dinsdag 18 januari 2011

De vergadercyclus van 1 februari 2011

De agenda's en stukken voor de komende raadcyclus zijn nu ook op de site van de gemeente verschenen. De eerste keer volgens de nieuwe methode waarover ik al enkele malen heb laten merken niet enthousiast te zijn.

De punten die op 1 februari in de voorbereidende vergadering aan de orde komen zijn naast de gebruikelijke als ingekomen stukken, spreekrecht en aan het eind de vragen van de raadsleden die voor het publiek meest een mistige aangelegenheid zijn:

Voorbereidingsbesluit Raymakerslaan;
Delegatiebesluit Hart van Grave;
Kadernota veiligheidsbeleid;
Kadernota handhaving;

Op de agenda van de besluitvormende vergadering, die dezelfde avond wordt gehouden staan vooralsnog alleen de vaste punten waaronder de besluitenlijst van 14 december 2010 (die geen besluitenlijst is maar alleen een opsomming van stemuitslagen). Voor het overige wordt in de voorbereidende vergadering vastgesteld welke punten uit die vergadering op de agenda van de besluitvormende vergadering komen. Dat is natuurlijk geweldig in strijd met het reglement van orde dat voorschrijft dat agenda en stukken een week van te voren moeten worden gepubliceerd. Leuk dit te constateren terwijl Handhaving op een bijzonder stoere wijze aan de orde komt. Met een bijzonder flexibele uitleg van dat reglement is de gang van zaken misschien nog wel goed te praten, maar dan vraag ik me toch echt af waarom er nog onderscheid wordt gemaakt tussen voorbereidende en besluitvormende vergadering. Tijd voor overleg tussen de 2 vergaderingen is er niet en dat betekent dat je hetzelfde onderwerp op één avond 2 keer aan de orde stelt. Dan is het, ook voor het publiek, veel overzichtelijker een onderwerp in één keer volledig af te handelen. Dat dan de wisselspelers niet kunnen worden ingezet is eigenlijk alleen voor Trots een nadeel. Die eenmansfractie heeft in het huidige systeem het voordeel dat hij in de voorbereidende vergadering toch met 2 personen aanwezig kan zijn. Uitstel van het besluit tot de volgende vergadering kan ook dan nog. Ik verwacht echter dat zoiets niet vaak zal gebeuren omdat het direct een uitstel met 6 weken is. Maar daar heb ik het al eerder over gehad.

Daarvoor vindt op 25 januari eerst nog een informatieavond plaats. De agenda hiervoor staat niet op de site, maar wel op de site van Keerpunt 2010 en ligt in de bibliotheek ter inzage. Delegatiebesluit en voorbereidingsbesluit hebben blijkbaar geen nadere informatie nodig en daar kan ik wel inkomen. Wel wordt nog gesproken over zorg- en leerlingenvervoer en de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de herontwikkeling van de voormalige Marechausseekazerne.

Opvallend vind ik dat Keerpunt 2010 VPGrave en de VVD hun fractieberaad houden voordat de informatieavond is geweest. Die informatie kunnen zij dus niet echt in hun standpuntbepaling meenemen, maar dat is in Grave niet ongebruikelijk.

Dan nu nog enkele opmerkingen over de agendapunten zelf.

Voorbereidingsbesluit Raymakerslaan

Opvallend is dat het ontwerpbestemmingsplan blijkbaar nog enige tijd wegblijft. Volgens mij verwachtte het vorige college dit plan in juni 2010 in procedure te kunnen brengen. Vanwaar deze vertraging? Een andere vraag zou zijn of de Raymakerslaan de enige plek is die deze bescherming nodig heeft.

Delegatiebesluit Hart van Grave.

Al eerder is een dergelijk besluit genomen, maar inmiddels is het plan wat gewijzigd en dus moet er een nieuw besluit worden genomen. Dat is trouwens niet de eerste keer. Het is de derde maal dat dit onderwerp op de agenda staat. Nu zijn alle goede dingen in drieën, maar komen er nu geen veranderingen meer die weer een wijziging nodig maken? De conclusie is in ieder geval dat het college deze delegatie gewoon te vroeg heeft gevraagd en gekregen. Ik weet niet wat een raadsvoorstel kost, maar het is in twee keer weggegooid geld geweest. In het kader van de bezuinigingen kom ik op nog meer van dergelijke zaken terug. Verbetering van deze zaken levert geen miljoenen op, maar vele kleintjes maken een grote. Al eerder heb ik aangegeven dat de tijdwinst die kan worden behaald zo gering is dat de hele delegatie onnodig is. Maar ja, de raad geeft deze zaak blijkbaar graag uit handen. Kwaad kan het niet.

Veiligheidsbeleid.

Het gaat om het vaststellen van de kadernota. Dat is een lijvig verhaal dat heel wat veiligheidsaspecten behandelt. Ook gezien de gebeurtenissen de laatste tijd elders in het land een zaak die gerust behoorlijk wat aandacht mag krijgen, zowel van de gemeenteraad als van de burgers. De kadernota waarin het veiligheidsbeleid van de gemeente voor de komende jaren wordt vastgelegd wordt er nu wel snel doorheen gejaagd.

Bij het doorlezen heb ik vooral gelet op de paragrafen communicatie en financiën. Nou daar was ik gauw mee klaar. Uitermate mager.

Over communicatie staat in de nota eigenlijk alleen maar dat communicatie belangrijk is en dat er in Grave meer aan moet worden gedaan. Over hoe die communicatie dan gaat gebeuren staat er niets. Wel wordt gewezen op het reguliere overleg met wijk- en dorpsraden over dit onderwerp. Ik vraag me af of die raden dat ook zo voelen. Nu moet het college nog met een uitvoeringsprogramma komen. Het raadsvoorstel geeft voor het onderwerp communicatie daarin niet veel hoop. In de standaardparagraaf over communicatie staat vooral dat er overleg is gepleegd met allerlei deskundigheden over dit onderwerp. De burgerij wordt later wel via kranten e.d. geïnformeerd. Nu zou het best eens zo kunnen zijn dat er in de burgerij ook goede ideeën leven over wat voor de veiligheid in Grave van belang is. Betrekken van wijkraden en ondernemers voordat het beleid wordt vastgesteld was dan in mijn ogen ook noodzakelijk geweest. Voor dit onderwerp is ook draagvlak nodig. Dat moet een gemeentebestuur zien te krijgen en dat lukt niet via wat krantenartikelen.

