vrijdag 26 februari 2010
Beeldkwaliteitplan
De indieners werden uitgenodigd om 24 februari in een zogenaamde inloopbijeenkomst hun zienswijze te bespreken met de opstellers en een vertegenwoordiging van de commissie Ruimtelijke Kwaliteitszorg. Duidelijk met als doel daarna het plan aan de raad ter goedkeuring voor te leggen. In plaats van individuele gesprekken werd het gelukkig een gemeenschappelijk overleg tussen de opstellers, de commissie en vertegenwoordigers van Graveon, de wijkraad binnenstad, Graeft Voort en Menno van Coehoorn en ik als “stuurman aan de wal”. De vertegenwoordigster van de gemeente had de niet eenvoudige taak de discussie te vertalen in een bruikbaar advies voor het college. Dat advies is er uitgekomen: doe wat in november de bedoeling was en ga praten met de ondernemers, maar ook met de bewoners in één of meer openbare bijeenkomsten. Pas daarna het concept aan en ga pas dan het besluitvormingstraject in. Jacques Leurs deed op zijn site al of het zo ook zou gebeuren. Ik wacht dat nog even af. Het college had duidelijk de bedoeling het plan na deze bijeenkomst in de raad te brengen. En er is inderdaad haast bij en alsnog opvolgen van het advies kost natuurlijk extra tijd. Maar dat is beter dan een beleid vast te stellen dat geen draagkracht heeft en dus ongebruikt in een la verdwijnt. Daar ligt het dan niet eenzaam en alleen.
Scheepswerf deel zoveel
Siem van Hemsbergen gaf al enkele nautische bezwaren. In de bijdrage van de VVD aan de artikelen in de Graafsche Courant van 24 februari onder de kop “Het Arsenaal mag niet omvallen” staat te lezen: “Een verplaatsing van het AZC naar Wisseveld is volgens de VVD-lijsttrekker geen goed plan “De VVD is hier mordicus op tegen. Onze prioriteiten liggen bij woningbouw en eventueel kleinschalige industrie.””. Nu kun je over de definitie van kleinschalige industrie twisten, maar een scheepswerf als die van Grave zal niet in die definitie passen. Al eerder heb ik als mijn mening verkondigd dat de combinatie scheepswerf-woningbouw op het Wisseveld alleen maar verplaatsen van het probleem betekent en dus niet gewenst is.
Het zou goed zijn wanneer het college duidelijkheid zou geven over de inhoud van het haalbaarheidsonderzoek en de mate waarin Rijkswaterstaat medewerking heeft toegezegd. Of zou dat ook al lekkage betekenen en lekkage kun je bij een scheepswerf niet gebruiken.
Vervolgens werd woensdag in het artikel in de Gelderlander door wethouder Bos nog meegedeeld dat de scheepswerf, de gemeente en de provincie geen geld hebben voor verplaatsen. Het is wat brutaal om te zeggen dat daarmee het haalbaarheidsonderzoek is afgerond; er is immers nog een postcodeloterij. Maar toch durf ik er wel een weddenschapje op af te sluiten dat verplaatsen naar het Wisseveld en ongewenst en op redelijke termijn niet haalbaar is en dan zijn we over een paar maanden opnieuw bij “AF”. Dat is wel jammer, want er moet wel iets gebeuren. Hoe dat probleem naar mijn mening zou moeten worden aangepakt (bewust schrijf ik niet: opgelost) heb ik al eerder opgeschreven. Dat is niet eenvoudig en zal ergens pijn doen.
Sociëteitdebat bijdrage Leny van Lieshout
beste Leo,
Je hebt vrome wensen voor de collegevorming na de verkiezingen (eerst de
prioriteiten, dan de poppetjes) die ik volledig deel. Maar volgens mij is
wat er na de verkiezingen zal gebeuren al lang geregeld, en wel toen de
LPG steun ging geven aan het zittend college van CDA en VVD. Toen is,
vrees ik, de buit vast verdeeld. Inclusief poppetjes, of liever,
allereerst de poppetjes. Eigenlijk zijn deze verkiezingen dus niet nodig,
want het moet al erg gek lopen willen de huidige drie niet ten minste acht
zetels halen.
Dit mag worden gepubliceerd.
met vriendelijke groet,
Leny van Lieshout
Mijn reactie:
De vrees die Leny uitspreekt was juist voor mij de reden om die vraag als eerste te stellen. Op zich mag je voortzetting van het huidige beleid en dus het huidige samenwerkingsverband inzet van de verkiezingen maken. Kom er dan wel voor uit.
Leo de Vreede
Societeitdebat bijdrage Louis Sparidans 2
Debatpunt 2: Regionale samenwerking resp. de onvermijdelijke herindeling in de (nabije?) toekomst
Het is geen "leuk" onderwerp, maar ik denk dat er binnen enkele jaren (nog tijdens de komende raadsperiode?) niet aan valt te ontkomen: het bestaan van Grave als zelfstandig stadje loopt ten einde! Grave is eigenlijk te klein om nog een goed geëquipeerd ambtenarenapparaat op de been te kunnen houden en om aan redelijke wensen van burgers te kunnen voldoen, waar burgers zelf ook mondiger zijn geworden.
Op het moment kent Nederland ruim 400 gemeenten. Nog niet eens zo lang geleden waren dat er ruim twee keer zoveel. De meeste mensen weten nog wel dat vroeger ook Escharen Gassel en Velp zelfstandige gemeenten waren en natuurlijk zou het veel leuker zijn als dat nog kon. Het moet weldadig zijn als iedereen de burgemeester nog persoonlijk zou kennen, alsook omgekeerd en iedereen "zomaar" het gemeentehuis zou kunnen binnenlopen als er een probleempje was, wat dan ook nog kon worden opgelost.
Helaas, dat kan niet meer. De Rijksoverheid hanteert tegenwoordig vaak een inwonertal van 35 tot 40-duizend inwoners als minimumgrens, uitzonderingen daargelaten. Te verwachten valt dat binnen niet al te lange tijd ook de financiering daarop wordt afgestemd en we weten allemaal hoe 's Rijks Schatkist er voor staat. Dan komen we er ook niet meer onderuit met regionale samenwerking op deelgebieden, daar ben ik van overtuigd.
Of we willen of niet: de herindeling van gemeenten wordt ons op een gegeven opgelegd, tenzij .......... gemeenten zélf besluiten vrijwillig samen te gaan om op die manier de overheid vóór te zijn.
Op het moment "schurken" we nogal tegen Cuijk (en Boxmeer) aan, met omliggende gemeenten. Hebben wij zoveel met Cuijk? Niets ten nadele van Cuijk, maar Cuijk moet zelf op termijn tóch met Boxmeer samengaan en is het dan zo nodig dat wij daar ook bij zijn? Zijn we dan letterlijk en figuurlijk niet nóg verder van huis? Een David-en-Goliath-constructie?
Kijk ook eens een andere kant op. Zeeland, Schaijk (en Reek) vormen samen Landerd. Weldra zitten ze nóg verder onder de minimum-grens, zodra die, wat te verwachten valt, door de Rijksoverheid opnieuw zal worden opgetrokken. Ik weet dat zowel Oss als Uden/Veghel er al een beetje op "azen".
Waarom zouden we niet proberen als vier gemeenschappen van vergelijkbare grootte (Zeeland, Schaijk, Grave en Mill) met samen een ruim voldoende inwonertal (op vrijwillige basis) een "bolwerk" te gaan vormen, tegen Oss, Uden/Veghel en Cuijk/Boxmeer. Zou dat niet (veel) "leuker" kunnen zijn? Maar dan moeten we wel opschieten, anders is het Rijk ons voor! Is dat zo'n gek idee, vraag ik aan de partijen en zo ja, waarom?
Sociëteitdebat bijdrage Louis Sparidans 1
Hierbij de eerste:
Debatpunt 1: De onvermijdelijke bezuinigingen tijdens de komende raadsperiode
Ook ik ben bezig geweest de verkiezingsprogramma's op dit punt na te lopen, maar géén der partijen noemt concrete punten.
