.

  • Wat grepen:
    Mijn eerste vraag is waarom dit rapport nu pas wordt aangeboden. In een goed geleid project duurt dit niet zo lang.
  • Het zoek zijn van afspraken of misverstanden daarover is tekenend waarop het project, ook door de gemeente, werd aangestuurd.
  • Er is inderdaad een op het eerste gezicht betrekkelijk geringe overschrijding van de verleende kredieten. Onderweg is er echter nog al een aantal aanvullende kredieten verleend. Het is maar waar je mee vergelijkt. Hier kom ik nog op terug.
  • De vraag of het extra krediet dat door de raad was gelimiteerd tot € 150.000 op een slinkse wijze toch was opgeschroefd door bijdragen uit het rioolfonds en fonds onderhoud wegen kon niet worden beantwoord. Een blik in het raadsvoorstel voor 12 juni 2007 (leve het digitale archief) toont aan dat die bijdragen al eerder waren goedgekeurd door de raad en dus terecht in rekening zijn gebracht. Niets aan de hand in dit geval. Blijft de vraag hoe het mogelijk is dat zo’n redelijk drastische beperking van het budget door de raad geruisloos kon worden verwerkt. Of was maar flink overvraagd om zo voldoende geld te krijgen en de raad tevreden kon zijn over de flinke houding?
  • Een deel van de overschrijding wordt geweten aan “achteraf noodzakelijk gebleken voorzieningen”. Dan mag je de vraag stellen of je die voorzieningen niet had kunnen en moeten worden voorzien. Zeker geldt dat voor klimaatbeheersing. Dit is vrijwel altijd de eerste post waarop voor de uitvoering van een project wordt bezuinigd. En vrijwel altijd moeten er later aanvullende maatregelen worden getroffen. Het zou mij niet verbazen als dit op tactiek berust. Door op klimaatvoorzieningen te bezuinigen kun je andere leuke zaken wel doorzetten en er is geen bestuur dat weigert achteraf verbeteringen in de klimaatvoorziening aan te brengen.
  • “Als gevolg van buiten de invloedsfeer van de gemeente liggende redenen heeft de nieuwbouw van het stadhuis de nodige vertraging opgelopen.” Wat was er nodig aan deze vertraging? Belangrijker is de vraag waarom de gemeente mede moet opdraaien voor de extra kosten. De woonmaatschappij was toch bouwheer. In plaats van een bijdrage in de kosten ligt een schadeclaim wegens te late oplevering meer voor de hand. Wat zegt de overeenkomst tussen woonmaatschappij en gemeente hierover?
  • Dat geldt zeker voor de extra kosten als gevolg van een ingebruikname in februari 2008 in plaats van augustus 2007 (wat ook al veel te laat was). Als je half mei nog volhoudt dat begin augustus wordt verhuisd, terwijl dat uiteindelijk februari 2008 wordt is er wel iets goed mis met de interne informatie over dit project.
  • Hetzelfde geldt voor de prijsstijging als gevolg van de vertraging. Op welke grond konden die bij de gemeente in rekening worden gebracht.
  • De gemeente vond dat diverse kostenposten tot een bedrag van € 210.000 betrekking hadden op bouwaanhorigheden en dus voor rekening van Mooiland Maasland kwamen. Die wilde niet meer dan €113.000 voor haar rekening nemen. En dan gebeurt er iets vreemds. In plaats van dat dit met de woonmaatschappij wordt uitgevochten (met mededeling aan de raad van het eventueel juridisch onderbouwde resultaat) wordt gesteld dat aanvullende bezuinigingen onontkoombaar zijn. Betekent dit dat de gemeente nu voor € 97.000 minder heeft gekregen, maar wel heeft betaald?
  • In het rapport staat een keurig tabelletje waarin staat vermeld wie, wanneer vragen heeft gesteld. Niet staat erbij wat er werd gevraagd en wat het antwoord was. Van een aantal vragen weet ik dat zij gingen over de geleverde kwaliteit. Met name de gevel zou van mindere kwaliteit zijn dan in het bestek was voorgeschreven en waar de gemeente dus recht op had. Echt duidelijke antwoorden zijn er bij mijn weten niet gekomen behalve dan dat alles in goed overleg tussen gemeente en woonmaatschappij was gebeurd. Minder kwaliteit voor hetzelfde geld is synoniem met duurder dan aanvankelijk afgesproken.

Bij het derde bolletje heb ik aangekondigd nog terug te komen op waarmee je het eindresultaat zou moeten vergelijken. Ik begeef me daarbij wat op glad ijs omdat ik indertijd zelf nogal bij dit project was betrokken. Een opmerking over zure druiven ligt dan voor de hand. Gelukkig was Léon Kamps zo vriendelijk een voorzet te geven. Hij merkte op dat hij nog steeds trots was op het besluit van de raad in 2002 om de stadhuisfunctie te verplaatsen naar het complex van de woonmaatschappij. Hij vergelijkt dus het eindresultaat met de verwachting uit 2002. En dat ben ik helemaal met hem eens. Dat had in het rapport moeten gebeuren. Ik vind wel dat er een cijfermatige onderbouwing moet komen van de enthousiaste uitlating van Léon. Maar dan wel compleet. Het voor vernieuwbouw op de huidige plaats nodige bedrag was afgerond ƒ 11.000.000 inclusief BTW en tijdelijke voorzieningen voor huisvesting. Volgens mij, maar dat kan worden nagegaan, was het meubilair nog niet meegerekend. In euro’s komt kwamen de kosten neer op € 5.000.000. Bij de kosten van het nieuwe stadhuis ad € 6.906.000 (grotendeels exclusief BTW en inclusief meubilair) moeten nog worden opgeteld de kosten om het oude stadhuis in bedrijf te houden, huur van artsenpraktijk, projectbureau Koninginnnedijk, huur externe vergaderruimten etc. Het zou mij verbazen als dan nog aangetoond kan worden dat we nu een goedkoper stadhuis hebben dan bij vernieuwbouw.

dinsdag 20 oktober 2009

Feestverlichting

De laatste dagen is er nog al wat te doen over de feestverlichting. De gemeente heeft haar bijdrage ingetrokken en dat was voor Graveon mede aanleiding letterlijk de stekker uit het stopcontact te trekken. En dat vlak voordat de nota toerisme en recreatie verscheen. Reden om eens in die nota te zoeken naar wat de gemeente met feestverlichting wil. Ga maar eens zoeken in liefst 257 pagina's !! Gelukkig is dat in de digitale versie redelijk simpel en zo waar: op pagina 48 wordt vol trots het volgende vermeld:

Feestverlichting centrum en bloembakken
Beiden zijn gerealiseerd.


Bij even doorzoeken bleek dat pagina 48 ook nog op pagina 108,168 en 228 is te vinden!

De vraag is nu wat het college bezielt zomaar de bijdrage in te trekken. Dat is toch regelrecht in strijd met het voorgestane beleid. Kennelijk is er ook geen overleg over geweest met Graveon. Tot slot kun je je afvragen of het geen zaak van de raad is. Wethouder Bos stelt regelmatig dat het budgetrecht aan de raad toebehoort.

Ik ben benieuwd hoe de raad gaat reageren.

dinsdag 13 oktober 2009

Begroting 2010: opmerkingen

In afwachting van de algemene beschouwingen van de diverse partijen geef ik hier alvast wat opmerkingen over zaken in de begroting 2010, die mij zijn opgevallen. Er zijn nog wel meer punten, maar mogelijk worden die vanavond bij de toelichting beantwoord. Wat ik komende dagen wel wil doen is een overzicht maken van zaken die het college nog dit jaar in de raad aan de orde wil of moet stellen. Dat is niet weinig.
  • Het college geeft aan wat er moet gebeuren om weer financieel gezond te worden: bezuinigen op beheerplannen (dus kwaliteit inleveren), ingehuurd personeel en bestaand beleid. Voor mij is ook de vraag belangrijk hoe het zover heeft kunnen komen. Er wordt gewezen op de huidige crisis en de lagere algemene uitkering, maar dat is mij te makkelijk. Ik ben er van overtuigd dat er ook binnen de gemeente oorzaken voor de achteruitgang zijn te vinden. Zoals met projecten de laatste jaren is omgegaan was vragen om problemen.
  • De bezuinigingen hoeven pas in 2010 in te gaan en de OZB gaat maar met een kleine inflatiecorrectie omhoog. Uit het inmiddels verschenen raadvoorstel over het nieuwe “Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan” (VGRP) blijkt dat al met ingang van 2010 een deel van de personeelskosten naar dit plan wordt geschoven. Dat is een besparing op de begroting, maar de burger zal de gevolgen terugvinden in een verhoging van het rioolrecht. Dus toch een lastenverzwaring voor de burger. Ik ben het er op zich wel mee eens dat deze personeelskosten naar het rioolrecht worden overgeheveld, maar de volgorde moet zijn: eerst de beleidsbeslissing en daarna de verwerking in de begroting. Nu gaat het omgekeerd. Het VGRP is gepland voor de decembervergadering.
  • Een soortgelijke ingreep heeft een positief gevolg van € 215.000. Personeelskosten tot dit bedrag worden overgeheveld naad de grondexploitatie. Dat heeft natuurlijk een even groot nadelig gevolg voor die exploitatie. De grondexploitatie komt ook in de decembervergadering aan de orde. (Met al het andere dat dit jaar nog moet worden behandeld kan dat een interessante vergadering worden.) De informatie over de grondexploitatie geeft geen aanleiding tot optimisme.
  • In die grondexploitatie zijn 10 projecten opgenomen. Daarvan heeft de raad er in de kadernota liefst 9 prioriteit gegeven. Daar schiet je echt wat mee op! Blijft natuurlijk de vraag waarom die ene (Hoeve Gassel) minder belangrijk is.
  • In de meerjarenbegroting is er van uitgegaan dat het asielzoekerscentrum in Grave blijft!
  • In mijn allereerste reactie op de begroting merkte ik op dat de brug in Escharen en het parkeerterrein bij de Sprankel niet in de begroting zijn opgenomen. Ik werd er op attent gemaakt dat in juli al was besloten dat de brug zou worden betaald uit het batig saldo van de BURAP 2009-1. Jacques Leurs had dat ook al opgemerkt. Ik was bij die vergadering en et was mij niet opgevallen dat dit besluit was genomen. Ik heb niet meer gehoord dan dat de wethouder opmerkte dat hij wel een manier zag om de kosten te dekken. In de besluitenlijst van de vergadering staat het, dus is het zo. Hert staat wel bij de behandeling van de kadernota en niet bij de besluiten over het BURAP en zonder vermelden van bedragen; heel slordig dus. De manier van doen is ook volkomen fout. Een Burap is een tussentijdse rapportage en geen afrekening met een saldo. Dat de eerste rapportage meevalt wil nog niet zeggen dat de tweede dat ook doet. Als het nou ging om een gering bedrag zou je het risico van een tussentijdse begrotingswijziging zonder nieuwe dekking nog kunnen nemen. Nu gaat de hele positieve uitkomst van de rapportage op aan de brug. Een duidelijk voorbeeld van de huid verkopen voordat de beer is geschoten.
  • Over het parkeerterrein van de Sprankel is in de begroting niets terug te vinden Tijdens de voorbereidende vergadering van 15 september verwees de wethouder naar de begrotingsbehandeling. Dat werd in de raad als een positief resultaat beschouwd. Ik ben benieuwd, zeker naar de bespring die men er tegenover wil zetten. Voor de manier waarop gewoon willekeurig gelden worden vrijgemaakt en andere voorzieningen worden afgewezen heb ik geen goed woord over.
  • In de aanbiedingsbrief wordt een aantal zaken genoemd die wel in de begroting 2010-2013 zijn verwerkt, maar nog niet in de jaarschijf 2010 tot uiting komen. Genoemd wordt daarbij het MFC ad € 144.000 Die kosten staan toch wel in de jaarschijf 2010. Daarmee wordt ook voorbijgegaan aan de opdracht van de raad dit bedrag terug te brengen tot € 91.000. Als de raad consequent is gebeurt dit alsnog en dan is meteen geld gevonden voor het parkeerterrein bij Jumbo en Sprankel.