Nu de gemeente een ombuigingsoperatie is gestart zou je verwachten dat in nieuw te formuleren beleid, zoals hier, daar aandacht aan wordt besteed. Dat voorkomt weer dubbel werk. En ja, er is een financiële paragraaf en daar staat in dat het programma veiligheid de gemeente jaarlijks zo'n € 1.600.000 kost en dat de gemeente gaat bezuinigen. Dat is alles. Je zou verwachten dat de opstellers vanuit het gemeentebestuur direct de opdracht hadden meegekregen te bezien of hier –al dan niet wenselijke- bezuinigingen mogelijk zijn. Nu gaat de raad een beleid vaststellen en vervolgens moet de zaak direct weer op de schop.

Handhavingsbeleid.

Hier kan ik kort zijn. De opmerkingen die ik maakt bij de veiligheidsnota zijn ook bij dit onderwerp van toepassing, zij het dat het financiële aspect wel wat minder zal spelen.

Slotwoord

Afgelopen week was er voor de wijkraden van de kern Grave een informatiebijeenkomst over IDOP. (Integraal Dorps Ontwikkeling Plan). Die avond werd uitgelegd dat in zo'n gemeenschap eigenlijk alles met alles samenhangt en dat je daarom een plan voor een dorp (in dit geval stad) integraal moet opstellen. Nadrukkelijk werd ook gesteld dat daarbij ook gelet zou moeten worden op de noodzakelijke bezuinigingen. De bewoners van het betrokken dorp(stad) moeten dan ook vanaf het begin bij de opstelling van het plan worden betrokken. Uit mijn hart gegrepen, maar waarom dan niet bij de nu aan de orde zijnde onderwerpen. Hoe integraal is integraal eigenlijk in onze gemeente?

maandag 17 januari 2011

Bezuinigingen deel 2

Bezuinigingen deel 2

Als we de tijd hadden, dus zeg maar een jaar eerder met deze operatie waren begonnen, konden we eerst alle mogelijkheden inventariseren met de consequenties om dan keuzes te maken. Die tijd hebben we niet. De operatie moet op 1 juni zijn afgerond. Dat betekent dat iedere zich aandienende mogelijkheid om inkomsten te verwerven of uitgaven te verminderen zou moeten worden aangegrepen. Vandaar ook mijn voorstel te beginnen met een stop op nieuwe uitgaven. Maar het ziet er niet naar uit dat de raad daar iets voor voelt. Dat betekent dat we nog even doorgaan met meer uitgaven dan verantwoord is en daarmee wordt de opgave lastiger. Het zij zo.

Inkomsten verhogen

Als eerste middel om financiële moeilijkheden te overwinnen heb ik verhogen van inkomsten genoemd. Net als in een gewoon huishouden kan dat op 2 manieren. Je kunt proberen een hoger inkomen te verkrijgen of je kunt bezittingen verkopen. Het voordeel van inkomsten verhogen is dat je er ieder jaar opnieuw van profiteert. Verkoop van eigendommen is eenmalig. Je kunt daardoor schulden aflossen en dan heb je minder last van rente en aflossing. Als je de opbrengst van verkoop niet direct weer uitgeeft verbetert het de positie wel.

De mogelijkheden voor een gemeente om eigen inkomsten te verwerven zijn beperkt. De Onroerende Zaakgoed Belasting is het meest bekend en de hondenbelasting het meest verfoeid. Er zijn wel ander inkomsten zoals riool- en reinigingsrecht, maar die mogen alleen maar worden gebruikt om de kosten van riolering en afvalverwijdering te betalen. Natuurlijk helpt het mee, dus is het belangrijk dat wordt bekeken of de tarieven wel kostendekkend zijn. Waar dat nog niet het geval is zou dat alsnog kunnen gebeuren. Dat moet de gemeenteraad natuurlijk wel willen en misschien ook durven. Belastingen en tarieven verhogen is natuurlijk nooit leuk.

Er zit in deze hele materie iets tegenstrijdigs. Als het financieel goed gaat in het land, dus zowel bij gemeenten als burgers, is de noodzaak voor de gemeenten om de kosten voor de burgers te verhogen niet zo groot, terwijl een eventuele verhoging voor de burgers minder hard aankomt. In tijden van financiële nood is de noodzaak voor de gemeenten de tarieven te verhogen groot en de bereidheid en vaak ook de mogelijkheid voor de burger om een hogere bijdrage te leveren laag.

De moraal - en die geldt zo ik vroeger heb geleerd ook voor een normaal huishouden- is dat in goede tijden moet worden gespaard en tarieven op peil worden gehouden, zodat in tijden van nood de burgers niet te hoeven bijspringen. Wijsheid achteraf.

De laatste jaren heeft de gemeenteraad de financiële zorg flink laten sloffen. Zelfs financiële overzichten kwamen in de raad niet meer aan de orde. Al in 2000 werd aangegeven dat zonder flinke verhoging van de OZB de, toen aanzienlijke, reserves zouden moeten worden aangesproken om het voorzieningenpeil te kunnen handhaven. Dat is niet gebeurd. De gemeenteraad heeft jaar op jaar met veel trots een begroting vastgesteld zonder belastingverhoging. Dat heeft menige greep in de spaarpot gekost. Daarnaast is er met uitgaven nogal slordig omgesprongen.

Een van de voor de hand liggende mogelijkheden om eenmalige inkomsten te verwerven is het verkopen van bouwgrond. Dat levert natuurlijk alleen wat extra op als die grond niet in grondexploitaties is opgenomen. Dan zijn de inkomsten al meegerekend. Nu is dit al een oud gegeven en vorige gemeentebesturen hebben deze mogelijkheid al flink benut. Het was in de goede tijd, dus was de opbrengst van reststrookjes (leverde ook nog een bezuiniging aan groenonderhoud op) aanzienlijk. Ook de verkoop van pachtgronden bracht flink wat op. De mogelijkheden om te verkopen zullen nu minder zijn en bovendien is de bereidheid bij de burgers om grond te kopen waarschijnlijk ook minder dan toen, maar het zal moeten worden onderzocht.

Verder zie ik op dit moment geen mogelijkheden. Zover ik weet heeft de gemeente nergens een Rembrandt hangen. Is er een overzicht van dergelijke bezittingen van de gemeente? Dan kost het niet veel moeite na te gaan of hier iets valt te halen.