Terwijl het toch een hot item zou moeten zijn! Het gaat straks immers álle inwoners raken en in zekere zin doen alle partijen nu net alsof hun neus bloedt. Het bedrag is bekend: één miljoen euro, dat is niet niks! Er hoeft in het kader van de verkiezingen helemaal niet gewacht te worden op nadere ambtelijke stukken terzake, want "het leuke" is dat men nu al, iedere partij voor zich en min meer vrijblijvend, kan aangeven waarop men concreet denkt te willen gaan bezuinigen. Ik denk dat iedere kiezer met name op dit punt graag wil weten waar ie aan toe is, om zijn/haar definitieve keuze te bepalen.
Als dan ná de verkiezingen de machtsverhoudingen bekend zijn kunnen ambtenaren meteen beginnen om stukken voor te bereiden, waarmee het College, dat dan hopelijk na niet al te langdurige onderhandelen zal gaan optreden, vervolgens voortvarend te werk kan gaan om raadsvoorstellen te dier zake op te stellen.
Dus, ik hoop serieus dat geen enkele partij tijdens het verkiezingsdebat zo "laf" zal zijn om niet man en paard te noemen op dit punt! Niet alleen wáár men (noodgedwongen, dat wel) op wil gaan bezuinigen maar ook met hoeveel. En dan bedoel ik niet loze woorden als een kleiner ambtenarenapparaat, of wat minder extern inhuren, maar héél concreet: op welke punten zullen de inwoners het gaan merken!
dinsdag 23 februari 2010
Verkiezingsdebat Sociiëteit
- Hoe denkt uw partij over de collegevorming? Wordt het zoals in het verleden gebruikelijk zoeken naar een combinatie van 8 zetels om zo de eigen kandidaten aan een zetel te helpen, waarna een coalitieprogramma wordt opgesteld dat vervolgens tot raadsprogramma wordt verheven. Of wordt eerst geprobeerd een zo breed mogelijk gedragen raadsprogramma op te stellen, waarna vervolgens daarbij passende wethouders worden gezocht, binnen of buiten de gemeente. En hoe gaat volgens u de procedure verlopen, waarbij de openheid natuurlijk belangrijk is? Anders dreigt ook hier lekkage!
Toelichting: In het duale stelsel is het veel meer een debat tussen raad en college van tussen coalitie en oppositie. Een beschouwing van de verkiezingsprogramma’s leert ook dat er inhoudelijk geen wezenlijke tegenstellingen zijn tussen de partijen. Alle kans dus om een breed overleg te voeren. Ook de wijze waarop het proces verloopt is van belang. Neemt de grootste fractie het voortouw of denkt man aan een formateur of formatrice. En misschien heeft uw partij een heel ander verfrissend idee hierover. - Hoe denkt uw partij over communicatie in het besluitvormingsproces en moet dat volgens u tot veranderingen in dat proces leiden? Gebrek aan communicatie is deze periode herhaaldelijk aan de orde geweest. Niet alleen tussen college en raad, maar ook tussen gemeentebestuur in zijn totaliteit en de bevolking. De huidige besluitvormingsprocedure werkt een slechte communicatie ook in de hand. De voorbereidende vergadering wordt een week, of vaak minder, voor de besluitvormende gehouden. Daarbij is de beantwoording in de voorbereidend vergadering te vaak van een dergelijke kwaliteit dat een voortzetting van de voorbereidende discussie in de besluitvormende vergadering noodzakelijk is. In plaats van een debat tussen partijen wordt het weer een discussie tussen raad en college. En dat is weer net niet de bedoeling van het duale stelsel. Kom niet aan met het argument dat het duale stelsel niet geschikt is voor kleinere gemeenten. Ik zou bijna zeggen in tegendeel.
Toelichting: Het huidige systeem biedt op zich al weinig ruimte om niet raadsleden, dus de bevolking, bij de besluitvorming te betrekken. Daarbij komt dat te vaak stukken moeten worden nagezonden of onvolledig zijn. Als partijen schriftelijk vragen stellen, hetgeen op zich is toe te juichen omdat de antwoorden kunnen worden voorbereid , is het antwoord er vaak nog niet of het wordt ook schriftelijk gegeven en dan verdwijnt het in ieder geval voor het publiek in het niets. Mij is onlangs ook gebleken dat een wethouder toen een schriftelijk gestelde en beantwoorde vraag nogmaals aan de orde kwam kennelijk niet op de hoogte was van het antwoord. Als het voor de raad al moeilijk is dan is het voor het publiek zeker niet meer te volgen.
De inbreng van het publiek is uiterst minimaal. Het spreekrecht is zeer beperkt, van meepraten is geen sprake en invloed op de discussie heeft het niet. Dat zou niet zo erg zijn als er een voor het besluitvormingstraject een communicatietraject was geweest. Dat is nog maar zelden het geval.
- Ziet uw partij het onthutsende rapport van de rekenkamer over het “Trefpunt” als een incident of als kenmerkend voor de werkwijze van het gemeentebestuur? Wat gaat u er aan doen? Zou het niet beter zijn geweest als college en raad nog in deze periode verantwoording hadden afgelegd?
Toelichting: Zoals ik de vraag stel is natuurlijk ook beantwoorden. De werkwijze van raad, college en ambtelijk apparaat leidt tot dit soort ongelukken. Kijk maar naar Bijl/Hofplein, Wisseveld, Scheepswerf en ga zo maar door. Ook de lekkageproblematiek vindt zijn oorsprong in deze werkwijze. Het wordt door ambtelijke leiding en college ook wel erkend en er wordt gewerkt aan verbetering, althans dat wordt gesteld. Maar er zouden al zaken zichtbaar moeten zijn. Een basisprincipe van projectmatig werken is plannen. Onlangs id besloten om voor het “Hart van Grave” een projectprocedure te volgen in plaats van zoals nog slechts enkele maanden geleden was overeengekomen een bestemmingsplanprocedure. Dat kost de gemeente extra geld en levert een risico op in de orde van grootte van 3 ton in Euro’s. Bij dit besluit had een realistische planning van de procedure voor het nieuwe bestemmingsplan gehoord. Ook had moeten worden verantwoord waarom een bestemmingsplanprocedure opeens niet haalbaar is. (dat was hij volgens mij al niet toen de overeenkomst met v.d. Horst c.s. werd gesloten. ) En er wordt toch al jaren gesproken over de noodzaak van een nieuw bestemmingsplan. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te halen. - Wat is uw visie op de toekomst van de scheepswerf en de rol van de gemeente?
Toelichting: Ik besef dat dit een rot vraag is. De gemeente kan die ook niet alleen beantwoorden. Op zijn minst moet het vraagstuk samen met de scheepswerf worden aangepakt. Na de –noem het maar- noodkreet van de scheepswerf is door de raad daadkrachtig gesteld dat er een haalbaarheidsonderzoek naar verplaatsing moest komen. De term “daadkrachtig” is niet van mij, maar een citaat uit een krant. Dat haalbaarheidsonderzoek was in 2006 al in het raadsprogramma opgenomen. Dat dit nu kennelijk nog moet plaatsvinden kun je niet bepaald daadkrachtig noemen. Wat houdt een haalbaarheidsonderzoek eigenlijk in? Ook daarbij zal inbreng van de scheepswerf noodzakelijk zijn. En wat te doen als het haalbaarheidsonderzoek tot de conclusie leidt dat verplaatsen binnen afzienbare tijde niet haalbaar is? Zijn we dan weer bij af? Is het Wisseveld een wezenlijke oplossing of alleen maar een verplaatsen van het probleem? Het Wisseveld is toch bestemd voor woningbouw met wat lichte bedrijvigheid? Of ligt het verzorgingscentrum met MFC straks op een echt industrieterrein? - Hoe gaat uw partij de noodzakelijke bezuiniging van € 1.000.000 met ingang van 2011 realiseren? De vraagstelling is nogal direct en dat mag naar mijn mening. De huidige raad, waar nagenoeg alle partijen die aan de verkiezingen deelnemen zijn vertegenwoordigd, heeft hiertoe besloten bij de behandeling van de begroting 2010. Er valt niet meer aan te ontkomen. In de verkiezingsprogramma’s heb ik wel zaken gevonden die tot hogere kosten leiden, maar geen concrete bezuinigingen.