Tot zover, wordt waarschijnlijk vervolgd.

maandag 5 oktober 2009

Begroting 2010 gevolg voor verkiezingsprogramma's

De begroting 2010 is voor iedereen beschikbaar via de website of internet. Ik heb een hoop commentaar op de communicatie van het gemeentebestuur, maar wanneer stukken eenmaal verschijnen zijn ze ook goed bereikbaar.

Een eerste conclusie is dat de verkiezingsprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010 zullen moeten beginnen met: "Er moet direct worden begonnen met het zoeken naar € 700.000 besparingen". In mijn reactie op de aankondiging van Jacques Leurs over de begroting veronderstelde ik dat die bezuinigingen nog door deze raad zouden moeten worden gevonden. Uit de aanbiedingsbrief is mij echter gebleken dat die operatie pas nodig is voor de kadernota en begroting 2011. Ik vrees dat de programmacommissies, die natuurlijk al lang bezig zijn andere ideeën hebben over de opzet van hun verkiezingsprogramma

De behandeling van de begroting 2010 wordt daarmee een stuk makkelijker; er hoeft nog niet te worden gesneden en er is geen ruimte voor nieuwe leuke dingen, behalve de paar die ik vorige keer al noemde. Waar moet je dan nog over discussieren? Misschien dat op incidentele basis nog wat ruimte kan worden gevonden voor de brug in Escharen en het parkeerterrein bij de Sprankel.

Het is trouwens maar goed dat er geen zware begrotingsbehandeling is te verwachten, want er is weinig tijd voor uitgetrokken. Het college verwacht ook niet veel problemen te zullen hebben met de algemene beschouwingen, die op donderdag 29 oktober ingeleverd moeten zijn. Dinsdag 3 november zijn ambtenaren en college al klaar met de reactie. Aan de andere kant hebben de raadsleden ook niet veel tijd nodig om daar weer op te reageren. De meeste tijd is beschikbaar voor het versturen van de repliek aan de raad. Die wordt pas op vrijdag 6 november toegestuurd en dan moet de raad op dinsdag 10 november de begroting behandelen en vaststellen. Van overleg met geïnteresseerde burgers is dus geen tijd. Waarom de algemene beschouwingen pas op vrijdag 4 november worden verspreid snap ik niet. Dat kan toch direct na binnenkomst op 29 oktober. Ik hoop nu maar dat de fracties zelf hun inbreng direct publiceren, tenzij men natuurlijk geen prijs stelt op commentaar, bijvoorbeeld van mij.

vrijdag 2 oktober 2009

Begroting 2010: eerste opmerkingen

De begroting 2010 is uit. Jacques Leurs heeft zijn eerste indrukken al gegeven. Zelf heb ik er nog geen kennis van kunnen nemen. Op de site van de gemeente was nog niets te vinden. De opmerkingen van Jacques zijn echter al voldoende om wat aandachtspunten te signaleren.

Dat de begroting sluitend is zegt niet veel. Dat is een voorschrift. Dat hij sluitend is komt omdat er € 500.000 wordt bezuinigd op beheerprogramma’s. Nu beschrijven beheerprogramma’s activiteiten die nodig zijn om de betreffende voorziening langdurig in stand te houden. Voor die activiteiten is geld nodig. Daarvoor wordt dan jaarlijks een vast bedrag in de begroting opgenomen. Als je voor al die beheerprogramma’s nu minder geld beschikbaar stelt, zul je daarvoor ook minder kunnen doen. Bezuinigen op beheerprogramma’s betekent dus dat je die beheerprogramma’s opnieuw moet vaststellen. Nu is het grote gevaar dat je de eerste jaren net kunt doen of er niets aan de hand is, maar dan kom je over een paar jaar gruwelijk in de nesten. Zo’n gedrag lijkt erg veel op de wijze waarop de huidige financiële crisis is ontstaan: geld uitgeven dat je eigenlijk niet hebt.

Daarnaast moet op bestaand beleid ook nog € 100.000 structureel worden bezuinigd. Waar en met welke gevolgen?

Een volgende 100.000 euro’s worden gevonden door minder externe krachten in te huren. Nu zijn die mensen niet ingehuurd om rond te wandelen, maar om iets –en dan veelal specialistisch- werk te doen. Dat kan straks niet meer. Hoe wordt dat opgevangen?

Alles bij elkaar moet er € 700.000 worden gevonden om de begroting sluitend te krijgen. Daarvan is € 320.000 nodig om nieuwe zaken te financieren, opgenomen op basis van eerder genomen raadsbesluiten. Een manier van doen waar ik wel bezwaar tegen heb. Bij voortzetting van het huidige beleid zou dan een tekort van € 380.000 zijn ontstaan. Daarbij ga ik er vanuit dat er nu geen greep in de reserves wordt gedaan om de begroting sluitend te krijgen.

Blijkbaar moet voor de WMO meer geld worden uitgetrokken dan eerst aangenomen. Dat soort dingen gebeuren en kun je geen nieuw beleid noemen. Wel mag je nu aannemen dat die € 100.000 bezuiniging bestaand beleid niet uit de WMO zal komen.

Voor het MultiFunctioneel Centrum is € 144.000 extra opgenomen. Stilzwijgend wordt daarmee voorbij gegaan aan de opdracht van de raad dit bedrag terug te brengen tot € 91.000.

Tijdens de laatste informatie over de loswal werd nogal geheimzinnig gedaan over de kosten. Die geheimzinnigheid is nu weg. Aan het voorstel om een jaarlast van € 26.000 op te nemen ligt nog geen raadsbesluit ten grondslag. In theorie zou de raad deze voorziening nog kunnen afwegen tegen andere, of in vermindering brengen van de bezuinigingen. Kennelijk is dit een dwingende eis van de LPG geweest bij het toetreden van de coalitie. Overigens de verbetering van de loswal ook bij mij hoog. Wel wil ik het eindresultaat zien bij handhaven van de scheepswerf op de huidige plaats.

Volgens Jacques heeft de raad besloten de kosten van de brug over de Raam ten laste van het batig saldo te brengen van de Burap. Hoe dat kan begrijp ijk niet. Een burap is een tussentijdse rapportage om te bezien in hoeverre de begroting nog van kracht is. Buraps worden uiteindelijk verwerkt in begroting en jaarrekening. Met het verschijnen van deze begroting zijn voorgaande buraps achterhaald. Er is dus geen saldo en dus vooralsnog geen geld. Verdwijnt de parkeervoorziening bij de Sprankel nu weer geruisloos uit het beeld?

Op andere zaken kom ik wel terug als ik de begroting heb gelezen.

maandag 28 september 2009

projectbesluit Mariëndaal

In zijn weblog maakte Jacques Leurs gewag van een besluit in de B&W-besluitenlijst van 15 september. Mij viel in die lijst een ander besluit op nl. dat over het verlenen van een projectbesluit inzake Mariëndaal. Aan dat besluit is voor een bedrag van € 278.617 aan leges verbonden. Dat is een leuk bedrag aan inkomsten. In het besluit staat ook vermeld dat die leges pas zullen worden geïnd als het bestemmingsplan is aangepast. Een gevraagd voorschot van € 220.000 wordt terugbetaald. Dit is op grond van bepalingen in de nieuwe wet RO die sinds 1 juli 2008 van kracht is. Wat er niet bij staat is dat volgens diezelfde wet de leges volledig vervallen als de bestemmingsplanwijziging niet binnen 1,5 jaar door de raad is vastgesteld. En dat geldt voor alle plannen waarvoo een projectbesluit nodig is, zoals de binnenstad. Er staat dus een flinke boete op het niet tijdig gereed hebben van bestemmingsplannen. Iets voor de raad om goed in de gaten te houden.

donderdag 24 september 2009

Besluitvormende vergadering 22 september 2009

De wereld en speciaal Grave zullen als gevolg van deze vergadering weinig veranderen. Soms denk ik dat de raadsleden beter samen naar een therapiesessie kunnen gaan dan een raadsvergadering houden. In het inmiddels donkergrijze verleden kende de gemeenteraad de sherrykuur als middel om plooien glad te strijken.
Op de agenda van een besluitvormende vergadering staan A en B stukken. Het is de bedoeling dat over A-stukken niets meer wordt gevraagd en niet wordt gediscussieerd. Dat weerhield fracties niet om toch vragen te stellen over de wijziging van het bestemmingsplan buitengebied en opheffen van de provinciale welstandszorg. Die vragen hadden geen invloed op het besluit en hadden net zo goed of beter in de voorbereidende vergadering aan de orde kunnen komen. Achteraf is mij gebleken dat in Grave, tegen de bedoeling van het dualisme in, de wethouders hun voorstellen toch in de raad mogen verdedigen. Dat belemmert wel de inhoudelijke discussie tussen de fracties. Nu heeft de raad van Grave zo te zien meer behoefte aan onderling gekissebis dan aan inhoudelijke discussie. Veel verschil met het verleden is er niet. Toen is het ook nooit gelukt te voorkomen dat de raadsvergadering voor een deel een herhaling werd van de commissievergaderingen.