Wellicht dat er aan het eind van de rit, als ook het echte snijden is gedaan nog een tweede ronde verkoop van bezittingen mogelijk is. Ik denk aan overbodige machines en als we zo drastisch bezuinigen dat cultuur in Grave niet meer mogelijk is zouden ook het MFC en de andere dorps- en gemeentehuizen nog kunnen worden verkocht. De nog te effectueren opbrengst van Esterade, Katrien en de Westhoek is al uitgegeven!

Als je bedenkt dat 1% OZB-verhoging iets in de orde van € 10.000 opbrengt zal duidelijk zijn dat het wel helpt, maar dat met verhogen van inkomsten het doel niet zal worden bereikt.

Samenvattend: verhogen van inkomsten:

  • Alle tarieven maximaal kostendekkend maken;
  • De OZB in enkele jaren verhogen tot het maximale, (indien wettelijk mogelijk alsnog hier in 2011 mee beginnen)
  • Inventariseren welke gronden en andere bezittingen kunnen worden verkocht;
  • Bij bezuinigingen bezien welke bezittingen dan kunnen worden verkocht.

Anderen laten meebetalen

Hier zijn 2 varianten te onderscheiden.

De eerste variant berust op het profijtbeginsel. Je laat degene die belang heeft bij een activiteit van de gemeente daaraan meebetalen. Op veel gebieden gebeurt dat al. Ik had wat ik in de paragraaf over inkomsten verhogen schreef over allerlei tarieven net zo goed in deze categorie kunnen indelen. Hier zoek ik vooral naar activiteiten waarvoor over meebetalen geen regels zijn. Ik kom bij het zoeken naar mogelijkheden nog niet veel verder dan bezoekers van het stadhuis te laten betalen voor koffie en andere versnaperingen na raadsvergaderingen bijvoorbeeld. Kruimelwerk, ongastvrij en mogelijk paracommercieel. Maar misschien zijn er creatievelingen die hier wel een mogelijkheid in zien.

De ander variant is subsidiering en sponsoring. Subsidie verwerven is al gebruikelijk, maar kan misschien nog meer opbrengen. Blijkbaar heeft de gemeente hiervoor ook een bureau ingeschakeld. Sponsoring is minder gebruikelijk. Ik weet zo geen voorbeeld, maar als de gemeente het congres over monumenten en archeologie nog eens echt gaat organiseren kan daaraan worden gedacht.

Waar je bij subsidie en sponsoring voor moet oppassen is wat ik het bontjassyndroom noem. Dat vereist een toelichting:

Een echtpaar heeft financiële problemen en spreekt af voorzichtig te zijn met uitgaven en dus te proberen waar mogelijk gebruik te maken van aanbiedingen. Op zekere dag komt de vrouw des huizes thuis met de opmerking dat ze 2.000 gulden heeft bespaard. Man blij, maar vraagt wel hoe ze dat heeft gedaan. Wel, ze kwam langs een zaak waar een bontjas in de etalage stond die van 4.000 gulden was afgeprijsd naar 2.000 gulden. Die had ze gekocht en dus inderdaad 2.000 gulden minder uitgegeven. Vergeten was natuurlijk dat ze toch 2.000 gulden had uitgegeven aan een niet echt noodzakelijke aankoop. (natuurlijk had het ook een man kunnen zijn die de bontjas had gekocht)

Dat er subsidie kan worden gekregen mag dan ook nooit het doorslaggevend argument zijn om een project uit te voeren. Bij de brug voor Escharen werd dat argument wel erg doorslaggevend gepresenteerd.

Het zal duidelijk zijn dat ik van deze aanpak niet veel heil verwacht, maar ook hier is het misschien een inspiratiebron voor financieel creatieve personen.

Anderen het werk laten doen

Een heel bekend, en ook al toegepast, aanpak hiervan is het privatiseren van sportaccommodaties. Zo zijn in de negentiger jaren het zwembad met sporthal aan LACO overgedragen en de complexen van de voetbal- en hockeyverenigingen aan die clubs. Die markt is dus al aardig afgeroomd.

Er nog wel andere mogelijkheden te vinden. Verschillende gemeenten betrekken de burgerij bij het groenonderhoud. Denkbaar is dat een buurtvereniging het klein onderhoud van plantsoenen van de gemeente overneemt. Daar kan dan een financiële bijdrage van de gemeente tegenover staan waarvoor dan weer een buurtfeest kan worden georganiseerd. Een aantal inwoners heeft inmiddels het verwijderen van zwerfvuil al van de gemeente overgenomen. Heel fijn ofschoon geen rommel op straat gooien natuurlijk nog beter zou zijn. Misschien kunnen de winkeliers het water geven aan de zomerse plantenbakken overnemen, tenminste als die niet worden wegbezuinigd.

Hier is met creativiteit nog wel wat te verdienen.

Dan nu het echte zware werk: goedkoper werken en schrappen! Maar dat is voor volgende keer.

woensdag 12 januari 2011

Het marmer


 

Eigenlijk was ik nog niet van plan te reageren op de gang van zaken bij de gevelbekleding van het stadhuis. Loslatende, scheurende en ook afbrokkelende platen waren immers na 3 à 5 jaar te verwachten. Het kwam alleen wel snel.

De mededeling op de internet-editie van de Gelderlander geeft een verklaring maar roept toch een paar vragen op.

Allereerst de verklaring.
De kwaliteit van het marmer is het belangrijkste probleem. De lijm zelf is volgens de gegevens op zich sterk. Dat een hele plaat er af zou zijn gevallen wijst op een falende lijmverbinding. Te verwachten was scheurvorming in en afbrokkelen van het het marmer zelf.

Dan de vragen

  1. Wat is het voor merkwaardige constructie dat je voor een lekkage gevelplaten moet verwijderen? Wat is het trouwens voor lekkage?
  2. Waar komen dan de scheuren vandaan? Is dat het werk van een tekenaar?

Over de communicatie binnen de woonmaatschappij valt ook wel wat op te merken.

Wat de woonmaatschappij betreft kan Grave weer rustig van de marmeren gevel genieten.



PS.
De papieren Gelderlander geeft wat meer informatie. Het lekt in de parkeerkelder. Hoe zou die monteur hebben geweten dat hij juist die plaat moest verwijderen (dat ging blijkbaar makkelijk) om het lek te kunnen stoppen?
De scheuren worden kennelijk nog wel onderzocht. Hoe zou men tussen die 2 bureaus kiezen? Goedkoopste of leukste advies?