Alhoewel hierbij niet al mijn vragen over het toekomstig besturen van de gemeente Grave aan de orde zijn geweest zullen uw antwoorden mij voldoende houvast bieden om een keuze te maken.
zaterdag 13 februari 2010
verkiezingsprogramma's
Dat is geen wonder omdat een verkiezingsprogramma twee doelen heeft die meestal niet tot dezelfde tekst leiden. Het gevolg is dan een vage tekst, maar dat is in de politiek gebruikelijk.
Het eerste doel is natuurlijk aangeven wat volgens de partij de komende vier jaren moet en liefst ook zal gebeuren. In de huidige situatie zal dat leiden tot schrappen van leuke dingen, verhoging van lasten of afzien van nieuwe leuke dingen. De huidige raad van Grave heeft in de meerjarenbegroting 2010-2014 alvast een besparing van € 1.000.000 minder uitgeven ingecalculeerd. Een verkiezingsprogramma met dit doel als hoofddoel is geen aantrekkelijke lectuur.
Het tweede, en directe, doel is met de tekst zoveel mogelijk stemmen winnen en daarvoor is een heel ander verhaal nodig en daarin zijn meer voorzieningen en minder lasten natuurlijk favoriet.
Een gevolg van deze spagaat is dat tegenstellingen tussen partijen, zo ze er al zijn, zullen worden vervagen. Kiezen tussen partijen wordt dan moeilijk en dan rest niets anders dan kiezen tussen de personen, los van de partij waarop ze staan. Misschien is dat in gemeenten met een omvang als in het land van Cuijk wel juist goed. Te hopen is dan wel dat na de verkiezingen die eensgezindheid blijft en dat gezamenlijk een raadsprogramma wordt opgesteld en daarbij wethouders gezocht. Het zou jammer zijn als men weer probeert iets meer dan 50% van de raadszetels bij elkaar te krijgen om zo enkele favorieten aan een wethouderszetel te helpen.
dinsdag 9 februari 2010
debat rapport rekenkamer
Op het eerste gezicht een goed idee, het zou goed zijn wanneer dit college aan het eind van de zittingsperiode verantwoording aflegt over de hangende heikele zaken. Maar dat zijn er meer dan het Trefpunt. Allereerst is er natuurlijk het Wisseveld. Vervolgens is er ook nog steeds geen eindverantwoording verschenen over het afbreken van de samenwerking met Mooiland bij het project Bijl/Hofplein. Bij de begrotingsbehandeling was er wel een wat cryptische zin in de risicoparagraaf; het college voorziet bij de afwikkeling geen risico’s. Dat betekent wel dat de afwikkeling nog niet is afgerond. Dat bleek ook al uit een B&W-besluit van 26 januari. Het college besloot het verzoek van Mooiland om mee te werken aan een art.19.1 WRO voor het project Bijl/Hofplein af te wijzen. Een duidelijk geval van mosterd na de maaltijd. Vraag hierbij is direct waarom dit besluit pas nu is genomen. “Al” half 2007 kreeg ik van dit college als antwoord op mijn zienswijze van januari 2006 de mededeling dat die procedure niet zou starten, een omzichtige omschrijving van afwijzing van die procedure. Dit lijkt heel erg veel op het gebrek aan regie bij het gemeentebestuur waar de rekenkamercommissie in de zaak Trefpunt op wees. En dan is het ook goed de eindrapportage over het nieuwe stadhuis eens door de bril van de rapportage over het Trefpunt te bezien. Al eerder noemde ik die rapportage onvolledig, maar de raad nam er genoegen mee.
En daarmee ben ik bij de raad. Een alinea die begint met “op het eerste gezicht” zoals hiervoor vraagt om een vervolg dat begint met een dikke “Maar…..”
De eerste “maar”. Het gaat zowel bij het Trefpunt als bij de andere punten niet alleen over de rol van het college, maar evenzeer over die van de raad in zijn geheel.
En dan de tweede “maar”. Zo’n bespreking vereist voorbereiding wil die niet in oeverloos gezwam ontaarden. Nu is het college al vanaf oktober 2009 op de hoogte van de inhoud van het rapport. Dat zou voldoende tijd opgeleverd moeten hebben om een reactie inclusief te nemen maatregelen te produceren. Maar helaas…
Alles bij elkaar betwijfel ik of een zinvol debat op 23 februari , hoe wenselijk ook, nog haalbaar is. Maar misschien is kort na 3 maart een alternatief. Dan moet de raad toch nog een keer bij elkaar komen als afsluiting.
Het brengt mij wel op het idee dat het een goede zaak zou zijn wanneer in het volgende raadsprogramma wordt opgenomen dat in februari 2014, aan het eind van de periode raad en college verantwoording afleggen over het gevoerde beleid.
dinsdag 2 februari 2010
Rapport Rekenkamer Trefpunt
zaterdag 30 januari 2010
Scheepswerf
Al eerder gaf ik mijn visie over de toekomst van de werf in Grave. Daarom kan ik nu wel volstaan met een samenvatting.
Iedereen is het er wel mee eens dat de scheepswerf in Grave verkeerd ligt, zowel voor het bedrijf zelf als voor de omgeving. Vanaf de zestiger jaren wordt verplaatsen ook als het ideaal gezien. Dat is nooit haalbaar gebleken en dus is volstaan met iedere keer de werf wat meer ruimte te geven en wat maatregelen om de overlast voor de naaste omgeving te verminderen.
Het leven in die situatie werd steeds meer een aanleiding tot ongenoegen. De bijdrage van de werf aan het gemeenschapsleven zoals door het beschikbaar stellen van de kantine kon daar niet meer tegenop. In het raadsprogramma voor deze periode stond dan ook wederom een onderzoek naar de haalbaarheid van verplaatsen van de werf. Alleen dat voornemen aan gaf blijkbaar weer wat rust terwijl er feitelijk niets wezenlijks gebeurde.
Nu is kennelijk een punt bereikt dat het pappen en nathouden niet meer voldoende is. De vergunningsvoorwaarden van de provincie moeten worden gehandhaafd en dat gaat de werf geld kosten. In ieder geval zal een keuze tussen de oplossingsmogelijkheden moeten worden gemaakt. Als die keuze op redelijk korte termijn realiseerbaar is zal de provincie blijkbaar nog enige clementie tonen.
Er zijn nu volgens mij drie benaderingsmogelijkheden.
1. De scheepswerf daar weghalen. Dat kan in drie varianten
- De gemeente weigert alle verdere medewerking en dan gaat de werf naar eigen zeggen kapot. Niet bepaald een elegante aanpak;
- De werf wordt verplaatst naar het Wisseveld. Gezien ook de uitlating van wethouder Bos in de Gelderlander van vrijdag 29 januari is de kans op een financiële bijdrage van de provincie verkeken. Hiermee is het haalbaarheidsonderzoek ook direct afgerond. Verplaatsen is niet haalbaar en al helemaal niet op korte termijn. Die illusie kunnen we niet langer overeind houden. Één lichtpuntje is daarbij dat de vraag of het Wisseveld een geschikte plaats is dan niet hoeft te worden beantwoord.
- De werf, of in ieder geval de activiteit, gaat naar een plek buiten Grave, al of niet als zelfstandige werf . De scheepswerf zelf zal moeten aangeven of dat een reële optie is. Uit de brief van de werf krijg ik niet die indruk.
2. De woningen die overlast hebben wegnemen.
Dat is alleen een zinvolle aanpak als zeker is dat de overlast beperkt blijft tot de woningen aan de Maaskade zelf. Die vraag moet toch eenvoudig zijn te beantwoorden. Als het een zinvolle aanpak blijkt hoeft het nog niet te betekenen dat de woningen moeten worden gesloopt. De geneugten van het “aan de Maas wonen” zullen voor veel mensen toch wel een tijdje opwegen tegen de hinder van de scheepswerf. Aankoop en bijvoorbeeld inzet als starterswoning is denkbaar. De vraag is natuurlijk wie die woningen wil kopen en bewaren. Een ander punt is of de milieuregelgeving deze aanpak wel toestaat. Op korte termijn zal die aanpak dan ook wel niet realiseerbaar zijn.