Ik blijf van mening dat wethouders bij de besluitvormende vergadering niet aanwezig mogen zijn. Behalve natuurlijk als zij zelf onderwerp van gesprek zijn en dat was deze keer het geval. Wethouder Opsteegh begon de discussie met ruiterlijk te erkennen dat hij niet slim had gehandeld en bood excuses aan. Daarmee was de angel er natuurlijk uit. Een paar fracties uit de oppositie probeerden nog wel de aanval op de wethouder voort te zetten, maar gelukkig gingen de meeste fracties snel over naar de vraag of de raad van Grave wel verstandig omgaat met vertrouwelijkheid. Nee dus. Het heeft geen zin iets in het geheim te bespreken, terwijl het onderwerp door even te googlen in alle aspecten op het beeldscherm verschijnt zoals Koevoets aantoonde. Het is dan ook goed dat daar -en hopelijk op niet al te lange termijn- een discussie aan wordt gewijd. Een vorige maal heb ik al betoogd dat vertrouwelijke raadsvergaderingen uitzondering moeten zijn. Dat bereik je niet door vertrouwelijke vergaderingen te boycotten. Verbeteren doe je van binnen uit. In dit geval was de boycot zelfs ironisch. Want als er één zinvolle vorm van een vertrouwelijke vergadering is, is het wel die waarin vertrouwelijkheid wordt opgeheven. En dat was hier het geval. Gelukkig is de vertrouwelijkheid over de wensen van de Raad voor de ontwikkeling van het “Hart van Grave” nu opgeheven en mag een raadslid rustig zeggen of hij of zij het carillon wil handhaven om maar iets te noemen. Nu ik over die lijst van uitgangspunten beschik bleek mij weer dat alleen de raadsleden van die vertrouwelijkheid last zullen hebben gehad. Daar stond nu echt niets nieuws in.

Ik heb het pand verlaten alvorens de andere punten uit de vertrouwelijke vergadering aan de orde kwamen.

donderdag 17 september 2009

Voorbereidende vergadering 19 september 2009

Deze vergadering stonden vooral het AZC en de loswal in de schijnwerper. Over die onderwerpen is een apart artikel gewijd. Er was nog een drietal zaken die mij opvielen. daarover hier mijn commentaar.

Spreekrecht

Een vertegenwoordiger van de wijkraad vroeg aandacht voor de parkeerplaats bij de Sprankel en Jumbo. Al eerder heb ik hier aandacht aan besteed. Ik constateerde daarin dat deze verbetering kan worden beschouwd als een noodzakelijk gevolg van de uitvoering van eerdere werkzaamheden. Het college kan daarom direct tot uitvoering overgaan. De kosten worden ten laste van dat project gebracht. Dat leidt waarschijnlijk tot een overschrijding van het budget van dat project en daar zal het college verantwoording over moeten afleggen en dat is wel even moeilijk. Deze benadering is binnen college en raad kennelijk niet in overweging genomen. Er kwam nu uit dat het plan wel uitvoeringsgereed is en dat er nu subsidie is aangevraagd, maar dat de raad geld beschikbaar moet stellen voordat de verbetering kan worden uitgevoerd. Jacques Leurs vond in zijn weblog dat de wijkraad met het pleidooi een succes boekte. Mijn idee is dat de wijkraad weer met een kluitje in het riet werd gestuurd. Dat de raad geld beschikbaar moet stellen is geen nieuws. Zoals de wethouder zelf al stelde is dat juist de taak van de raad en dat moet nu bij de begrotingsbehandeling gebeuren. Daarmee ben ik meteen bij het volgende aspect.

Financiële zaken

Op de vraag naar de kosten van de loswal werd ontwijkend geantwoord. Toch zal de raad moeten weten hoeveel geld er beschikbaar moet worden gesteld. Hier wreekt zich weer het feit dat de raad geen duidelijke kadernota heeft vastgesteld. Daarin had een lijst van uit te voeren projecten kunnen zijn opgenomen met een totaal beschikbaar budget (nu is er slechts een lijst met projecten waar geen geld voor is). Dat past ook in de taak van de raad om te besturen op hoofdlijnen en de details aan het college over te laten. Het door wethouder Bos aangedragen probleem dat door nu de kosten van de loswal bekend te maken de aanbesteding wordt gefrustreerd zou dan niet aan de orde zijn. Overigens kun je bij de opmerking van de wethouder ook nog wel wat kanttekeningen zetten. Allereerst kun je in de kredietaanvrage zorgen voor een verschil tussen budget en raming van de aanneemsom. In het verleden was het voorzichtig zijn met ramingen gebruikelijk omdat inschrijvers veelal overleg pleegden alvorens in te schrijven. Tegenwoordig mag dat niet meer en daarmee is die noodzaak weg. Als de opdrachtgever zorgt voor een goede raming kan die zelfs als maximum worden beschouwd en is bekend zijn van dat bedrag juist een voordeel. En laat dat nu net de methode zijn die wordt gevolgd bij de aanbesteding in het kader van de WMO die ook nog even ter sprake kwam. In de voorwaarden wordt een maximum inschrijvingsbedrag genoemd! Overigens moet die aanbesteding nog plaatsvinden. Uit de opmerking van wethouder Opsteegh dat de inschrijving in het Land van Cuijk niet beneden de kostprijs lag in tegenstelling tot die elders had ik begrepen dat de aanbesteding al had plaats gevonden.

Zoals hierboven vermeld vindt de discussie over het beschikbaar stellen van geld voor de parkeerplaats bij de Sprankel plaats in het kader van de begroting. Datzelfde geldt voor de brug in Escharen en de loswal en wie weet voor welke andere zaken. Dat zou niet zo erg zijn als de begroting zou gaan over het verdelen van beschikbare gelden. Dan kun je nieuwe zaken aanpakken zonder oude te stoppen. Helaas heeft de wethouder al laten doorschemeren – zeg maar gerust luidkeels verkondigd- dat de begrotingsbehandeling vooral moet gaan over bezuinigingen, schrappen van uitgaven dus. En dan is beginnen met het aandragen van nieuwe projecten die om nieuw geld vragen niet zo’n leuke start.
De begrotingsbehandeling zal daarom dan ook veel voorbereiding vragen van de fracties en daarvoor moeten ze de gegevens tijdig hebben om via overleg met de achterban prioriteiten te kunnen stellen. En dat brengt me bij het derde onderwerp.

Communicatie

Opvallend was dat noch bij de bespreking van de loswal noch bij die van een toekomstig AZC publieksvoorlichting ter sprake kwam. En dat mag in de huidige tijd en gelet op de uitspraken van raad en college toch merkwaardig worden genoemd. Daarnaast is herhaaldelijk sprake van communicatiestoringen: bij het MFC zelfs zodanig dat het bestuur van Quadrant is afgetreden. Ook deze vergadering moest excuus aan het participatieplatform worden aangeboden omdat het niet was geïnformeerd over de aanbesteding.
Ook de wijze waarop burgers invloed uit kunnen oefenen op raadsbeslissingen is verre van optimaal. Dat heeft te maken met de planning van de raadswerkzaamheden die inbreng via de politieke partijen nagenoeg onmogelijk maakt.
Het spreekrecht bij raadsvergaderingen is ook sterk beperkt. De beschikbare tijd is daarin vanzelf zeer beperkt en de inbreng blijft beperkt tot een betoog en beantwoorden van mogelijke vragen. Een gesprek met de raad kun je dit noemen. Wat dat betreft was de situatie met de commissies uit het verleden beter. Belanghebbenden konden in de commissie meepraten. De huidige voorbereidende vergadering is niets meer dan drie commissievergaderingen op één avond inclusief de stoelendans als afscheiding tussen onderwerpen. Dat spaart twee avonden en dan is er natuurlijk weinig tijd voor inbreng van buiten.

Deze vergadering viel mij ook op dat het omgaan met raadsvragen ook bijzonder geheimzinnig is op het vertrouwelijke af. Er werd meegedeeld dat er schriftelijke raadsvragen waren en dat die schriftelijk beantwoord worden. Dat gaat dus helemaal aan het publiek voorbij. In het verleden waren raadsvragen dingen waarmee een fractie zich kon profileren en kon je er via de pers kennis van nemen. Nu is de site van Jacques Leurs de enige bron. Het zou een idee zijn raadsvragen op de site van de gemeente te publiceren en dan met de antwoorden erbij. Dan kun je ook zien of vragen ook altijd worden beantwoord.

Toch kun je niet zeggen dat de gemeente niet wil communiceren. Het project “Gast van de Raad” is een succes waar de burgemeester terecht trots op is. Dat moet gewoon blijven. Het lijkt wel dat communicatie als zelfstandig project prima verloopt, maar dat communicatie binnen andere disciplines steeds minder belangrijk wordt. Iets voor de verbetering van de organisatie. Ook de raad heeft daar helaas weinig oog voor.

Voorbereidende vergadering 19-09-2009, Eerste fase loswal.