Voor mij is de oorzaak wel duidelijk. Interessanter dan de vraag "hoe is het gekomen" is het antwoord op de vraag "wat doen we eraan?"

vrijdag 7 januari 2011

Eerste maal “Vernieuwend vergaderen”

In dit nieuwe jaar gaat de gemeenteraad van start met het vernieuwend vergaderen. De bedoeling daarvan is dat er efficiënter wordt vergaderd en dat ook geïnteresseerde burgers het raadswerk beter kunnen volgen en er zelfs een actieve rol in spelen.

Het oude systeem kende een cyclus van om de zes weken een voorbereidende vergadering met een week later de besluitvormende vergadering. Tussendoor konden presentatieavonden worden gehouden. De ruimte tussen de voorbereidende en de besluitvormende vergadering bleek te kort om eventueel nodige aanvullende informatie te verstrekken. Daarom moest in de besluitvormende vergadering heel vaak aanvullende informatie worden gegeven. Van onderling beraad in de fractie en laat staan met de achterban kwam dan niet veel terecht. De fout zat naar mijn mening niet alleen in het systeem, maar ook in de toepassing. Raadsvoorstellen waren vaak onvolledig en kwamen dikwijls te laat voor goed overleg.

Het nieuwe systeem heeft eveneens een cyclus van zes weken maar nu met een informatieavond en een week later op één avond zowel een voorbereidende als een besluitvormende vergadering. Al eerder heb ik dit systeem nog slechter gevonden dan het bestaande. Zowel de tijd voor de voorbereidende als voor de besluitvormende vergadering wordt gehalveerd. Nu hoeft dat voor de voorbereidende vergadering niet zo'n probleem te zijn. Een belangrijk deel van de voorbereiding is immers het verstrekken van informatie en daarvoor is de informatieavond. Mijn grootste bezwaar is dat op één avond zowel een voorbereidende als een besluitvormende vergadering worden gehouden. Alhoewel dat niet in het besluit is terug te vinden is het, naar sommige raadsleden mij vertelden. de bedoeling dat de onderwerpen van de voorbereidende vergadering pas op de agenda van de besluitvormende vergadering in de volgende cyclus komen. Tussen voorbereiding en besluitvorming ligt dus 6 weken en dat is nou weer erg veel. Nu bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat, als er in de raad grote overeenstemming bestaat, een onderwerp direct in de besluitvormende vergadering wordt gebracht. Daar is al op gewezen. Hoe dat te rijmen is met een goede en tijdige agendering en toezending van stukken (volgens het reglement van orde moet dat een week zijn) is voor mij geen eens een vraag; het kan gewoon niet. Ook dreigt natuurlijk het gevaar dat, omdat zes weken ruimte wel erg veel is, de hele zaak toch maar op één avond wordt afgewerkt. Dat laatste is weer te ondervangen door eerst de besluitvormende vergadering te houden en pas in het tweede deel van de avond de voorbereidende. Het presidium moet dan een goede neus hebben voor stukken die geen zware voorbereiding nodig hebben. Dat zou uit de informatieavond kunnen blijken, maar dan is een week tussen informatieavond en raadsvergadering weer erg kort. Dat is hij toch al gelet op de termijn van toezenden van stukken. Volgt u het nog?? Dan hebben we het nog niet eens gehad over de kwaliteit van de stukken.


 

Het is wel duidelijk dat ik dit systeem niet zie zitten, maar de raad heeft nu eenmaal zo besloten en dus gaat het zo gebeuren. Vandaar dat ik reuze nieuwsgierig ben naar de agenda voor de eerste cyclus. Allereerst natuurlijk of daar wel een besluitvormende vergadering bij zal zijn? Maar helaas is er op de site van de gemeente nog niets te vinden. Zelfs het vergaderschema is nog niet bekend, terwijl de eerste vergadering al op 1 februari wordt gehouden. Enig uitsluitsel bieden de B&W-besluitenlijsten van 21 en 28 december, alhoewel die de merkwaardige titel dragen van besluitenlijst besluitvormende raadsvergadering 1 februari 2011. Ik ben benieuwd wat toekomstige archiefvorsres hiervan zullen denken.


 

Op 21 december heeft het college een raadsvoorstel voor een voorbereidingsbesluit voor de Raijmakerslaan goedgekeurd om direct op 1 februari in de besluitvormende vergadering te behandelen. Nu lijkt dat inderdaad een besluit dat weinig voorbereiding nodig heeft, maar je weet het maar nooit.

Een tweede voorstel behelst de aanpassing van het delegatiebesluit voor het "Hart van Grave". Ook dit voorstel wil het college direct in de besluitvormende vergadering behandelen. Nu weet ik niet wat de aanpassing behelst, maar het onderwerp zal zeker discussie uitlokken. En dan op één avond in 2 vergaderingen over hetzelfde onderwerp praten?

Op 28 december zijn nog 3 voorstellen goedgekeurd, ook voor de besluitvormende vergadering. Toch zijn het onderwerpen waar best wat over te zeggen valt:

  • Kadernota integrale veiligheid 2011-2014;
  • Stedenbouwkundige randvoorwaarden marechausseekazerne
  • Handhavingsbeleid 2011-2015 en uitvoeringsprogramma.

Ga er maar aan staan!

Ik ben benieuwd naar de stukken en hoe het presidium en de raad dit gaan aanpakken.


 


 

dinsdag 4 januari 2011

Bestemmingsplan binnenstad; haastwerk of gedegen?

Mevrouw de voorzitter,

Dit verhaal is voor u, de raad en het college naar ik hoop geen nieuws. Er zijn echter ook mensen buiten de directe kring van de raad die deze bijdragen lezen. Noem het maar een schaduwpublieke tribune, zoals ik een schaduwfractie ben. Ter wille van die publieke tribune daarom deze bijdrage. Natuurlijk hoop ik dat u, en met u de hele raad aandacht besteedt aan wat ik hier opschrijf.

Het bestemmingsplan voor de kom van Grave, ofwel de binnenstad, is ruim 30 jaar oud. Volgens de wet moet het iedere 10 jaar worden herzien. Onder voorwaarden, waaraan Grave niet voldeed, kon de periode worden opgerekt tot 20 jaar. Je kunt dus rustig zeggen dat Grave behoorlijk nalatig is. Nu staat op het overschrijden van de termijn geen straf en zijn er zelfs procedures om toch bouwplannen die in strijd zijn met het bestemmingsplan goed te keuren. Maar dat is eigenlijk allemaal lapwerk.