3. Toch maar weer doorgaan met een verbetering ter plekke.
De werf zelf heeft daar kennelijk al uitgewerkte plannen voor en ook de financiën. Het enige dat nog ontbreekt is de medewerking van de gemeente in de vorm van een bestemmingsplanwijziging. Ook dat kost tijd, maar blijkbaar is de provincie bereid de dwangsom nog wat op te schorten als de gemeente meewerkt. De grote vraag bij deze aanpak is natuurlijk weer voor hoe lang hij werkzaam is. Al eerder is medewerking geven op basis van “dit is de laatste keer”. Het is wel zo dat de aanpak door de woningen weg te nemen, al of niet met hergebruik, kansrijker wordt.
Conclusie: De gemeente heeft nu eigenlijk maar 2 opties: meewerken aan de huidige plannen van de scheepswerf of tegen de scheepswerf zeggen dat van de gemeente niets meer valt te verwachten dan handhaven van vergunningen hetgeen ook de provincie zal doen.
Deze conclusie is gebaseerd op hetgeen ik uit de brief van de scheepswerf en uit de krant heb.
Een visie van het college in een debat in de raadsvergadering is dan ook dringend gewenst.
Deelname van de scheepswerf aan dat debat kan alleen maar verhelderend werken.
Daar zal wel tijd voor moeten worden ingeruimd en waar haal je die nou vandaan. Ik zou als minste van alle kwaden de discussie over het AZC schrappen. De notitie van het college die als basis moet dienen geeft alleen maar wat financiële feiten en die zijn zoals ze zijn. Meer daarover in het hieronder staande artikel.
Discussie over AZC
Als grondslag voor het debat dient nog steeds alleen de notitie die eigenlijk alleen maar gaat over financiële voordelen van een AZC voor de gemeente. Dat is een magere basis voor een discussie die in een half uur tot een formulering van kaders zou moeten leiden. Dat moet beter worden voorbereid en dus kan deze discussie beter worden uitgesteld. Dat wil niet zeggen dat er niets moet gebeuren, maar dat kan ook zonder uitgebreide bespreking in de raad. Een korte regiebespreking is voldoende, maar die zou dan wel door het presidium moeten worden voorbereid. De fractievoorzitters moeten vervolgens zichzelf en hun fractieleden tijdens de vergadering in toom houden!
Mijn uitgangspunt is dat Grave bereid is te praten over een nieuw contract. En ik heb de indruk dat ook de meeste partijen op zijn minst bereid zijn dit in overweging te nemen. Ik heb nog niet keihard gehoord dat voor ook maar één partij een nieuw contract volledig onbespreekbaar is.
Alle partijen hebben nog veel vragen en vooruitlopend op de antwoorden alvast een idee over de locatie. Hoe ik redeneer en tot vragen kom heb ik hier onlangs al laten zien en mijn vragen komen aardig overeen met de vragen die door diverse partijen worden gesteld.
Het merendeel van de antwoorden zal door het COA moeten worden gegeven en dan niet in de algemene vorm zoals bij de presentatie in september, maar concreet voor de Graafse situatie. Het is efficiënt die vragen eerst aan het COA voor te leggen en dan als de antwoorden binnen zijn die in een notitie te verwerken die dan te bediscussiëren. Dat zal niet meer voor de verkiezingen lukken; jammer maar helaas of misschien juist goed?
Beperk de bespreking dinsdag tot een procedurediscussie of het zo wordt aangepakt of op een andere manier en ga nog niet inhoudelijk op de materie in. Er moet die avond wel een goede regie zijn zoals ik hierboven ook al opmerkte. Dat betekent dus wel dat het presidium maandag of dinsdag nog bij elkaar komt.
Als er dan toch iets moet worden besloten en eigenlijk is het wel goed de procedure vast te leggen; maar dan wel in de vorm van een motie, want zo formuleer je nu eenmaal een opdracht aan het college (het besluit dat wordt genomen over de loswal is eigenlijk ook meer een motie dan een besluit). De motie zou ongeveer als volgt kunnen luiden
“De raad van Grave in vergadering bijeen overwegende dat de ervaring met het AZC in de afgelopen jaren geen aanleiding geeft de relatie met het COA te beëindigen spreekt de bereidheid uit met het COA te onderhandelen over een nieuw contract. De raad draagt het college op het voorstel voor een contract voor te bereiden volgens het volgende traject.
- Aan de fracties wordt gevraagd welke vragen moeten worden beantwoord alvorens die fractie een standpunt kan bepalen over het al of niet sluiten van een nieuw contract. De locatie, de aard en omvang van het centrum kunnen daarbij aan de orde komen.
- Aan maatschappelijk instellingen en wijkraden wordt eveneens deze gelegenheid geboden.
- Het college bespreekt de inbreng met het COA en legt het resultaat voor aan de raad die daarover discussieert en op basis daarvan de voorwaarden formuleert.
- Het college werkt met het COA deze voorwaarden uit tot een contract en legt dat voor aan de raad.
- Dit traject moet uiterlijk in juli 2010 tot het al of niet sluiten van een contract leiden. Indien het dan tot een contract komt is de gemeente bereid mee te werken aan voortzetting van de huidige situatie tot het nieuwe AZC gereed is
En dan de altijd weer fraaie slotzin.
Toelichting.
Algemeen. Ik heb alleen de eindtijd genoemd; het is zinvol tussentijden op te nemen
Ad 1 Het is raadzaam hier wat tijd voor beschikbaar te stellen. Daarbij is de vraag of de politieke partijen hier in de verkiezingsvoorbereiding nog gebruik van willen maken. Raadplegen van de achterban moet in ieder geval mogelijk zijn. Half maart moet toch haalbaar zijn
Ad 2 Het interkerkelijk platform heeft hiervoor al een voorzet gegeven. In dit stadium vind ik een publieksbijeenkomst nog niet zinvol. Er zijn nog teveel vragen en te weinig antwoorden. Instellingen die direct met het AZC of de bewoners te maken hebben moeten wel de gelegenheid hebben in een vroeg stadium mee te praten. De Graafse ondernemers horen daar ook bij. De wijkraden kunnen inbreng leveren ten behoeve van de locatiekeuze.
Ad 3. Als de raad de voorwaarden heeft geformuleerd is het tijd voor een publieke bijeenkomst om voordat er definitief wordt besloten uit te leggen wat er gaat gebeuren. Mocht dan ondanks alles er toch nog een lacune in het besluit zitten is er nog tijd voor reparatie. Zoals ik er nu tegenaan kijk zal de formulering in hoofdzaken als volgt kunnen zijn.
Zo zou ik het nu formuleren met nog wat details erbij. Een deel van de voorwaarden past niet in het landelijk beleid, maar als wij meewerken mag men daar toch wel rekening mee houden. Eventueel kan aan de laatste voorwaarde nog worden toegevoegd dat de gemeente jaarlijks maximaal € 10.000 of misschien wat meer beschikbaar stelt voor huisvesting in particuliere opvangcentra.
Nog een laatste woord.
Wat we zeker niet moeten doen is een referendum over dit onderwerp houden. Waarom niet? Mijn mening daarover is een verhaal apart waard.
Referendum ja of nee?
Wij leven in een democratie. Wat is een democratie? Daar zijn net zo veel meningen over als er deskundigen en pseudo-deskundigen zijn. Ik geef mijn idee daarover.
Letterlijk betekent het dat niet één persoon of groep het voor het zeggen heeft, maar het hele volk. Dat “voor het zeggen hebben” gaat niet louter op basis van meeste stemmen want dat leidt tot een dictatuur van de meerderheid. De meerderheid beslist wel ,maar houdt daarbij rekening met de minderheid en beslissingen moeten worden genomen in het algemeen belang. Je zou ook kunnen zeggen dat democratie niet is: doen wat het volk wil, maar doen wat goed is voor het volk. Omdat het nemen van beslissingen in een democratie studie en overleg vereist hebben wij een parlement of gemeenteraad gekozen die voor ons dat werk doen.