Na een presentatie aan de raad van plannen voor het gehele waterfront van Grave, volgde nu een uitwerking voor de loswal en directe omgeving. Het ziet er niet gek uit. Simpel, geen overbodige luxe en functioneel. Wat dat betreft snel naar de volgende stap. De loswal is een belangrijke entree van de stad en die ziet er nu niet uit. Toch heb ik een aantal opmerkingen:

  • Het plan moet in 2 stappen worden uitgevoerd. Het ontwerp gaat namelijk uit van het verdwijnen van de scheepswerf. De eerste fase bestaat uit werken die in de huidige situatie kunnen worden wordt uitgevoerd en passen in het bestemmingsplan. Aan de gang dus. En dat is de vraag die op korte termijn aan de raad zal worden gesteld. Toch was de opmerking van Léon Kamps terecht of niet eerst zou moeten worden beslist over de totaal visie. Als de raad daar nu niets over zegt zou je kunnen denken dat de raad al heeft besloten tot het in ieder geval op die plek laten verdwijnen van de scheepswerf. Dat lijkt mij wat voorbarig. Een alternatief plan voor de loswal met handhaving van de scheepswerf is daarom nodig om te kunnen beoordelen of deze eerste fase ook daarin past. Overigens ben ik daar niet bang voor.
  • Volgens het duale stelsel moet de raad zich uitspreken over hoofdlijnen en zich niet bemoeien met details. Nu kun je twisten over de vraag wat details zijn, maar de keuze van de grootte van tegels is in mijn ogen een detailkwestie. Bovendien zijn er nog een hoop technische aspecten die invloed hebben op die keuze. Wel ter zake is de opmerking dat de loswal prettig toegankelijk moet zijn voor iedereen, dus geen kinderkopjes zoals in de straten.
  • Ik vond het merkwaardig te horen dat pas nu met Rijkswaterstaat wordt gepraat. Logisch zou zijn geweest dat aan deze beheerder van de Maas van te voren zou zijn gevraagd wat de randvoorwaarden zijn. En het zou mij niet verbazen als de steiger tot problemen gaat leiden. Het huidige beleid is dat zo’n constructie voor een hoogwaterperiode moet zijn verwijderd en dan wordt gevraagd die steiger voor 1 november weg te halen. Waar blijf je dan met dat ding. Als je de steiger toch zou mogen laten liggen moeten de meerpalen op zijn minst tot de hoogte van de kademuur reiken. Anders drijven de steigers misschien weg. Dan is wel de vraag naar vlaggenmasten opgelost. De architect deed wat luchtig over het voorkomen van hoogwaterperioden: eens per enkele jaren. De verwachting is dat het aantal extreme afvoeren van de Maas, zowel hoog als laag gaat toenemen. Dit is ook een punt van overweging bij de keuze van het verhardingsmateriaal.
  • Het parkeren op de loswal is bij uitvoering van dit werk afgelopen! Dat werd afgedaan met de mededeling dat er wel een tijdelijke parkeergelegenheid komt op het Wisseveld of aan de Koninginnedijk aansluitend aan de woningen. Ik ben benieuwd hoe de scheepswerf daar over denkt. Tijdelijke voorzieningen, in afwachting van definitieve zijn per definitie weggegooid geld en moeten dan ook zoveel mogelijk worden vermeden. De raad zou deze vergadering over het parkeerplan hebben moeten praten. Geen raadslid heeft gevraagd waarom dat is uitgesteld, of het moet zijn in de schriftelijke vragen.
  • Alles staat of valt natuurlijk met het beschikbaar zijn van geld voor de uitvoering. Dat is er nog niet. Vragen naar de hoeveelheid geld die nodig is werden afgedaan met een beroep op vertrouwelijkheid van dat soort gegevens. Nu is er verschil tussen budget en aanneemsom. Het is best mogelijk een budget aan te vragen zonder de raming van de aanneemsom prijs te geven, als je dat al zou willen. Ik kom daar nog op terug. Ook deze kwestie zal wel naar de begrotingsbehandeling worden verwezen. Dat kan leuk worden.
  • Er werd weer een subsidieworst voorgehouden. Het is wel gewenst dat daar bij de behandeling van het budget in de raad zekerheid over bestaat, anders mag je daar geen rekening mee houden. Overigens is het ophogen van de loswal nodig omdat Rijkswaterstaat het Maaspeil gaat opzetten. Een bijdrage van het rijk in de kosten ligt dan ook in de rede. Je moet dan wel praten over ophogen en niet over uitvlakken.
  • Geen woord werd gewijd aan informatie van de bevolking over dit plan. Ik ben er van overtuigd dat heel wat Gravenaren zo hun ideeën hebben over hoe de loswal er uit moet komen te zien. En dan kun je daar beter van te voren over praten. Maak de mensen maar enthousiast voordat met de uitvoering wordt begonnen. Over communicatie kom ik naar aanleiding van deze vergadering nog terug.

woensdag 16 september 2009

Voorbereidende vergadering 19 september 2009. Presentatie COA

Veel duidelijkheid gaf de presentatie van het COA niet. Dat werd wat beter door de vragen vanuit de raad. Uiteindelijk werd afgesproken dat het presidium binnenkort (en dat zal wel de volgende vergadering zijn) een debat zal wijden aan de vraag of het COA in Grave mag blijven, en zo ja hoelang, in welke vorm en waar. Dat is een goede zaak, maar het lijkt mij verstandig van te voren alvast een aantal vragen door het COA te laten beantwoorden en van gemeentewege te laten uitzoeken.

  • Hier alvast wat suggesties van mijn kant.
    Op een vraag om hoeveel plaatsen het gaat antwoordde de directeur van het COA dat een AZC pas “rendabel” is bij 400 plaatsen. Een interessante informatie, maar geen antwoord op de vraag. Ze noemde ook een centrum met 2000 plaatsen. Dat is voor het COA natuurlijk financieel gunstiger. Gevraagd moet worden, hoeveel plaatsen het COA in Grave wil hebben. Aangezien het voor de hand ligt dat het COA, gezien de problemen die men heeft, zal antwoorden met “hoe meer hoe liever” zal Grave zelf daar ook een idee over moeten hebben. Geen eenvoudige zaak.
  • Er was een woordenspel over uitzetcentrum, vertrekcentrum of terugkeercentrum. Hoe je het noemt, het gaat over asielzoekers die niet mogen blijven. De achtergrond van deze discussie is natuurlijk dat het belangrijk is te weten wat de asielzoekers gaan doen. Als zij geen zinvolle bezigheden hebben is de stap naar zinloze of schadelijke bezigheden niet groot. Nu is het landelijk beleid wat dat betreft niet hoopvol. Aan het COA moet dus worden gevraagd, hoe het leven in een nieuw AZC eruit gaat zien.
  • De directeur merkte nog op dat de staatssecretaris geen categorale AZC’s meer wil, maar blijvers en niet-blijvers in hetzelfde centrum wil huisvesten. Dat lijkt mij een moeilijke zaak. Niet-blijvers hebben minder voorzieningen dan blijvers. Die in één centrum laten wonen lijkt mij een bron van problemen. Hier mag ook wel wat nadere informatie van het COA over komen.
  • Het COA gaf te kennen dat de deur van het huidige centrum in oktober 2010 dicht gaat. Een nieuw centrum is voor die tijd gegarandeerd niet gereed. Betekent het sluiten dat de bewoners dan tijdelijk elders worden ondergebracht? Waarom dan niet definitief is een voor de hand liggende vraag. Het zou mij niet verbazen dat het COA als de gemeente Grave wil meewerken aan een nieuw centrum zal vragen het huidige centrum nog een tijdje te mogen gebruiken.
  • Het huidige centrum is eigendom van het COA. Herbestemmen is dus een probleem van het rijk. De gemeente moet over de nieuwe bestemming wel een oordeel hebben, maar ze hoeft niet actief mee te zoeken. Heeft het rijk al ideeën daarover?

Van gemeenteweg zou voor het debat in de volgende informatie moeten worden voorzien:

  • De gemeente zal zelf voor het debat een inzicht in de mogelijke vestigingsplaatsen moeten hebben. Als er nergens plaats is heeft de discussie geen zin. Het Wisseveld is al genoemd. Kamps noemde al een alternatief zonder de naam te noemen, maar hij bedoelde Mariëndaal. Er zijn er meer, natuurlijk met voor en veel tegens. In Gassel is onlangs nog gevraag naar mogelijkheden om woningen te bouwen.
  • Daarom is de vraag aan welke bestemming de gemeente denkt als de asielzoekers gaan verdwijnen nu al belangrijk. Het COA noemde “zorgwoningen” als mogelijkheid. Heeft Grave na het tot stand komen van het nieuwe Maaszicht daar nog behoefte aan?
  • Om te kunnen beoordelen of het Wisseveld geschikt is zal de gemeente toch een idee moeten hebben hoe het Wisseveld er uiteindelijk uit komt te zien; een masterplan dus. Het gevaar van ad hoc beslissingen is dat het Wisseveld een allegaartje wordt.
  • En tot slot en heel belangrijk is de vraag hoe en wanneer over deze problematiek met de bevolking wordt gecommuniceerd. Nu al aannemen dat het Wisseveld niet zal worden geaccepteerd, zoals Jacques Leurs op zijn website voorstelt vind ik voorbarig.
  • De omgekeerde Wildersvraag niet wat kost het, maar wat levert het op is wel interessant maar althans voor mij niet doorslaggevend.

Kortom het voorbereiden van het debat in de raad vereist een gedegen voorbereiding.



Monumentenweekend reactie Graeft Voort.

De heer Jan Timmermans stuurde mij namens Graeft Voort onderstaande reactie:


De heer De Vreede steekt niet onder stoelen of banken dat hij ontevreden
Is over de invulling van het monumentenweekend in Grave, te meer dat het
Thema “op de kaart zetten” voor Grave een goede kans is om aan naamsbekendheid
te doen.

Over het algemeen onderbouwt de heer De Vreede zijn opvattingen, ongeacht
Of men het daarmee eens is of niet, maar daar heeft hij deze keer op enkele
punten blijkbaar geen tijd voor gehad. Op welke punten?