Het gemeentebestuur heeft herziening van dit bestemmingsplan dan ook al lang op de klussenlijst staan. Maar er is nog steeds niets van gekomen. Waarom er niet aan is begonnen is mij eigenlijk een raadsel. Bij de verkoop van het nu verlaten stadhuis aan v.d. Horst heeft de gemeente zich zelfs verplicht het bestemmingsplan tijdig te herzien. Toen was al te voorzien dat dit niet haalbaar zou zijn. Er werd dus gebruik gemaakt van de achterdeur in de wet: er zou een projectprocedure worden gevolgd. Het voordeel voor de gemeente daarbij is dat vd Horst het meeste werk moet doen. De gemeente moet dan wel binnen een vastgestelde periode het bestemmingsplan alsnog herzien ander hoeft vd. Horst de leges niet te betalen. Het gaat daarbij om tonnen. Er is dus een flinke financiële stok achter de deur. Vandaar dat ergens in de informatie rond de begroting 2011 staat dat in het eerste kwartaal van 2011 wordt begonnen met dit bestemmingsplan. In de brief van het college aan de verzekering van Theo Gerrits (je moet je informatie toch ergens vandaan halen) staat zelfs dat een eerste ontwerp al in maart of april 2011 ter inzage wordt gelegd. Dat is dus snel en mogelijk wordt er nu van mijn kant een hoera verwacht. Nee dus. Dit kan niet waar zijn. Als iemand tegen mij om elf uur zegt dat hij weggaat omdat hij om twaalf uur in Maastricht moet zijn, zeg ik ook niet goede reis, maar iets dat ik beter hier niet kan opschrijven.

Waarom kan dat niet? Nou "kan niet" is misschien wat veel gezegd. Net zo goed als je met 180/uur over de A73 Maastricht misschien wel in een uur haalt kan een "eerste" ontwerp wel in maart/april ter inzage worden gelegd, maar vraag dan niet naar de kwaliteit.

"Ter inzage leggen" is niet zomaar een kladje laten zien; het is de start van de formele procedure. Het moet dan ook het ontwerp zijn waarvan het college overtuigd is dat het goed is en dat alle nodige en beschikbare informatie erin is verwerkt, zodat het zowel de raad als de bezwarenprocedures zal overleven. Alvorens er met goed fatsoen iets ter inzage kan worden gelegd moet er dus een hoop gebeuren en is er veel overleg nodig met betrokkenen. Dat kan nooit voor maart/april zijn afgerond. Eigenlijk gelooft het college er zelf ook niet in. Bij de begroting werd gesproken over "beginnen met het bestemmingsplan" en in de brief aan de verzekering is sprake van een "eerste ontwerp". Het college verwacht kennelijk zelf ook al dat het ter inzage te leggen ontwerp het niet zal halen en door een tweede moet worden vervangen. Dat betekent tijdverlies en overbodige kosten, dus een linkje met de bezuinigingsoperatie.


 

Hoe moet het volgens mij dan wel?

Allereerst zal moeten worden geïnventariseerd welke afwijkingen

  • Via een procedure (bijv. art. 19.1) tot stand zijn gekomen. In ieder geval zijn dat het Erskine-complex aan de Infirmerie, het Noorderblok en het Kazerneplein en mogelijks een reeks kleinere wijzigingen
  • Wel met instemming van het college tot stand zijn gekomen, maar niet volgens een juiste procedure of waarvan de proceduregegevens niet meer zijn terug te vinden. Mogelijk dat de woongalerie met stadstuin in deze categorie valt.
  • Tot stand zijn gekomen zonder dat er een vergunning voor is verleend, maar die wel kunnen worden gelegaliseerd;
  • Tot stand zijn gekomen zonder vergunning en die niet kunnen worden gelegaliseerd. In die gevallen zal dan een handhavingtraject moeten worden gestart.


 

Vervolgens moet worden nagegaan welke door de raad inmiddels vastgestelde beleidsnotities of structuurvisies op het bestemmingsplan van invloed zijn. Ook de zaken die nog in de pijplijn zitten horen daarbij. Ik heb die inventarisatie niet, maar weet wel een paar voorbeelden:

  • De structuurvisie van Herengracht uit 1990 (?)
  • De visie van Erskine op de binnenstad van 1993;
  • Het beeldkwaliteitplan dat begin 2009 ter visie lag, maar waarover na een hoorzitting niets meer is vernomen;
  • Het verkeerscirculatieplan;
  • De visie op de inrichting van de openbare ruimte;
  • De onlangs vastgestelde parkeernota;
  • Overzicht rijks- en gemeentemonumenten en beeldbepalende panden.


 

De gemeenteraad zal moeten vaststellen of deze visies, of welke status ze ook mogen hebben, al dan niet gewijzigd, in het nieuwe bestemmingsplan moeten worden opgenomen.


 

De volgende stap is nagaan of er wijzigingen in visies en bestemmingen moeten komen. Het vorige plan ging uit van het winkelcarré en de Horeca in de Maasstraat. Is dat nog zo? Is er reden om het basisstreven: bevorderen economie en toerisme, in het bestemmingsplan te verwerken. Er zijn in ieder geval drie zaken waarover de raad een uitspraak moet doen.

  • Er ligt het verzoek van Jan des Bouvrie de bestemming van het Arsenaal te veranderen. Het college heeft zich daartoe bereid verklaard en is met de raad in overleg over wat wel en niet kan;
  • Er ligt een verzoek van de scheepswerf het bestemmingsplan zo aan te passen dat beter aan de milieueisen kan worden voldaan. Het college heeft inmiddels besloten daar niet aan mee te werken. De raad zal daar echter over moeten beslissen.
  • Volgens de nog steeds aangehouden planning wordt het huidige Maaszicht eind 2012 verlaten. Dan zal het gebied een andere bestemming moeten krijgen. Ook hier zal de raad een uitspraak moeten doen over wat wel en niet kan. Uit antwoorden op vragen uit de raad blijkt echter dat het college in dit geval alles overlaat aan de eigenaar en dat is Mooiland/Maasland.

Opvallend is dat het college in deze drie gevallen, die met elkaar gemeen hebben dat de ontwikkelingen gevolgen hebben voor het bestemmingsplan, steeds een andere aanpak kiest.