Een referendum past niet in dit systeem. In een referendum beslist iedereen op basis van zijn eigen voorkeur, houdt geen rekening met andere belangen en het is onmogelijk dat iedereen de consequenties van zijn voorkeur voldoende overziet. Daarvoor hebben we juist onze volksvertegenwoordigers gekozen.
Dat wil niet zeggen dat wij als kiezers ons vier jaar lang gedeisd moeten houden en dat onze vertegenwoordigers zich niet aan ons kiezers hoeven te storen. Om een goede beslissing te kunnen nemen moet je als volksvertegenwoordiger wel weten wat er bij het volk leeft en wat de consequenties van een besluit zijn. Er dient wel degelijk sprake te zijn van burgerparticipatie, maar dan wel in de voorbereiding van een besluit en bij de invoering. Een wezenlijk element van democratie is ook dat, wanneer eenmaal een beslissing is genomen, dat besluit door iedereen wordt geaccepteerd. Een besluit zal dus ook moeten worden uitgelegd. Ook bij die burgerparticipatie spelen politieke groeperingen een belangrijke rol. Zij moeten daar voldoende energie en tijd in stoppen. Op het moment dat van hen dan wordt gevraagd een standpunt te bepalen moeten zij dat ook durven omdat zij de overtuiging hebben dat zij weten wat hun achterban ervan vindt. En als dan toch anders wordt beslist moeten zij kunnen en durven uitleggen dat met hun mening bij het besluit wel degelijk rekening is gehouden, maar dat er op een gegeven moment nu eenmaal moet worden gekozen. Daarvoor in de plaats een referendum houden is dus weglopen voor de verantwoordelijkheid.
Bovenstaand is ook zo ongeveer de reden waarom er in ons land –en dus ook in onze gemeenten- geen echt referendum mogelijk is. Wel is om de voorstanders van een referendum toch tegemoet te komen het “raadgevend referendum” uitgevonden. Zo’n oplossing vinden past in mijn definitie van democratie, maar het is wel een ongelooflijk doekje voor het bloeden. In zijn letterlijke betekenis is het niet meer dan een element voor de afweging. Dan kun je hoogstens zeggen dat de volksvertegenwoordigers zich er wel erg makkelijk van af maken met het betrekken van de achterban bij het besluitvormingsproces. Erger wordt het wanneer de vertegenwoordigers zich bij voorbaat indekken door te stellen dat de uitslag van het referendum zal worden gerespecteerd; waarmee dan wordt bedoeld dat die uitslag maatgevend is. Dat is dan echt een brevet van onvermogen.
En dan de gang van zaken bij een referendum. Allereerst het formuleren van de vraag. Hoe leg je het probleem zo aan de kiezer voor dat alleen met “ja” of “nee” kan worden geantwoord zonder dat antwoord in de mond te leggen? Bij een raadgevend referendum wordt ook campagne gevoerd. De gemeenteraad weet niet hoe te beslissen en vraagt dus raad aan de bevolking. In plaats van vol spanning die raad af te wachten gaat iedere partij druk aan de gang om de kiezers te vertellen welke raad zij willen dat de kiezer geeft. Beter bewijs dat de politieke partijen wel weten wat er besloten zou moeten worden maar het gewoon niet durven, is er niet.
Een referendum is voor mij dan ook weglopen voor de verantwoording.
Nu moeten we helaas erkennen dat politieke partijen, zeker in de gemeenten, vaak hun rol in het democratisch proces slecht spelen. Het is ook niet eenvoudig. Raadslid zijn is geen dagtaak en de werkwijze laat vaak een zorgvuldige aanpak niet toe, maar daar kan de raad zelf iets aan doen. Het duale stelsel bij gemeenten is juist ingevoerd om de raad meer als volksvertegenwoordiging te laten optreden en minder als bestuurder.
Maar het ligt ook aan de bevolking zelf. De animo om als burger aan de politiek mee te doen neemt duidelijk af. Dat is een maatschappelijke ontwikkeling. De burger wordt meer “klant bij” dan “lid van”. Dit verschijnsel doet zich ook bij verenigingen voor. Het is dan, om de democratie te redden, voor besturen en bestuurders ook zaak aan klantenbinding te doen. Je kunt burgers niet verplichten belangstelling te tonen, maar je kunt het wel aantrekkelijk en gemakkelijk maken. Daarvoor zijn heel veel manieren. Een referendum hoort daar niet bij!
donderdag 28 januari 2010
Voorbereidende vergadering impressie
Het uitstel van de discussie over het AZC, bij nader inzien kaderstellend genoemd, was wel het dieptepunt. Dat uitstel was te voorspellen. Voor de vergadering was hier al op gewezen en halverwege de vergadering werd vanuit de raad ook het idee geopperd eens te kijken welke stukken doorgeschoven konden worden. Er werd toch stug doorgepraat en klok-tijd is blijkbaar heiliger dan kwali-teit. De AZC-discussie ging niet door. Je kon de mensen op de publieke tribune die speciaal voor dit punt waren gekomen, tot zelfs uit Breda, achteruit horen bidden. Jan de Rijk -die gebruik had gemaakt van het spreekrecht om de raad er op te wijzen dat er nog een brief lag van het interkerkelijk platform vluchtelingwerk waar in de notitie niet eens gewag van werd gemaakt- zit nu met het dilemma of hij a.s. dinsdag wanneer een nieuwe poging wordt gedaan weer kostbare tijd moet vragen om zijn oproep te herhalen. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. De oorzaak is iedere keer hetzelfde. Een overvolle agenda met onvoldoend voorbereide punten en collegeleden. Ik heb het voordeel van deze vergaderwijze boven de vroeger commissies nooit gezien, maar nu durf ik te stellen dat het Graafse systeem van voorbereidende vergaderingen niet deugt. In een vorig artikel over de presentatieavond van 19 januari gaf ik aan dat ik het twee keer kort na elkaar houden van dezelfde presentatie tijdverspillen vind. Ik hoorde dat het argument is dat de raad eerder wenst te worden geïnformeerd dan de bevolking. Dat is nog te verdedigen als het om nieuwe en gevoelige informatie gaat, maar deze presentatie was niets meer (maar ook zeker niet minder) dan een voortzetting van al eerder gegeven informatie. De raad had zich heus niet achtergesteld hoeven voelen als men gewoon ook donderdag naar het Palazzo zou zijn gekomen en daar ook de bevolking had horen meepraten. Daarmee zou zo al een half uur zijn gewonnen en enkele mensen hadden zich vier uur kostbare reistijd kunnen besparen. (ik heb ooit een klok gezien die behalve de tijd ook de vergaderkosten aangaf en dat was wel effectief) Een gevolg van deze overladen agenda is nu dat van een aantal, zeg maar bijna alle, punten nog nadere informatie moet worden gegeven. Dat heeft weer als gevolg dat er in de besluitvormende vergadering een mengsel van informatie verstrekken en besluitvormen ontstaat en dat kost weer extra tijd. Daarbij komt dat er toch flink wat tijd zal moeten worden uitgetrokken voor het stellen van kaders voor het AZC. Is 22:30 uur echt zo heilig? Soms moet je van een aantal kwaden de minste kiezen. Toch zie ik nog wel andere mogelijkheden, maar die geef ik wel aan bij mijn commentaar op de afzonderlijke agendapunten. .
woensdag 27 januari 2010
Vervolgtraject loswal
Punt 1 vraagt akkoord te gaan met voorstel 2 binnen het door de raad vastgestelde krediet enz. Eigenlijk moet alleen maar worden gekozen tussen voorstel 1 en 2. Het verschil tussen die 2 is alleen te vinden in de bestratingmaterialen en laat nu in het tweede punt die keuze nu weer worden gemandateerd aan het college. Met alle eerbied, maar die figuurtjes in de bestrating zijn op een tekening leuk, maar stellen in werkelijkheid niets voor. En om in die bestrating nog een verwijzing naar water op te nemen met de hele werkelijke Maas erachter vind ik bedrieglijk, maar vooruit, kwaad kan het niet en de extra kosten stellen ook niet veel voor.