“Het historisch stadhuis, toch een belangrijk monument, bleef gesloten.
Het was zelfs teveel moeite de vlag uit te steken”. Bij een korte navraag
had hij kunnen weten dat al het meubilair, vaandels, historische prenten etc.
uit het stadhuis zijn verwijderd en dat zelfs de deuren naar de trouwzaal
zijn verwijderd. Dit alles ter bescherming van het meubilair, omdat alle
energievoorzieningen zijn afgesloten vanwege een toekomstige verbouwing.
Of je dan met het uithangen van een vlag een aardig compromis weet te
bereiken, trekt ik sterk in twijfel.

“Natuurlijk kost het open houden van museum en VVV moeite en inzet vooral
van vrijwilligers. Waarom lukt dat de kerken wel en anderen die zich op
dit terrein bewegen niet?” Sprekend voor het Graafs Museum kan ik met
zekerheid stellen dat moeite en inzet van vrijwilligers voor het museum
nooit een punt van discussie is geweest om met het Monumentenweekend
geopend te zijn. Als de heer De Vreede de kranten goed had gelezen, dan had hij
kunnen weten dat het Graafs Museum eind augustus een uiterst succesvolle
tentoonstelling heeft afgesloten over 150 jaar blindenwezen en dat de
vrijwilligers van het Graafs Museum meteen daarna druk in de weer waren om
een nieuwe tentoonstelling op te zetten over de bevrijding van Grave, die
op 17 september geopend zal worden. Dan kunnen de veteranen, Graafse
reünisten en andere bezoekers aan de 65e Bevrijdingsdag die naar Grave een kijkje
nemen in het Graafs Museum.

Het zou een aanfluiting zijn geweest om tijdens het monumentenweekend de
deuren van het museum te openen, omdat er toen nog hard gewerkt werd aan
de nieuwe tentoonstelling. Of had het Graafs Museum met het uitsteken van een
vlag mogelijk een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het monumentenweekend?



Het moge duidelijk zijn dat die vrijwilligers van het Graafs Museum zich met veel enthousiasme en met inlevering van veel vrije tijd inzetten om aansprekende tentoonstellingen over de Graafse geschiedenis op te zetten.
Zo wisten in enkele weken tijd zo?n 1200 bezoekers uit alle delen van
Nederland de weg te vinden naar Grave en het Graafs Museum om de tentoonstelling
Over het blindenwezen te bezoeken.

Deze bezoekers hebben ons te kennen gegeven dat zij zeker nog terug komen
naar Grave om de stad nog eens goed te bekijken en de gezellige sfeer te
proeven.
Om nu het museum eenvoudig neer te zetten zoals in het commentaar van 14
september j.l. is wel al te gemakkelijk en vraagt op zijn minst om een
geduchte nuancering.



Jan Timmermans

Stichting Graeft Voort.

Mijn antwoord hierop.

In mijn commentaar op het monumentenweekend heb ik onrecht gedaan aan het vele werk dat door de vrijwilligers van Graeft Voort wordt gedaan en dat was geenszins de bedoeling; mijn excuses daarvoor. Je mag rustig stellen dat het “inhoud geven aan het cultuur-historisch beleid” in Grave voor een heel groot deel afhankelijk is van het werk van deze organisatie. Mijn commentaar is ook niet gericht op alle anderen die zich het afgelopen weekend hebben ingespannen. Ik blijf echter van mening dat er meer uit het monumentenweekend had kunnen worden gehaald. Dat vereist natuurlijk meer samenwerking en meer inspanning en dat moet je willen. Ter toelichting daarom nog het volgende.

De verklaring die de heer Timmermans geeft over het gesloten zijn van museum en historisch stadhuis niet het gehele monumentenweekend open waren is begrijpelijk en logisch, maar was niet bekend bij de bezoekers die nu enigszins teleurgesteld Grave verlieten. Daardoor is in Grave toch de kans gemist zich ook tijdens het monumentenweekend "op de kaart te zetten".

Met wat creativiteit, extra moeite en vooral tijdig overleg met alle betrokkenen hadden naar mijn mening alternatieven kunnen worden gevonden. In het historisch stadhuis had een kleine tentoonstelling kunnen worden ingericht over hetgeen Grave op cultuur-historisch gebied te bieden heeft. Tegelijkertijd had kunnen worden verwezen naar de komende activiteiten in het museum. Nu regelt iedere organisatie zijn eigen monumentenweekendprogramma. Samenwerken betekent ook elkaar helpen.

Ik besef dat dit praten achteraf is en dat ik daar in de voorbereiding van het monumentenweekend mee had moeten komen. Dat is juist, maar....

De betekenis van het monumentenweekend wordt in Grave al jaren onderschat. Zo waren er alleen op de zaterdag activiteiten Vorig jaar, toen het religieus erfgoed speciale aandacht kreeg, hebben de kerken zelf extra inspanningen geleverd en met zodanig succes, dat men daar mee door wilde gaan. Tijdens een evaluatie met gemeente en bezoekersmanagement werd duidelijk gemaakt dat dit een taak was van het bezoekersmanagement die het initiatief zou moeten nemen voor eventueel opwaarderen van het monumentenweekend. Dat is niet gebeurd en dat betreur ik.

Natuurlijk kun je de keuze maken dat pinksterfeesten, smartlappen- enwaterfestival van groter toeristisch belang zijn dan een monumentenweekend, maar roep dan niet van de daken dat Grave het cultuur-historisch erfgoed graag met de rest van de wereld wil delen. Dat bedoelde ik met mijn laatste zin: "Een beleid moet je niet alleen formuleren, maar ook inhoud geven."

De bedoeling van mijn weblog is wat knuppels te gooien in vooral het gemeentelijk hoenderhok. Wat het monumentenweekend betreft is dat gelukt, alleen heb ik daarbij het verkeerde hoen geraakt. Hopelijk stuitert de knuppel ook naar degenen die zich echt geraakt moeten voelen: de beleidsmakers in onze gemeente.

maandag 14 september 2009

Monumentenweekend.

Het jaarlijkse monumentenweekend is weer achter de rug. Dit keer met als thema "op de kaart zetten”. Een geweldige gelegenheid om de status van Grave als cultuur-historische gemeente met een schat aan monumenten aan de wereld duidelijk te maken. Nu ben ik nooit kapot geweest van de wijze waarop in Grave van deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt. Maar dit jaar was het toch wel weer aanzienlijk minder. Het historisch stadhuis, toch een belangrijk monument, bleef gesloten. Het was zelfs teveel moeite de vlag uit te steken. Het thema leende zich toch uitstekend voor een wat ruimere aanpak dan alleen maar deuren open te zetten. Bijvoorbeeld zou het gemeentelijk monumentenbeleid en de plannen met de binnenstad kunnen worden gepresenteerd. Natuurlijk kost het open houden van museum en VVV moeite en inzet vooral van vrijwilligers. Waarom lukt dat de kerken wel en anderen die zich op dit terrein bewegen niet? En dat het zinvol is bleek wel uit de reacties van de bezoekers aan de kerken en de beeldentuin. Het waren er meer dan 300 en velen kwamen van ver, ook uit het buitenland, naar Grave, juist omdat het monumentenweekend was. “Prachtige kerk en leuke activiteit, maar jammer dat andere zo op het oog belangwekkende monumenten gesloten waren” was een veel gehoorde reactie. Gelukkig kon een bezoeker die dacht dat het historisch stadhuis ook een kerk was van de juiste informatie worden voorzien. Aangezien op zondag ook het VVV gesloten was konden veel anderen niet worden geholpen. Jammer, want of deze bezoekers nog terugkomen en aan hun buren zullen vertellen dat het de moeite waard is Grave een bezoek te brengen moet worden betwijfeld. Een beleid moet je niet alleen formuleren, maar ook inhoud geven.

We zijn weer aan de gang

De vakantie is voorbij. De gemeenteraad kan –en moet- dan ook weer met volle kracht aan het werk. U begrijpt misschien dan ook mijn verbazing toen ik uiteindelijk de agenda voor de voorbereidende vergadering van 15 september zag. De agenda voor de besluitvormende vergadering van 22 september is helemaal nog niet bekend. Die vergadering kan en mag inhoudelijk dan ook niet veel om het lijf hebben.

Op de agenda alleen een voorstel om de gemeenschappelijke regeling welstandszorg Noord-Brabant op te heffen. Dat is een logisch gevolg van een eerder genomen besluit van het algemeen bestuur van die regeling. Eigenlijk is het besluit al genomen. Het gaat vooral over de consequenties en het vervolg. De gemeente Grave wil een welstandsbeleid blijven voeren. De informatie over de wijze waarop dat wordt georganiseerd is nog mager. Mijn indruk is dat de nieuwe organisatie weliswaar kleiner van omvang is, maar inhoudelijk veel zal lijken op de huidige. “Welstand” en “kwaliteit van de ruimte” klinken wel anders, maar beogen hetzelfde: er voor zorgen dat er geen rommel wordt gebouwd. Dat was altijd al een moeilijk te beredeneren zaak en zal dat ook altijd blijven. Ik ben benieuwd.

Er staan 2 presentaties op het programma:
Allereerst komt de staatssecretaris (?) uitleggen wat het COA wil met het AZC in Grave. Een goede start van die discussie, alhoewel de raad door die presentatie te organiseren aangeeft dat over een nieuw contract wel met Grave valt te praten. Bij het afsluiten van het vorige contract werd toch de uitspraak gedaan dat het daarmee voor Grave wel genoeg was.

Met belangstelling zal ik de presentatie van het plan voor de loswal volgen. De loswal is een belangrijke entree voor bezoekers over het water. Die moeten als ze langs varen het idee krijgen dat het de moeite waard is in Grave aan te leggen. Een paar vlaggenmasten zonder vlag wekken die indruk niet.