Zeker voor wat betreft het gebied Prinsenstal (oude Maaszicht) vind ik de opstelling van het college –en de acceptatie daarvan door de raad- merkwaardig. Het principe van het gemeentebestuur is dat niet zelf wordt ontwikkeld, maar dat de gemeente wel de regie in handen wil houden. Voor zover ik weet geeft een regisseur zijn of haar aanwijzingen altijd van te voren.


 

Het ligt voor de hand dat wijkraad, ondernemersorganisaties, historische verenigingen, direct betrokkenen en wellicht nog anderen over het bovenstaande een mening zullen hebben die zij graag in het bestemmingsplan zien verwerkt. Het college heeft al diverse malen uitgesproken dat het daarover liever van te voren overleg pleegt dan via een zienswijze en/of bezwarenprocedure. Er zal dan ook heel wat overleg moeten worden gepleegd, zeker omdat uit de bevolking wel eens tegengestelde meningen naar voren kunnen komen.


 

Alles bij elkaar moet er dus nog al wat gebeuren alvorens een ontwerp bestemmingsplan met kans van slagen ter inzage kan worden gelegd.


 

Nu kan het gemeentebestuur zeggen dat er eigenlijk best met het oude bestemmingsplan kan worden geleefd en dat je kunt volstaan het opnieuw vast te stellen met hoogstens wat aanpassingen aan de nieuwe wetgeving. Waar nodig volg je te zijner tijd een projectprocedure en geregeld is de zaak. Maar de bedoeling van een bestemmingsplan is nou juist om tot een samenhangende visie te komen.


 

Het college heeft aangekondigd dat er in het eerste kwartaal van 2011 met dit bestemmingsplan wordt begonnen. Ik hoop dat de inventarisatiewerkzaamheden inmiddels zijn uitgevoerd. Het begin zou dan een plan van aanpak met planning kunnen zijn. Iedere betrokkene weet dan of en zo ja wanneer de inbreng kan worden geleverd.


 


 

zaterdag 1 januari 2011

Bezuinigingen; deel 1 start


 

Het wordt nu ernst. Er moet en er gaat worden bezuinigd in Grave. Dat zullen we allemaal merken. Gelukkig mogen we meedenken. Aan de Graafse bevolking is gevraagd ideeën aan te dragen. Op de website staan daarvoor 2 soorten invulformulieren. Dit systeem van "roept u maar" om ideeën los te maken wordt vaak toegepast als begin van een veranderproces. Het werkt echter het best als gezelschapspel. Het ene, misschien onzinnige, idee inspireert een ander tot een ander dat wellicht beter uitvoerbaar is. En zo komt er langzamerhand iets dat als begin van een proces kan dienen. Bij de aanpak uitsluitend via internet ontbreekt gezelschap als inspiratiebron.

Ik loop daarom al een aantal dagen rond met de vraag hoe ik aan dit spel wil meedoen. De vraag of ik wil meedoen is niet aan de orde.

Nadenken werkt bij mij het best tijdens de afwas. In deze tijd van feestdagen was er voldoende gelegenheid hierover te peinzen.

Het hier direct uit voortvloeiende idee om alle afwasmachines uit het stadhuis te verwijderen en beleidsambtenaren tijdens het nadenken te laten afwassen heb ik zelf, als zijnde onzinnig, verworpen. Het is een voorbeeld van omdraaien van oorzaak en gevolg of doel en middel. Daarvoor moet je goed oppassen

Nu is dit niet de eerste bezuinigingsoperatie die ik meemaak. Zowel bij waterschap als gemeente zijn deze processen regelmatig voorgekomen. Helaas is onze samenleving meer gericht op geld uitgeven dan op besparen. Vandaar ook de financiële crisis.

Hieronder het resultaat van dat afwassen. Ik produceer die in afleveringen. Want ook bij mij komt alles niet in eens. Daarvoor is een reeks afwassen nodig.

Om ideeën te ontwikkelen is een inspiratiebron nodig. De gemeenteraad heeft een startnotitie gekregen. Al eerder heb ik vergeefs gevraagd die notitie openbaar te maken. Dan weten we beter waar het over gaat, waar het probleem zit en de mogelijkheden. Dat kan het denken een beetje richting geven.

"Dweilen met de kraan open" is een bekend gezegde. Als je water op de vloer ontdekt moet je dus niet beginnen met dweilen, maar met het lek zoeken. Als dat niet direct lukt is het verstandig de hoofdkraan dicht te draaien. vervolgens te dweilen.

Het eerste idee is dus: bevries zoveel mogelijk alle uitgaven. Dat is een ook in andere sectoren gebruikelijk begin. Als in een winkel ergens een verkeerd potje tomatenpuree staat wordt begonnen met alle potjes uit de schappen te halen. Daarna wordt het verkeerde potje gezocht en kan de rest weer in de handel. In de praktijk van Grave betekent het in ieder geval: voorlopig geen brug in Escharen en geen restauratie van de Kat enzovoorts, enzovoorts. Wees in de uitgavenstop behoorlijk radicaal. Een bijkomend effect is dat het een sfeer creëert die het vinden van kostenbesparingen makkelijker maakt. Wellicht komt hier ook ambtenarenwerktijd vrij. Die kan dan mooi worden ingezet bij de bezuinigingsoperatie. Denk niet dat je dit er even bij kunt doen om in de kadernota 2012 al resultaat te kunnen opnemen.

Bezuinigingsmaatregelen kun je indelen in een aantal categorieën.

  1. Inkomsten verwerven;
  2. Een ander laten meebetalen;
  3. Dezelfde kwaliteit leveren tegen minder kosten, ook wel efficiency verbeteren genoemd;
  4. Genoegen nemen met een mindere kwaliteit;
  5. Het werk door anderen laten doen, die dat goedkoper kunnen en willen (privatiseren);
  6. Uiteindelijk: de voorziening radicaal schrappen.

In volgende afleveringen ga ik dieper op deze categorieën in. Nu nog 2 opmerkingen over het vervolg van het proces.

  • Burgers zullen worden geconfronteerd met de gevolgen van de operatie. Zij zullen meer moeten gaan betalen; moeten dingen zelf gaan doen of dingen maar helemaal vergeten. Dat is een niet bepaald aantrekkelijk vooruitzicht voor de kiezers. De raadsleden die daartoe moeten besluiten zullen toch te zijner tijd willen worden herkozen. Er moet dus iets worden uitgelegd. Communicatie dus. Een suggestie:

Open op de website een eigen pagina voor dit proces. Zet daarop alle stukken, te beginnen met de startnotitie voor de raad. Geef die pagina de vorm van een blog, zodat er op kan worden gereageerd.