Laten we maar ophouden met praten erover. Iedereen vindt een opknapbeurt van de loswal hard nodig. Voorlopig gebeurt er in werkelijkheid nog niets en is er nog tijd zat om als er meer bekend is over het parkeren en wellicht ook over de presentatie van vestingwerken en daarbij het plan ook aan de bevolking is gepresenteerd nader te beslissen over een versiering in de bestrating en het al dan niet voorlopig toelaten van parkeren. Het idee van de maquette moet nog worden uitgewerkt van taartformaat naar een vlak van 8x9 m2. Het uitwerken zou ik wel opdragen, maar het beslissen daarover toch wel even met de bevolking bespreken en er dan in de raad over beslissen.
Zorgelijk vond ik wel de mededeling dat de damwandconstructie nog verder moet worden uitgewerkt. Dat kost tijd en mogelijk ook extra geld. Als het resultaat daarvan is dat kleine schepen daar beter niet kunnen aanleggen zou ik de vlonder in ieder geval als zijnde misleidend weglaten. Als er wel aangelegd kan worden blijft die vlonder ook nutteloos en moet er uit kostenoverwegingen van worden afgezien. Voor zover ik weet is nog niet afgezien van de steiger die voor de kade is gepland. Het totaalplan is nu eenmaal nog niet in de raad geweest.
Het krediet van € 650.000 is bedoeld voor de gehele loswal en dus niet alleen voor deze fase. Daarvoor is volgens het stuk € 450.000 voldoende. Het mandaat dient dan ook tot dat bedrag beperkt te blijven. Als dat niet genoeg is om ook kosten van voorbereiding en uitvoering te dekken, hetgeen in de vergadering in twijfel werd getrokken ontstaat er een nieuwe situatie en dan moet de zaak weer terug naar de raad. Je hebt nu eenmaal overal goede en slechte tijden
Tot slot dient december 2010 uit de planning te worden gehaald. Het moet zijn: klaar voor de Sinterklaasintocht in november of beginnen na 1 maart 2011
Vergoeden energiekosten Voedselbank
Hoe dit in de besluitvormende vergadering snel te laten verlopen?
Een nieuw kort voorstel. “Aangezien we er met z’n allen niet in zijn geslaagd de voedselbank overbodig te maken moet die instelling nog blijven bestaan. Daarom wordt het pand aan de Arnoud van Gelderweg ook voor het jaar 2010 beschikbaar gesteld en komen de energiekosten voor rekening van de gemeente. De rekeningen worden rechtstreeks door de gemeente voldaan. De kosten worden geboekt bij de energiekosten gemeentelijke gebouwen, zodat geen nieuw budget nodig is.”
Ik ga er hierbij van uit dat de kosten in de ruis van alle energiekosten van gemeentelijke gebouwen verdwijnen.
Overleg en afstemmen met de portefeuillehouders in het Land van Cuijk die ook met deze materie te maken hebben is nooit weg en daartoe zal iedere wethouder wel toe bereid zijn.
Advies over de lokale omroep.
Tijdwinst in de besluitvormende vergadering kan worden gewonnen door voor die tijd het voorstel in bovenstaande zin te veranderen en er dan unaniem mee in te stemmen Anders rest niets anders dan hooguit te knarsetanden, maar niet meer te discussiëren. Met de rug tegen de muur en dan door de knieën was ooit een gymnastiekoefening van het programma “Cursief”.
Delegatiebesluit projectprocedure Hart van Grave.
- Dit voorstel is de laatste trap van een drietrapsraket:
Met v.d. Horst c.s. i overeengekomen dat de gemeente tijdig voor een bestemmingsplan zou zorgen; - Het college ziet nu ook in dat het bestemmingsplan niet op tijd klaar zal zijn en heeft nu met de ontwikkelaar afgesproken dat een projectprocedure zal worden gevolgd. Dat levert tijdwinst op;
- Om nog meer tijdwinst te boeken stelt het college nu voor het nemen van het uiteindelijke besluit deze bevoegdheid aan het college te delegeren.
Het gaat nu dus alleen maar over de delegatie, die volgens het college bij nadere informatie 4 weken winst oplevert. Volgens mij is dat maar 2 weken; besloten wordt in een besluitvormende vergadering; een week daarvoor is de voorbereidende vergadering en weer een week daarvoor wordt in het college veelal het voorstel goedgekeurd. En er zijn voorbeelden waarbij die totale tijd nog korter is. Toch ben ik wel voorstander van die delegatie. Ook 2 weken winst is welkom en een raadsbesluit in plaats van een B&W-besluit heeft geen meerwaarde als de communicatie over het plan tenminste goed is geweest. Dat is wel een belangrijke voorwaarde.
De addertjes onder het gras die ik al eerder noemde en de vragen van de PvdA slaan dan ook niet op het voorstel dat nu aan de orde is , maar op de keuze voor een projectprocedure in plaats van een nieuw bestemmingsplan. Die keuze is nu onvermijdelijk geworden. Al bij de start van het project achtte ik het uitgesloten dat de gemeente op tijd een bestemmingsplan klaar zou hebben. Léon Kamps had gelijk dat voor beide procedures hetzelfde werk moet worden verricht. Waar zit dan de tijdwinst?
De projectprocedure brengt ook risico’s met zich mee en wel zodanig dat de gemeente indien het bestemmingsplan, waarvoor nu meer tijd beschikbaar is, ook dan niet op tijd klaar is een flink bedrag verliest (volgens de “over de duim”-berekening van Léon ongeveer twee ton). Onthutsend was dat de wethouder kennelijk niets wist van deze materie en vragen daarover moest doorschuiven naar volgende week. Nog onthutsender werd het toen ik thuiskomend de mail van Léon las waarbij waren ingesloten zijn vragen over dit onderwerp en het antwoord daarop. In dat antwoord stond precies wat de consequenties en de risico’s van de projectprocedure zijn en hoe de gemeente normaliter die risico’s afdekt. In dit geval zijn de kosten en de risico’s voor de gemeente omdat de gemeente eigenlijk de verplichting had dat een bestemmingsplan op tijd klaar te hebben. Kennelijk kende de wethouder de vragen en de antwoorden, die toch van te voren bekend waren niet eens. Over goed voorbereid naar een vergadering komen gesproken!
Uit het antwoord kwam ook naar voren dat de tijdwinst eigenlijk zit in het bij een projectprocedure niet verplicht zijn van de eigen door de raad vastgestelde inspraakprocedure waarbij men een zienswijze kan indienen. Wethouder Opsteegh als portefeuillehouder van een ander deel van de portefeuille Ruimtelijke Ontwikkeling verwijst als het om communicatie gaat vaak naar deze procedure. Het argument om deze inspraakprocedure weg te laten is dat de zienswijzen van 3 jaar geleden en de reactie daarop er nog liggen! Sinds die tijd is er wel wat veranderd en het gaat nu echt om een nieuw plan en een nieuwe procedure. Als voorwaarde bij het delegatiebesluit noemde ik hiervoor al dat de communicatie goed verzorgd moet zijn. Als het aan het college ligt is dat dus niet het geval, maar gelukkig heeft in de projectprocedure niet de gemeente maar de ontwikkelaar de leiding. (Afschuwelijk dat ik dat gelukkig vind). Het ware voordeel van deze procedure is in dit geval dat de tijdbewaking nu beter gewaarborgd is en dat al is aangetoond dat de communicatie met de bevolking veel beter is dan met de wijze waarop de gemeentelijke inspraakprocedure wordt gehanteerd is te bereiken.
Hoe nu dit stuk te behandelen:
Houd het bij het voorstel en niet bij de zaken er omheen. Verleen de delegatie, maar besteed straks bij het opstellen van het raadsprogramma 2010-2014 en het zoeken van de daarbij behorende wethouders (in deze volgorde graag) aandacht aan deze materie.
maandag 25 januari 2010
Loswal vervolg
Ik vind het onwaarschijnlijk dat een college een voorstel de wereld instuurt en dan zonder dat er nog maar enige discussie heeft plaatsgevonden een paar dagen later alweer een andere mening heeft. Eigenlijk zou ik de mededeling van Jacques dat nu voorstel 2 bij het college de voorkeur heeft dan ook niet willen geloven. Als het college een voorstel doet is dat weloverwogen. Helaas geloof ik Jacques wel.