In de besluitvormende vergadering zal wel uitgebreid worden gepraat over het schenden van aan de raad opgelegde vertrouwelijkheid door een collegelid. Voor de vakantie heb ik naar aanleiding van het artikel in de Gelderlander al het een en ander hier over geschreven. Het wordt tijd dat de raad zich eens uitspreekt over het opleggen van geheimhouding aan de raad. Eigenlijk zijn er gezien de huidige verhouding tussen raad en college maar weinig zaken die in vertrouwen aan de raad hoeven te worden meegedeeld. Onderhandelingen zijn aan het college voorbehouden. Zolang die niet zijn afgerond hoeft het college hier niets over te vertellen aan de raad. Ik kan maar één onderwerp bedenken waarover de raad vertrouwelijk moet debatteren: het benoemen van een ereburger. Ook ontgaat mij nog steeds de reden waarom het idee een AZC op het Wisseveld te zetten in vertrouwen aan de raad moest worden meegedeeld.

dinsdag 11 augustus 2009

Parkeren en mobiliteitsfonds, een beschouwing

Inleiding

Binnenkort gaat de gemeenteraad zich buigen over het in 2008 ingestelde mobiliteitsfonds. Een vreemde naam eigenlijk want het gaat om stilstaande auto’s: parkeren dus. Het zal wel weer in grote haast moeten omdat het voor de ontwikkelaars van het “Hart van Grave” wel belangrijk is te weten wat de consequenties van dat fonds voor het project zijn. Er zal tussen het verschijnen van het voorstel en de besluitvormende vergadering wel weer te weinig tijd zijn om eens rustig na te denken en van gedachten te wisselen over parkeren en de financiering daarvan. Om van burgerparticipatie bij dit onderwerp maar niet eens te spreken. Ik ben daarom alvast maar gaan denken vooral over de manier waarop deze problematiek zou moeten worden aangepakt.

Samenvatting

  • Het is nogal een verhaal gaan worden en ik kan me voorstellen dat u er tegenop ziet het hele verhaal te lezen. Met de volgende samenvatting hoop ik uw interesse wel te wekken.
  • Het mobiliteitsfonds kan niet los worden gezien van het parkeerbeleid in zijn geheel. Het is er een onderdeel van. De evaluatie van het mobiliteitsfonds moet daarom een onderdeel zijn van de discussie over het parkeerbeleid
  • Direct bij het begin van een discussie de oplossing geven is fout. Je moet beginnen met het probleem te definiëren, vervolgens de mogelijke oplossingen te genereren en tot slot daaruit de beste te kiezen. In dit verhaal kom ik dus niet met concrete oplossingen.
  • Er zijn verschillende types parkeerproblemen. Die vereisen een eigen aanpak.
  • Problemen door onvrede met de parkeersituatie kunnen mede worden opgelost door een goede communicatie. Daar moet tijd voor worden genomen. De keuze voor blauwe zone is indertijd ook niet zomaar gedaan.
  • Algemeen geldende parkeernormen kunnen wel als richtlijn dienen, maar er moet ruimte zijn voor maatwerk. Normen zijn een slecht uitgangspunt voor een verordening.
  • Bewoners van de binnenstad moeten leren leven met het feit dat hun auto wat verder van huis staat.
  • Samenwerking tussen particulieren, ondernemers en gemeente kan leiden tot betere en goedkopere oplossingen.
  • Een mobiliteitsfonds kan in die samenwerking een hulpmiddel zijn. De huidige verordening is dat niet.
  • Je kunt alleen maar laten bijdragen aan een mobiliteitsfonds als en wanneer een parkeervoorziening voorhanden is.
  • Communicatie met degenen die belang hebben bij parkeren, dus potentiële parkeerders, maar ook ondernemers is belangrijk bij het ontwikkelen van een parkeerbeleid.

Wat is er nodig om te kunnen evalueren

Naast natuurlijk de tekst van de huidige verordening is een aantal documenten of informatie in andere vorm nuttig. Een voor aanvulling vatbare opsomming:

  • Het raadvoorstel uit 2008 met de daarbij behorende stukken o.a. over het parkeerbeleid in zijn geheel;
  • Een overzicht van de toepassing van de verordening tot nu toe. In het raadsbesluit was vastgelegd dat de verordening in 2013 zou worden geëvalueerd. De reden dat het nu al gebeurt moet voort komen uit de ervaringen.
  • Ervaringen met een mobiliteitsfonds in andere gemeenten. In het raadvoorstel van 2008 is al een aantal gemeenten genoemd.
  • De gevoelens van degenen die met het Mobiliteitsfonds te maken hebben gehad of zullen krijgen. Dat zal tijd kosten, maar is wel belangrijk.
  • Eventuele jurisprudentie. Ik ben geen jurist, maar denk toch dat de huidige Graafse verordening wel aanknopingspunten biedt voor juridisch verzet.
  • Een zwerftocht met Google “mobiliteitsfonds parkeren” geeft veel resultaat. Daar zal vast iets nuttigs bij zijn.

Wat is een Mobiliteitsfonds en waarvoor dient het?

Als het mobiliteitsfonds wordt geëvalueerd is het goed eens na te gaan waar het eigenlijk om gaat.
Uit de nu geldende overeenkomst is het volgende af te leiden:
Volgens de bouwverordening is iedereen die iets wil gaan bouwen verplicht op eigen terrein (dus in het bouwplan) voldoende parkeerruimte op te nemen. Als dit onmogelijk of onredelijk duur zou worden kan het college hiervan ontheffing verlenen. Één van de voorwaarden is dat er dan een in de verordening vastgelegd bedrag in het door het college te beheren mobiliteitsfonds wordt gestort. De gemeente financiert uit dat fonds door haar te realiseren parkeerruimte. Anders gezegd. Tegen betaling neemt de gemeente de plicht parkeerruimte te realiseren over.

Het mobiliteitsfonds is dan ook niet meer dan de financieringmethode voor een
parkeerbeleid. De consequentie is dan ook dat er eerst een parkeerbeleid moet
zijn alvorens je daarvoor een mobiliteitsfonds instelt.

Nu staat het parkeerbeleid ook op het programma van de Raad. Het zou dan ook goed zijn eerst het parkeerbeleid aan de orde te stellen en vervolgens het mobiliteitsfonds.
Ik geef daarom eerst gedachten over parkeren en vervolgens over hetmobiliteitsfonds

Parkeren,wat is dat?

Er zijn diverse soorten van parkeren. Die vereisen een afzonderlijke aanpak, maar bieden door combinatie soms ook oplossingsmogelijkheden.

1. Parkeren als onderdeel van het wonen.

Een auto is tegenwoordig zo normaal dat zo’n ding tot het huisraad behoort. Bij een normale woning hoort dus minstens 1 parkeerplaats. Technische oplossingen zijn:

  • Garage, carport of open ruimte op eigen terrein. De parkeerplaats(en) is (zijn) exclusief beschikbaar voor de eigenaar van het perceel. De kosten van bouw en onderhoud zijn ook voor deze eigenaar. Mobiliteitsfonds speelt hierbij geen rol.
  • Een vaste plaats in garageboxencomplex, parkeergarage of op afgesloten parkeerterrein. Deze parkeergelegenheid wordt door derden gebouwd en geëxploiteerd. De gebruikers kunnen hun plaats kopen dan wel huren.
  • Een vergunning voor een parkeerplaats op de openbaar weg in de buurt van de eigen woning. Dit werkt als er niet meer vergunningen worden uitgegeven dan er parkeerplaatsen zijn en er een parkeerverbod voor niet-vergunninghouders is. Voor het gebruik van de parkeerplaats moet worden betaald. In Grave bestaat dit systeem niet.
  • In het stratenplan voor een wijk is een aantal parkeerplaatsen opgenomen, beschikbaar voor bewoners en bezoekers. De aanlegkosten zijn in de verkoopprijs van de bouwgrond begrepen. Onderhoud en eventuele uitbreiding van dit aantal plaatsen is tot nu toe voor rekening van de gemeente.

2. Bedrijfsparkeren.

Het gaat daarbij om bedrijfsauto’s en auto’s van personeel. Tenzij het om bedrijven gaat die continu werken zullen deze plaatsen gedurende een deel van de week en dag niet nodig zijn voor het eigenlijke doel. In principe zouden ze dan beschikbaar kunnen zijn voor andere doeleinden, voor zover er geen bedrijfsauto’s moeten worden gestald.
Gebruikelijke oplossing voor dit type parkeren zijn.

  • Op eigen terrein in parkeergarage (spaart ruimte, maar kost geld) op in de openlucht;
  • Een gezamenlijke oplossing voor enkele bedrijven of als onderdeel van de infrastructuur van het bedrijf
  • Gewoon op een openbare parkeerplaats of langs de straat.

3. Parkeren door klanten en andere bezoekers.

Het gaat hierbij om parkeerders die slechts een korte periode gebruik maken van een parkeerplaats. De bezettingsgraad wisselt enorm, zowel in omvang als in tijd. Oplossingen:

  • Voor kantoren e.d. is een beperkt aantal plaatsen op eigen terrein vaak voldoende. Deze parkeerplaatsen zijn als de zaak is gesloten niet beschikbaar voor anderen.
  • Grootwinkelbedrijven hebben vaak grote parkeerterreinen. Vandaar dat deze bedrijven zich graag net buiten woongebieden en langs hoofdwegen vestigen. Bij woonboulevards en vergelijkbare complexen kan sprake zijn van gemeenschappelijke parkeergelegenheid.
  • Supermarkten, waarbij geen ruimte is voor eigen parkeerterrein zijn graag gevestigd in de buurt van een openbaar parkeerterrein.
  • Bij incidentele evenementen worden tijdelijke terreinen op weilanden (als die er zijn) ingericht. Als dat niet voldoende is wordt het aan de bezoekers overgelaten wat verderop een parkeerplek te vinden in een woonwijk of in de berm. Dat wordt dan vaak een chaos en overlast, maar er is feest en morgen is het weer voorbij.
  • Door regelingen als blauwe zone en parkeermeters zijn aanwezige parkeerplaatsen efficiënter te gebruiken.