Geef de hele operatie ook een pakkende naam. Dat bij mij dan de naam "operatie afwas" opborrelt ligt voor de hand. Die naam slaat nergens op, maar dat hoeft ook niet.

Het doel moet zijn dat we bezuinigen uiteindelijk nog leuk gaan vinden ook. Uitdagend is het al.

  • Naar mijn mening vraagt een proces als dit om een meer dictatoriale aanpak. Je ziet dat meer bij saneringen in organisaties. Er wordt een interim aangesteld die het proces leidt. Hij of zij krijgt uiteindelijk de schuld van alle er uit voortvloeiende ellende en wordt dan ook weggestuurd, waarschijnlijk met dank voor de bewezen diensten. De organisatie gaat opgelucht in de nieuwe situatie aan de slag en de interim op weg naar zijn of haar volgende klus. Ik weet niet wat de plannen van de waarnemend burgemeester zijn, maar een waarnemend burgemeester de leiding te geven van deze operatie ligt natuurlijk voor de hand.

Wordt spoedig vervolgd.

vrijdag 24 december 2010

Scheepswerf (alweer)

Scheepswerf.

Enige tijd geleden heeft het college medegedeeld dat pogingen om de scheepswerf te verplaatsen worden gestaakt. De raad heeft hier stilzwijgend mee ingestemd het geen ik, afgezien van de stilzwijgendheid, verstandig vind. Blijft natuurlijk de vraag wat er nu moet gebeuren. De plannen voor de Maasboulevard en loswal moeten worden herzien en ook had de scheepswerf al een plan ingediend voor voorzieningen om aan de milieueisen van de provincie te voldoen. Daarvoor zou wel het bestemmingsplan voor de binnenstad moeten worden gewijzigd.

Op 14 december heeft het college over de plannen van de scheepswerf een besluit genomen. Ik citeer uit de besluitenlijst:

Ontwikkeling Scheepswerf Grave. B.V.

1. Er wordt geen medewerking verleend aan een mogelijke planologische uitbreiding van de Scheepswerf op de huidige locatie aan de Maaskade 28 te Grave;

2. Aan Scheepswerf Grave B.V. wordt meegedeeld, dat het college bereid is de huidige locatie van de Scheepswerf in het nieuwe bestemmingsplan 'Centrum, Grave' op te nemen en conserverend te bestemmen (zonder verdere uitbreidingsmogelijkheden), waarbij rekening wordt gehouden met de verleende bouwvergunning van 1981, de milieuvergunning van 1995 en de uitspraken van de Raad van State van 1985 en 2009;

3. De raad wordt geïnformeerd over dit besluit;

4. Zowel de Scheepswerf als de provincie Noord-Brabant worden geïnformeerd over dit besluit;

Einde citaat.

Wat het college betreft dus "einde verhaal", maar zo simpel is het niet. Het is interessant te vernemen dat het college alleen bereid is de scheepswerf conserverend op te nemen, maar het is de raad die het bestemmingsplan vaststelt en of de raad zonder enige discussie ook "einde verhaal" tegen de scheepswerf zegt moet nog maar worden afgewacht.

Wordt dus evenals de stadstuin vervolgd in de discussie over het bestemmingsplan binnenstad.

donderdag 23 december 2010

(Voorlopig) slot discussie handhaving stadstuin

De huidige discussie over de stadstuin is voorbij! Dat viel te lezen op de website van de gemeente. Het stond in de besluitenlijst van B&W van 14 december:

Handhavingstraject Maasstraat 21 te Grave.

1. Er wordt voorlopig geen start gemaakt van het handhavingstraject;

2. Er wordt een gesprek aangegaan met de ondernemer om af te stemmen hoe de activiteiten, al dan niet, binnen een herzien bestemmingsplan kunnen worden opgenomen;

3. De raad wordt geïnformeerd over dit besluit.

In gewoon Nederlands betekent dat voorlopig alles bij het oude blijft en dat in de nieuwe regeling voor wat wel en wat niet mag in de binnenstad ook naar de stadstuin wordt gekeken en daarover gaat de gemeente met Theo en Gerri Gerrits praten. Omdat de gemeenteraad dat uiteindelijk bepaald wordt de gemeenteraad over dit besluit geïnformeerd. Dat had de raad ook al gevraagd. Theo en Gerri weten het inmiddels ook, maar dan van mij.

Twee opmerkingen:

Op zich is het natuurlijk fijn dat Theo en Gerri niet door de gemeente worden gedwongen te stoppen met hun bezigheden in de woongalerie en de stadstuin. Te hopen is tenminste dat voor hen de lol er niet af is. Gezien de vele positieve reacties vindt (bijna?) iedereen dat zij door die activiteiten kleur geven aan het leven in de binnenstad en dat kunnen we best gebruiken. Daarom ben ik wel gerust over hetgeen de raad uiteindelijk over de stadstuin gaat beslissen. Dat daarbij grenzen moeten worden gesteld aan hetgeen aan de fantasie en creativiteit van Theo ontspruit, begrijpt hij ook wel. Hij heeft dat trouwens zelf in zijn brief ook al aangegeven. Blijft de vraag waarom de gemeente in oktober is begonnen met dreigementen in plaats van overleg. Dat heeft alleen maar tijdverlies en ergernis opgeleverd. Daaruit moet lering worden getroffen. In het nieuwe bestemmingsplan komen meer zaken aan de orde waarover beter eerst overleg kan worden gevoerd in plaats van plompverloren een voorstel ter visie te leggen.

Ik schreef hierboven dat Theo het bericht van mij hoorde en dus niet van de gemeente. Dat is niet zoals het hoort. Het college heeft gedreigd met handhaving en dan moet het bericht dat dit niet doorgaat ook van de gemeente komen. Theo moet het niet van mij horen of in de krant lezen. De gemeenteraad heeft er zelf ook de pest over in als zij nieuws uit de krant moeten halen. Dat B&W-besluiten, die openbaar zijn, snel nadat de notulen zijn goedgekeurd op de website worden geplaatst is toe te juichen, en dat doe ik dan ook. Als in een besluit staat dat personen of instellingen op de hoogte moeten worden gesteld van het besluit moet men er dan wel voor zorgen dat dit gebeurt voordat het besluit wordt gepubliceerd. En nou niet dit bereiken door de besluitenlijst maar wat later te publiceren! Dat in het besluit niet stond dat Theo en Gerri ook zouden worden geïnformeerd beschouw ik maar als een redactionele zaak. Het spreekt immers van zelf dat betrokkenen onmiddellijk over een besluit worden geïnformeerd. Maar in een ander besluit in dezelfde lijst stond wel dat niet alleen de raad, maar ook de betrokkene zou worden geïnformeerd.