Ik heb vanochtend de stukken voor de loswal bekeken. Daar werd ik niet veel wijzer van. Op de vragen die ik in het vorige artikel stelde vond ik geen antwoord. Gelukkig heeft Jacques de tekeningen op zijn site gezegd en dat maakt het voor mij mogelijk er wat commentaar op te geven zonder er zelf de plaatjes bij te moeten leveren.
De voorstellen zijn niet meer dan ontwerpschetsen en nog ver van uitvoeringstekeningen. De behoefte om eerst te besluiten wat we nu eigenlijk met de vestingwerken, en de loswal daar als onderdeel van, willen, is alleen maar versterkt. In beide schetsen zijn de verwijzingen naar de vesting van weleer allemaal erg fragmentarisch en, maar dat is mijn mening, ook misleidend. Het is gebruikelijk om in nieuwe bestrating de contouren van de oude situatie aan te duiden. Maar dan wel om aan te geven hoe het er op die plek vroeger uitzag en niet als een soort symbool, waarbij het de vraag is of de argeloze bezoeker wel begrijpt wat er met die figuren wordt bedoeld. Ik kan me voorstellen dat iemand die de historie van Grave niet kent bij het zien van de bestrating van voorstel 2 vermoedt dat het hier gaat om een oude landingsplaats van schildpadden.
In de scan van Jacques was de uitleg bij de verticale strepen op voorstel 2 weggevallen. De blauwe kleur kreeg als uitleg: bedriegertjes!
Natuurlijk is het goed de bezoeker van Grave te laten zien hoe de vestingwerken er hebben uitgezien en wat de betekenis daarvan was. Een maquette zoals Martien Koolen voorstelt kan daar een onderdeel van zijn, maar de informatiewaarde van alleen de maquette is beperkt. Tijdens een rondleiding kan de maquette als illustratie dienen, maar dan is de vraag of de loswal de beste plaats is. Je moet dit niet vanuit het oogpunt van een kenner van Grave bezien, maar zoals een niets of weinig wetende bezoeker de maquette zal ervaren.
Ik heb de maquette van de maquette ook gezien. Met de goede uitleg erbij is het veel meer dan een symbolische verwijzing. Maar mijn mening dat je die maquette in een afmeting van 8 x 9 meter niet maakt voor € 10.000 is alleen maar versterkt. Daarbij ga ik wel uit van een behoorlijke kwaliteit en niet van een plaat beton met wat krassen en rode verf. In het stuk staat wel dat het een schatting is, maar in de Gelderlander werd het bedrag al als een budget gebracht.
Over geld gesproken. Jacques merkte op dat het bedrag van € 450.000 niet in het voorstel staat. Het staat er wel in onder de kop Argumenten en alternatieven, één na laatste alinea. Er is dan ook geen sprake van schending van vertrouwen. Tenzij het raadsstuk zelf het lek is. Waterdicht is het in ieder geval niet.
Uit gesprekken heb ik inmiddels ook begrepen dat kleine schepen, waarvan de schippers met de situatie bekend zijn, liever niet aan de kade afmeren omdat zij daar beschadigd kunnen worden. Dan moet je natuurlijk niet door een vlonder de suggestie wekken dat de aanlegsteiger doorloopt. Dat is vragen om schadeclaims. Waarom grote schepen, die toch meer diepgang hebben, wel tegen de wal aan kunnen liggen vind ik niet logisch. Een reden temeer om de huidige situatie te onderzoeken en als dat al is gebeurd de resultaten bekend te maken
In het vorig artikel vroeg ik me af wat er met halfverharding wordt bedoeld. Uit de schetsen blijkt dat het toch om keiharde keien gaat, gres- en betonkeien.
De verwarring is inmiddels alleen maar groter geworden en toch zal er een uitspraak moeten worden gedaan. Uitstel van het besluit tot er een duidelijk visie is zou natuurlijk het beste zijn, maar dat zal wel op politieke bezwaren stuiten. Bovendien zou het wel eens kunnen zijn dat Rijkswaterstaat nog dit jaar het stuwpeil van de Maas wil verhogen en ook daarvoor is spoed geboden.
Mijn conclusie: houdt het nu simpel en doe alleen wat direct nodig is om de peilverhoging aan te kunnen en de kwaliteit als aanlegplaats en entree voor de stad te vergroten.
Dat kan door de kademuur te verhogen en zo nodig te verbeteren. Leg een simpele verharding aan die bestand is tegen de wisselende waterstanden en overstroming. Na de discussie over de visie op de vestingwerken zal wel blijken of er op de loswal nog verwijzingen zinvol zijn. Ik denk dat een open terrein het meest historisch is verantwoord. Misschien dat een moeras nog beter zou zijn. Het doel van vestingwerken was bezoekers buiten te houden. De huidige loswal moet juist aantrekkelijk worden voor bezoekers. Welke aankleding daarvoor nodig is moet volgen uit de nog te voeren discussie over het totaalplan.
Laat de parkeerproblematiek waar die hoort en praat nu nog even niet over een parkeerverbod. Daarvoor dient de parkeernota waar we ook al een tijdje op wachten.
Ik weet niet hoever het staat met het overleg met rijkswaterstaat. Mij staat trouwens bij dat een deel van de loswal ook eigendom is van het rijk.
Wil je voor de winter 2010-2011 iets daadwerkelijk aan de loswal hebben gedaan zul je het zo moeten aanpakken. Voorwaarde daarbij is wel dat de technische uitwerking van het plan en de aanbesteding vlot kunnen verlopen.
Dat brengt me overigens op de vraag wanneer met het bouwrijp maken voor Maaszicht wordt begonnen. Dat was toch voor december 2009 gepland?
zaterdag 23 januari 2010
Loswal vervolg
Er is een inbreng geweest van enkele mensen die zich uit zich zelf hebben gemeld. Voor de rest van Grave blijft het allemaal een verrassing. Er zijn wel stukken en een maquette ter inzage, maar deels bij de griffier. Ik ben er toch wel nieuwsgierig naar en ga maandag kijken. Nu oordeel ik alleen op basis van het raadstuk en dat zou ook mogelijk moeten zijn.
Het gaat nu alleen om fase 1 : een opknapbeurt van de huidige loswal. Toch is er van het totale budget van € 650.000 al € 450.000 nodig. Dan blijft er voor de rest niet veel over.
Voor de maquette van 8x9 meter worden de kosten geschat op € 10.000. Nu zal het toch een weer- en andere ellendebestendige constructie moeten worden en dan lijkt het mij een bijzonder optimistische schatting. Waarom die maquette niet bewaard totdat er meer bekend is en beslist is over het totaal plan? Bovendien komt er nog een visie op de vestingwerken van Grave. Daarvan is al veel verdwenen en misschien willen we met die andere verdwenen delen ook nog iets.
In het in september gepresenteerde plan was een steiger langs de loswal opgenomen. Volgens dit voorstel vervalt die. Is dat voorlopig of definitief? Ik neem aan definitief want er wordt nu een vlonder voorgesteld in het verlengde van de bestaande steiger, die in de normale hoogwaterperiode moet worden verwijderd. Die vlonder komt dus op de loswal te liggen. Waarschijnlijk is het de bedoeling daarmee een doorlopende steiger te suggereren. In mijn ogen wordt het een nepsteiger. Niet doen dus. Ik ben ook benieuwd naar de constructie. De loswal komt af en toe onder water te staan en dan kan er zeker langs de rand ook nog een flinke stroom staan. Rijkswaterstaat zal eisen dat er geen gevaar bestaat voor wegdrijven. Daarom moet de steiger van november tot maart ook worden verwijderd.
Er is altijd gesproken over verharding van de loswal. In het voorstel wordt gesproken over bestrating, maar in de paragraaf over kosten duikt op eens de term halfverharding op en dat staat ook in het ontwerpbesluit. Van bestrating is in het ontwerpbesluit geen sprake meer. Behalve dat het onduidelijk is doet het mij twijfelen aan de kwaliteit van de opknapbeurt en dat voor zoveel geld.