De Graafse situatie

Er is een vraag die bij alle onderwerpen als eerste moet worden gesteld: is er wel een probleem en zo ja welk? Ik durf te zeggen dat er in Grave op dit moment geen structureel parkeerprobleem is. Natuurlijk zijn er plaatsen die verbetering behoeven, zoals bij de Sprankel en bij iedere onderhoudsbeurt van een straat wordt aandacht geschonken aan het parkeren. Het bedrijventerrein Het Wisseveld heeft meer openruimte dan ons lief is. Daar kun je je auto altijd wel kwijt. In de binnenstad werkt het systeem van Blauwe zone goed. Er is altijd wel een plek te vinden en Arsenaal en Lunette staan ook zelden of nooit allebei vol. Met de situatie op loswal bij de scheepswerf zijn we niet gelukkig, omdat we het geen gezicht vinden, maar als parkeerplaats werkt het wel. Ik besef dat wat ik beweer in tegenspraak is met wat anderen, waaronder de wijkraad van de binnenstad stellen. Nu is een probleem een probleem als je het als probleem voelt. Nu ben ik daarin wat makkelijk. Als ik mijn auto niet naast huis kan zetten omdat er een ander staat is dat voor mij geen probleem. Anderen ervaren dat anders.

Daarom eerst een echte inventarisatie van de problemen en een onderscheid tussen meetbare en gevoelde problemen. Ook niet meetbare, maar wel gevoelde problemen moeten worden aangepakt. Daarvoor dient communicatie.


De situatie wordt wel anders, zoals bij de bouw van het nieuwe Maaszicht. De langparkeerders die er nu staan (waarschijnlijk werkzaam in het Mooiland/Gemeentecomplex) verliezen hun geïmproviseerde parkeerplaatsen. Het MFC geeft hopelijk nieuwe parkeerbehoefte. Waarschijnlijk zijn de 23 plaatsen die de gemeente in het nieuwe Maaszicht heeft niet voldoende. Bij de bouw van het “Hart van Grave” verdwijnen parkeerplaatsen en ontstaat nieuwe parkeerbehoefte. Ook de verwachte stroom toeristen en andere bezoekers moet op parkeerplaatsen worden opgevangen. Of er elders in de gemeente nog problemen zijn te verwachten is mij niet bekend. Het moet wel worden nagegaan.

Het huidige mobiliteitsfonds.

In de verordening waarin dit fonds wordt geregeld staat een aantal zaken die ik discutabel vindt:

  • Het aangrijpingspunt is een bouwaanvraag. Heb je voor je plannen geen bouwvergunning nodig hoef je niet bij te dragen ook al verhoog je de parkeerdruk. Heb je wel een vergunning nodig en de huidige situatie voldoet niet aan de parkeernorm, dan moet je toch betalen ook al wijzigt er niets aan de parkeersituatie. Hoe zit dat bij een middenwoning in een straat met gebrek aan parkeerruimte als er een vergunningsplichtig klusje wordt uitgevoerd ?
  • Uitgangspunt is dat op eigen terrein in alle parkeerbehoefte wordt voorzien. Bouw en aanleg van gemeenschappelijke parkeerplaatsen door particulieren past niet in het systeem. Het is of op eigen terrein parkeren of betalen aan het mobiliteitsfonds.
  • De vereiste parkeercapaciteit wordt bepaald op grond van landelijke cijfers. Maatwerk per complex is dan niet mogelijk. Op de normstelling kom ik nog terug.
  • Deze opmerking druk ik vet, waarom zal een ieder duidelijk zijn.
    Volgens art 5.3 kan het college vrijstelling geven van de betalingsverplichting als “naar het oordeel van het college het belang van de realisatie van het bouwplan zwaarder weegt dan het voldoen van het de storting in het mobiliteitsfonds”. Er worden geen criteria aangegeven, er is geen beroepsmogelijkheid en geen controle door de raad op de toepassing van dit artikel. Ook is niet duidelijk wat er bij vrijstelling van betaling gebeurt met de verplichting parkeerplaatsen aan te leggen.
    Natuurlijk moet er een mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke ontheffing zijn, maar dan wel verpakt in criteria, controle en beroep.
  • De gemeente neemt de plicht tot realiseren van parkeerruimte over en heeft 10 jaar om die te realiseren. Het parkeerprobleem ontstaat direct bij de ingebruikname van het complex. Kans op zo’n 8 jaar puinhoop dus!
  • De verordening is onmiddellijk ingegaan. Ik weet niet of er al veel stortingen zijn gedaan, maar die mensen hebben betaald voor iets dat er nog niet is. Erger nog: er zijn zelfs nog geen concrete plannen. Je kunt nu zeggen dat de gemeente parkeerruimte verkoopt die ze nog niet hebben. Er is een mooi plaatje van een parkeerplaats op het Sensisterrein. Het zou mij niet verbazen als het bestuur van Sensis handenwrijvend dit plaatje heeft bekeken. De onderhandelingspositie van dat bestuur bij de grondverkoop is aanzienlijk versterkt.
  • Men is verplicht te betalen alvorens de aanvraag in behandeling wordt genomen. Het kan echter 10 jaar duren alvorens de voorziening aanwezig is. Dat is wel onredelijk lang vooruit betalen.
  • Als de 10 jaar om zijn en er is geen parkeerplaats dan krijgt men het geld terug, Maar een parkeerplaats is er dan nog steeds niet en daar ging het toch om?
  • De hoogte van het te betalen bedrag wordt bepaald door de kosten van de voorziening op eigen terrein. Stel je voor: je betaalt de prijs van een plaats in een parkeergarage maar na 10 jaar krijg je een briefje: “u mag gebruik maken van het parkeerterrein op het Arsenaal”. Zolang het maar niet verder weg is dan hemelsbreed 700 m. is dat volgens de tekst van de verordening.


Discussiepunten voor een parkeerbeleid.


Naar mijn mening moet je eerst een parkeerbeleid met concreet realiseerbaar parkeerplan hebben alvorens je met een mobiliteitsfonds kunt beginnen. Om een beleid te kunnen formuleren moet je beginnen met het inventariseren van discussiepunten. Dat is niet het werk van één persoon, hoe deskundig ook, maar van velen. Bewoners hebben andere ideeën dan winkeliers en ga zo maar door. Van mijn kant nu nog wat punten die ik van belang vind.

  • Volg je met een beleid de maatschappelijke ontwikkeling of probeer je bij te sturen.
    Veel mensen hebben een paar meter als loopgrens en zien hun auto als een regenjas op wielen. Ieder gezinslid zijn eigen regenjas. Bij iets grotere afstanden en slecht weer wordt de auto gepakt. Klanten en ook winkeliers zouden het liefst dat er voor de toonbank kan worden geparkeerd. De vraag is of je het beleid op die ontwikkeling afstemt of dat je door het beleid gaat proberen daar verandering in te brengen. Woonmaatschappij en gemeente zouden hun personeel stimuleren niet met de auto te komen. In hoeverre is dat gelukt? Of zijn de auto’s op CHV-terrein en Lunette allemaal van toeristen?
  • Gebruik je algemene normeringen of probeer je in samenhang met het vorige punt maatwerk te leveren.
    Er is één norm voor woningen. Als iemand voor alle kinderen en bezoekers toch een eigen ruimte wil hebben, moet hij maar ergens in een villawijk een huis bouwen en dan kan hij zijn gang gaan. Aan de andere kant moet het ook mogelijk zijn dat bewust met minder parkeerruimte wordt volstaan. In de discussie over het mobiliteitsfonds in 2008 hebben CDA en SP een paar balletjes daarover opgeworpen. Zo is het naar mijn mening denkbaar dat je tegen kopers of huurders van woningen in de binnenstad zegt dat er voor één auto in een garagebox of parkeerterrein wat verderop is gezorgd. Bezoekers vinden wel een plaatsje in de blauwe zone (dan zijn ze ook op tijd weg) en je verjaardag met 20 gasten van ver weg moet je maar niet vieren op de dag dat het smartlappenfestival wordt gehouden. Wonen in de binnenstad heeft veel voordelen, maar je moet wel wat overlast accepteren.
  • Opmerking tussendoor
    Er zijn bestemmingsvormen die qua parkeren strijdig met elkaar zijn. Een woning vraagt om vaste parkeerplaatsen een winkel juist om flexibel parkeren. De keuze voor vervangen van het stadhuis door winkels en woningen is dan in mijn ogen in ieder geval uit parkeeroverwegingen niet logisch. Een combinatie winkels en sociaal-culturele voorzieningen zou beter zijn geweest. Parkeerruimte overdag voor winkelenden en ’s avonds voor andere leuke dingen. Afgezien van de supermarkt zullen de meeste winkels het toch wel moeten hebben van klanten die wat verder weg wonen. Maar dit is gepasseerd station, vandaar een tussendooropmerking.
  • Wat is de rol- en kostenverdeling tussen veroorzaker van het parkeerprobleem en de gemeente. Kan particulier inititiatief een rol spelen.
    o Volgens het huidige beleid is het of zelf doen op eigen terrein of betalen aan de gemeente die het dan ooit zal regelen. Moet er geen ruimte komen voor andere oplossingen? Is het bouwen van een garageboxencomplex op het Wisseveld voor het Hart van Grave misschien een goedkopere oplossing dan een parkeergarage. Parkeergarages horen vanwege het verkeer van en naar de garage ook aan de rand van een gebied en niet in het hart ervan. Blijkbaar is er op het Wisseveld een ondernemer die nu moet gaan betalen. Met het betalen is het mogelijk niet eens aanwezige parkeerprobleem niet opgelost. Op het jarenlang lege terrein is nu een transportbedrijf gevestigd. ’s Avonds staan daar de vrachtauto’s. Kunnen overdag de klanten van andere ondernemers niet staan?
    o Is het reëel de kosten helemaal tel laste van de particulier of ondernemer te brengen? Zeker bij het parkeren door klanten en bezoekers is betalen door de overheid te motiveren. Uiteindelijk is parkeren een onvermiidelijk gevolg van in een auto stappen en over een weg te rijden. De kosten van de weg worden ook door de overheid gedragen en ver via wegenbelasting en dergelijke. Waarom parkeren dan niet?
  • Is een mobiliteitsfonds zinvol?
    Als boekhoudkundige maatregel om gelden te oormerken is zo’n fonds zeker handig. De huidige verordening heeft teveel het karakter van het afkopen van het probleem. De vraag hoe het fonds er uit moet zien komt pas aan de orde als besloten is het parkeren te regelen.