Een belangrijke rol speelt ook het parkeren. Dat het college voorstelt pas te beginnen met de opknapbeurt als in een vervangende parkeerplaats is voorzien is dan ook prima. Het gevolg is wel dat in december 2010 met het werk wordt begonnen. En dat vind ik nou weer een tijdstip dat je juist niet moet beginnen. Je loopt dan een reële kans dat je hele werk een keer wegspoelt en dat zal ook Rijkswaterstaat niet leuk vinden. Daar staat wel weer tegenover dat ik het nogal optimistisch vindt dat de vervangende parkeergelegenheid volgens de planning van het college gerealiseerd kan worden. Als je geen tijd neemt voor een goede communicatie verlies je die tijd zeker in een bezwarenprocedure, ook als je al uitgaat van een tijdelijke oplossing. En dat vind ik sowieso al kosten verspillen.
Moraal: wil je snel, dus voor december 2010, de loswal hebben opgeknapt moet je het parkeren nog maar een tijdje gedogen.
Er wordt wel gesproken over een onderzoek naar de waterdiepte, maar is er voldoende bekend over de kwaliteit van de wand van de loswal? Een aantal jaren geleden is daar een probleem mee geweest en volgens mij is wel het gat gerepareerd, maar niet de hele loswal verbeterd.
De redactie van het hele stuk is nogal merkwaardig en dat geldt zeker voor de formulering van het besluit. Samengevat staat er eigenlijk: ”Raad, laat het maar over aan het college”. Dat past wel uitstekend in de duale aanpak, waar de raad de hoofdlijnen vaststelt en het college de details invult. Maar helaas heeft de raad de hoofdlijnen voor de loswal als onderdeel van de Maasboulevard nog niet vastgesteld.
In het begin noemde ik al dat met de heren Timmermans en Koolen een gesprek is gevoerd. Dat gesprek leidde tot een aanpassing van het plan, vastgelegd in voorstel 2. Nu staat in het ontwerpbesluit dat het oorspronkelijke ambtelijke ontwerp (voorstel 1) wordt uitgevoerd. Nu wil meepraten niet zeggen dat je ook je zin krijgt, maar dan is toch wel op zijn minst fatsoenlijk dat je de argumenten geeft waarom toch het plan van de gemeente wordt uitgevoerd.
Het voorstel voor de loswal stond oorspronkelijk op de agenda van de commissie van de commissie Ruimtelijke Kwaliteitszorg van afgelopen donderdag. Het punt is echter afgevoerd vanwege het ontbreken van stukken. Nu wordt het in februari besloten. Het advies van deze belangrijke commissie komt dus na het besluit.
Ik vind niet dat het nu voorliggende voorstel zoveel beter is dan het vorige dat je verantwoord een besluit over kun nemen. Maar ja, er ligt natuurlijk wel de coalitieafspraak !
woensdag 20 januari 2010
Presentatieavond 19 januari 2010
Vier presentaties op één avond is te veel. Dat is al enkele malen gebleken en ook nu weer. De laatste presentator is daarvan duidelijk de dupe.
De raadsleden mogen na een presentatie een paar vragen stellen. Dat gebeurt op dezelfde wijze als in een raadsvergadering. Logisch dat de grens tussen vragen over de inhoud en politiek getinte vragen dan moeilijk is te handhaven. Het publiek, dat uit interesse voor de presentatie is gekomen, moet de mond dicht houden. Een presentatie maakt geen deel uit van het besluitvormingsproces. Informatie geven gaat daaraan vooraf. Het zou daarom beter zijn presentaties niet te laten lijken op raadsvergaderingen, maar een meer algemeen karakter te geven. Publiek en raadsleden zijn daarin gelijkwaardig. Ze zitten ook gewoon door elkaar. Er zal iets meer tijd moeten worden ingeruimd voor vragen stellen, maar dat kan worden bereikt door het aantal presentaties te beperken tot twee, maximaal 3. De neiging van raadsleden om vragen te stellen die in een raadsvergadering thuishoren zal dan ook makkelijker zijn te bedwingen (door de raadsleden zelf) zeker als bij de agendering van de presentatie het behandelingstraject wordt aangegeven zodat de raadsleden weten wanneer zij aan zet komen.
.
Vragen stellen tijdens het verhaal werkt altijd vertragend. Dat zou je dus niet moeten doen. Aan de andere kant kan een directe opmerking uit het publiek verhelderend werken. Een compromis wordt wel eens bereikt door af te spreken dat het publiek tussendoor geen vragen stelt, maar dat de voorzitter, of eventueel iemand anders die daarvoor is aangewezen, waar nodig de spreker vraagt in de microfoon te spreken of wat hij of zij met die Engelse afkorting bedoelt of iets dergelijks. Dat vraagt van die persoon wel wat inleving in het publiek en ook wat zelfbeheersing. Het helpt ook als wordt afgesproken dat alleen de presentator antwoordt en niet een wethouder. Politiek of bestuurlijk gerichte vragen worden dan niet beantwoord. Daarvoor komt een andere gelegenheid.
Eigenlijk leent de raadzaal zich niet goed voor presentaties en zeker niet als ze worden gehouden zoals ik hiervoor schetste. De sprekers stonden nu achter hun toehoorders en dat doet wat komisch aan. Of een andere opstelling, eventueel met gebruikmaken van de hal mogelijk is betwijfel ik. Zeker als de publieke belangstelling toeneemt, en dat zouden we allemaal moeten willen, kan beter worden uitgeweken naar andere ruimten. Straks hebben we het MFC.
Door op deze wijze te presenteren vervalt ook de noodzaak om onderwerpen als het IGP-Velp en landgoed Hermanussen twee keer moeten worden gepresenteerd.
Nog enkele opmerkingen over de presentaties zelf.
Veiligheidsnormen.
Aangezien het de eerste rapportage was in deze vorm (nulmeting werd het ook genoemd)kun je weinig meer doen dan je wenkbrauwen fronsen en ooh zeggen. Volgend jaar is dan te zien of we vooruitgaan of niet. Het is daarom ook te hopen dat het systeem niet weer snel verandert.
Ontwikkelingsplannen van de Broek Logistics Services BV (BLS)
Het was al enige tijd te zien dat het terrein van Maertens een nieuwe gebruiker had gekregen. Het leek op een vrachtbedrijf, maar tijdens de presentatie bleek dat het om heel iets anders gaat. Jacques Leurs zag al perspectieven voor de binnenstad. Een interessante ontwikkeling werd geschetst met kansen voor Grave. Het enige is dat het ruimtelijk beleid voor het Wisseveld hierdoor wel onderuit wordt gehaald. Nu is dat beleid toch al omgevallen, dus dat hoeft geen bezwaar te zijn. Er moet nu wel voor worden gewaakt dat het Wisseveld geen allegaartje wordt van bestemmingen. Het maken van een nieuwe totaalvisie wordt nu wel heel urgent, zeker omdat de vertegenwoordigers van het bedrijf wel geduldig leken, maar toch ook wel snel vooruit willen. Mij viel nog op dat bij de opsomming door de presentator van bestemmingen voor het Wisseveld het AZC ontbrak.
IGP-Velp
De ontwikkeling van dit plan is al ver gevorderd. Al in een eerder stadium hebben belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren. Wat de plannenmakers is het plan nu wel uitontwikkeld en moet er over worden besloten. Ëén element daarvan is hoe men in de omgeving over het uiteindelijke plan denkt. Dat zal tijdens de presentatie op 8 februari wel blijken. Vervolgens zal de raad moeten beslissen. Daarom moeten de raadsleden naar die bijeenkomst; met de oren open en de mond dicht.
Landgoed Hermanussen Velp
Het provinciale beleid laat dit soort ontwikkelingen toe, maar het is wel de vraag of we het in Grave wel willen zoals het hier is gepresenteerd. Gelukkig kwam Léon Kamps, raadsbreed gesteund, met het voorstel om eerst in het algemeen over deze ontwikkelingen een visie te ontwikkelen.