Slotwoord


Ik hoop in ieder geval duidelijk te hebben gemaakt dat het parkeren niet in een paar weken kan worden geregeld en dat je moet komen met concrete oplossingen. Een idee om een mooi parkeerterrein te realiseren op het Sensisterrein is nutteloos als er geen overeenkomst met die organisatie is en een dekking voor de kosten.. Ik ben benieuwd waar het college binnenkort mee komt en hoe de Raad erop reageert.

donderdag 6 augustus 2009

Vervolg Oversteekplaats Sprankel of brug Escharen: prioriteiten

In een vorig bericht maakte ik opmerkingen over de keuze parkeren bij Sprankel of aanpassen brug Escharen.
Vanuit de wijkraad vertelde men mij dat de opmerkingen zoals die op de website van Jacques Leurs staan aan alle raadsleden zijn gestuurd. Vanuit de VVD werd direct van drie kanten gereageerd met de mededeling dat de verbeteringen aan het parkeerterrein bij de Sprankel in de kadernota 2010 zijn opgenomen. Natuurlijk heb ik daar onmiddellijk naar gekeken. En ja: in de lijst investeringsprojecten staan voor 2010 zowel onder 1.2 realisering brug Escharen als onder 1.7 Aanpassen parkeren Sprankel met de bijbehorende bedragen. Ze zijn beiden opgenomen in de groep “Bestuurlijk wenselijk (geen dekking)”. Platweg betekent dat: “we willen wel, maar we hebben geen geld”. Dat geldt voor alle twee de projecten! De raad zal eerst geld moeten vrijmaken alvorens ze kunnen worden uitgevoerd!

En dat is nou wat ik tegen de huidige kadernota heb. Prima dat in een bijlage de verlanglijst onder de nette titel: “niet in de kadernota opgenomen projecten” wordt opgenomen. Maar een kadernota vaststellen met projecten waarvoor geen dekking aanwezig is, is hetzelfde als naar een caravandealer gaan met de mededeling dat je een caravan komt kopen, maar geen geld hebt voor contante betaling (ook niet in 2011) en ook de rente en aflossing van een lening niet kunt betalen. Aan zo’n kadernota heb je dus niets. Nu zal de begrotingsbehandeling voor 2010 moeten uitwijzen of en zo ja welk van beide projecten in 2010 zal worden uitgevoerd.

dinsdag 4 augustus 2009

Oversteekplaats Sprankel of brug Escharen: prioriteiten

Op de weblog van Jacques leurs stond een dezer dagen een verzuchting vanuit de wijkraad Estersveld dat er ondanks toezeggingen door het college geen geld was voor een verbetering van een voetgangersoversteekplaats terwijl er plotseling wel geld bleek te zijn voor de brug in Escharen.

2 opmerkingen daarover

  • De veranderingen aan parkeer- en oversteekplaats zijn blijkbaar niet uitgevoerd conform het oorspronkelijke plan en als gevolg daarvan is een gevaarlijke situatie ontstaan. Voor die situatie is in overleg weer een oplossing gevonden. Dat is dan geen nieuw project, maar het herstellen van een gemaakte fout en dat heeft altijd voorrang. De kosten daarvan moeten dan ook worden gedekt uit het krediet voor het oorspronkelijke project. Als dat tot kredietoverschrijding leidt is dat jammer en zal het college daarover verantwoording moeten afleggen. Na toezeggingen meedelen dat het niet doorgaat omdat er geen geld is kan niet.
  • Prioriteiten stellen is niet alleen een labeltje met “heel belangrijk”, “minder belangrijk” of “niet belangrijk” hangen aan een project. Het gaat om afwegen van projecten tegenover elkaar. Dat is niet alleen een zaak van beschikbaar geld, maar ook van bestuurlijke en ambtelijke capaciteit. En daarvoor dient nu juist de kadernota. Het college kan alleen projecten kan aanpakken die in de kadernota zijn opgenomen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de raad de kadernota serieus neemt en dat is in Grave niet het geval.
    In de discussie over de kadernota worden projecten tegen elkaar afgewogen.
    Het “vinden van een potje” is in een goede bedrijfsvoering een doodzonde. Dat is wel eens lastig. Het is dan ook slim in de kadernota een post “politieke hobby’s” op te nemen (natuurlijk krijgt die post en andere naam). Dan kan het niet voorkomen dat zo’n politiek initiatief ten koste gaat van andere zaken hetgeen nu het geval lijkt.

zondag 2 augustus 2009

Werkwijze gemeenteraad instellen mobiliteitsfonds

In zijn weblog stelde Jacques Leurs de toepassing van het mobiliteitsfonds aan de orde. Hij wil dat de raad daar op korte termijn over gaat praten. Ofschoon de raad in die tijd al heel wat op het programma heeft staan is het een goede gedachte. Omdat ik over dat onderwerp ook wel het een en ander naar voren wil brengen ben ik alvast begonnen de verordening en het oorspronkelijke raadsvoorstel door te nemen en te luisteren naar de behandeling in voorbereidende vergadering van 15 april 2008 en besluitvormende vergadering van 22 april 2008. De website van de gemeente is daarvoor een uitstekende bron als je er eenmaal de weg weet. Daarbij is mij een aantal dingen opgevallen die vooral te maken hebben met de wijze waarop de raad vergadert en wordt omgegaan met stukken. Omdat ik binnenkort uitgebreid wil ingaan op de werkwijze van de raad nu wat opmerkingen over de wijze waarop dit onderwerp is behandeld. Over het mobiliteitsfonds zelf kom ik vandaag of morgen nog terug.
  • Het raadvoorstel voor de besluitvormende vergadering is letterlijk hetzelfde als dat voor de voorbereidende vergadering. Toch wijkt de vastgestelde verordening, zoals die eveneens op de website is te vinden, af van het voorstel. De notulen van de voorbereidende vergadering ontbreken op de website en in de formele notulen van de besluitvormende vergadering is alleen vermeld dat de verordening is vastgesteld met opsomming van degenen die voor en tegen hebben gestemd. De geluidopname van de besluitvormende vergadering geeft opheldering. De toenmalige wethouder vermeldt terloops dat per email nog een wijziging is toegestuurd. Die wijziging is blijkens de geluidopname van de voorbereidende vergadering niet geïnspireerd op de discussie daar. Daaruit blijkt al dat zelfs nadat de voorbereiding in de raad is afgerond het college en/of ambtelijk apparaat nog met wijzigingen komen. Een slechte zaak en zeker in dit geval vermijdbaar.
  • Door de SP is een amendement ingediend dat later een motie bleek te zijn. De tekst van de motie/amendement is echter nergens terug te vinden. Uit de geluidopname is wel de strekking af te leiden, maar niet de letterlijke tekst. Wel staat in de notulen dat de motie is verworpen en wie voor of tegen hebben gestemd. Vastleggen van amendementen en moties is toch belangrijk, ook als ze worden verworpen.
  • In het voorstel voor 15 en 22 april 2008 is vermeld dat een notitie voor een kaderstellend debat op 27 november 2007 is bijgevoegd. Aan het eind van het raadvoorstel staat dat er geen bijlagen waren, maar dat de notitie ter inzage lag. Een op zich kleine onzorgvuldigheid, maar toch tekenend. Dat ook het verslag van 27 november ontbreekt op de gemeentesite is natuurlijk pech, vooral voor de inhoudelijke beoordeling van het mobiliteitsfonds.
  • Als je de geluidsopname van de vergaderingen na elkaar afspeelt is het net of je 2 keer naar hetzelfde hoorspel luistert. In beide vergaderingen werden dezelfde vragen gesteld en ook dezelfde antwoorden gegeven. Gediscussieerd werd door de fracties alleen even naar aanleiding van de motie van de SP.
  • Vragen en ook duidelijke discussiepunten die ik na lezen van het voorstel verwachtte bleken niet aan de orde te zijn gekomen. Wel aan de orde kwam de stelling dat je in een mobiliteitsfonds niet kunt parkeren. Meer fracties vroegen naar de oplossing. En laat nu het raadsvoorstel daar volkomen duidelijk in zijn: er moet direct betaald worden anders wordt de bouwaanvraag niet in behandeling genomen en de gemeente krijgt 10 jaar om de parkeergelegenheid te realiseren en als dat niet lukt het gestorte bedrag met rente terug te betalen. Ik had een discussie verwacht over de vraag of vooruit betalen op zich wel juist is en zeker dat 10 jaar veel te lang is. Er zijn zaken die je vooruit moet betalen, maar 10 jaar wachten op het bestelde is wel erg lang.
  • In het raadvoorstel staat dat het college gekeken heeft naar andere gemeenten die een mobiliteitsfonds hebben. Een aantal, vooral juridische, zaken zijn overgenomen in de verordening. Geen raadslid heeft echter gevraagd naar documentatie daarover en, wat mij toch wel belangrijk lijkt, naar de in andere gemeenten gevraagde bedragen en de ervaringen met zo’n fonds.

Natuurlijk is het makkelijk achteraf allerlei opmerkingen te maken. Toch ben ik er van overtuigd dat de fracties meer tijd hadden moeten nemen zich met hun achterban voor te bereiden op dit onderwerp. Ook had er een strakker onderscheid gemaakt moeten zijn tussen voorbereidende en besluitvormende vergadering. Dan was er een kans geweest op een politieke discussie uitsluitend over de punten waarover de fracties het nog niet met elkaar eens waren. En dat was meen ik de bedoeling van de invoering van het dualisme

Ter afsluiting nu alvast de suggestie in de besluitenlijst niet alleen te vermelden dat er is besloten, maar ook wat er is besloten. Dat betekent teksten van besluiten en al dan niet aangenomen amendementen en moties ook opnemen.