Ik hoop dat als iemand van het gemeentebestuur of de ambtenaren dit leest hij of zij dan denkt : "verrek (of nettere woorden van gelijke strekking), daar zorg ik even voor". Dat kan want het is heel eenvoudig.

zondag 19 december 2010

Stadstuin en Stadsdichter

Twee onderwerpen die, behalve de eerste lettergreep, ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Ik zie toch een relatie.

Allereerst de Stadstuin

Volgens mij hoort –hoe het ook afloopt- de Stadstuin van Theo en Gerri Gerrits tot het Graafs Cultureel Erfgoed en verdient zij daarom een plaats in de Graafse Canon.

Na de eerste commotie is het wat stil geworden rond de stadstuin. Op 25 november was de tijd verstreken dat Theo zijn winkel en tuin had moeten opruimen om zo aan de wens van de gemeente te voldoen en zo bestuursdwang te voorkomen. Inmiddels was wel een brief naar de gemeente gestuurd waarin werd aangetoond dat in ieder geval de winkel wel door de gemeente was goedgekeurd en de tuin geaccepteerd. Als er dan problemen waren konden die toch worden opgelost in het kader van het nieuwe bestemmingsplan dat voor de binnenstad moet worden opgesteld. Op die 25e november constateerde een vertegenwoordiger van de gemeente dat de zaak niet in orde was. Hij wees er nog eens op dat de gemeente dit zou kunnen doen op kosten van de woongalerie. De verzekering van Theo en Gerri had inmiddels bij de gemeente geïnformeerd en op 29 november een antwoord gekregen. Dat antwoord kwam op maandag 6 december bij Theo en Gerri terecht. De inhoud was zo verrassend dat zij dit zo snel mogelijk bij de raad bekend wilde maken. De gemeenteraad had immers al te kennen gegeven dat de woongalerie met stadstuin in de binnenstad thuishoort en het college de kwestie naar genoegen moest oplossen. Op hun verzoek heb ik daarom op dinsdag 7 december in de voorbereidende vergadering gebruik gemaakt van het spreekrecht. Op de agenda van die vergadering stonden ook 2 ingekomen brieven over de stadstuin. Ik heb daar de gemeenteraad, het college, de aanwezige ondersteunende ambtenaren en het publiek meegedeeld dat het college aan de verzekering van Theo en Gerri in een brief had meegedeeld dat eerst het bestemmingsplan zou worden herzien (en dat gebeurt blijkbaar al vlug) en dat pas daarna de vraag of er moet worden gehandhaafd aan de orde komt. Gezien de opstelling van de raad is het te verwachten dat woongalerie en stadstuin, al of niet met aanpassingen, in dat bestemmingsplan een plaats krijgen. Dit was precies wat ook in het antwoord aan de gemeente was voorgesteld. Ook wethouder Adams (portefeuillehouder handhaving) beaamde dat er van handhaving nog geen sprake was. Resteert de vraag waarom, als men al zo nodig opeens wat moest laten horen, niet aan de familie Gerrits was meegedeeld dat hun zaak in strijd was met het bestemmingsplan en dat bij de herziening daarvan een beslissing zou worden genomen. De brief die men nu kreeg was gewoon de aanloop naar een handhavingtraject. Waarom is de wethouder handhaving degene die namens het college optreedt en niet de wethouder ruimtelijke ordening die toch in het kader van het bestemmingsplan verantwoordelijk is voor de aanpak?

Het allerlaatste nieuws is dat een verwonderde vertegenwoordiger van de verzekering Theo meedeelde dat een dezer dagen de gemeente bij hem had geïnformeerd of de brief van de gemeente wel was aangekomen. Hoe had ik uit die brief kunnen citeren in het bijzijn van de hele top van de gemeente als die brief niet bij de verzekering was gearriveerd. Vandaar de verwondring bij de verzekering. Kennelijk zijn de informatiekanalen in het stadhuis niet zo open dat het bewijs van ontvangst van de op zich vreugdevolle brief van de gemeente op de juiste plek terecht is gekomen.

En dat brengt me bij het volgende onderwerp

Is een stadsdichter de functionaris de Grave nodig heeft?

Vorig jaar heeft de raad van Grave besloten dat er een stadsdichter moet komen. Daar is echter niets van gekomen. De Gelderlander heeft, om welke reden dan ook, de taak om het raadsbesluit uit te voeren overgenomen en is een sollicitatieprocedure gestart. Op zich is het al uniek dat een krant een raadsbesluit gaat uitvoeren. Maar dat een krant juist gaat zoeken naar een stadsdichter vind ik merkwaardig. Het is volledig in strijd met het wezen van de krant en andere media om naar een stadsdichter te gaan zoeken. Als de Gelderlander voor Grave een stadsopener zou proberen te vinden zou ik het begrijpen. Het is toch de taak van een krant -dat vinden ze in ieder geval zelf- om zaken open te krijgen en niet dicht.

Hoe leuk een onafhankelijke stadsdichter kan zijn geloof ik toch dat Grave meer behoefte heeft aan een functionaris die er voor zorgt dat stukken die niet geheim hoeven te blijven ook werkelijk terecht komen bij mensen die ze nodig hebben of er gewoon uit belangstelling kennis van willen nemen. Uit het stuk over de stadstuin hierboven blijkt dat deze functionaris ook voor de interne communicatie van betekenis kan zijn. Zou de Gelderlander hier ook voor kunnen zorgen?

donderdag 16 december 2010

Raadvergaderingen 14 december, nabeschouwing

Voorbereidende vergadering

De avond begon met een V-verg waarin de punten die vorige week waren blijven liggen werden behandeld. Omdat het door keerpunt 2010 op de agenda geplaatste punt over de gladheidbestrijding werd teruggetrokken en de Burap schriftelijk werd voorbereid kon dit deel van de avond in een goed half uur worden afgewerkt. Inhoudelijk was het mede door de schriftelijke afhandeling voor het publiek niet bijster interessant. Toch enkele opmerkingen.

Bij de benoeming van een accountant voor de komende jaren verklaarde VPGrave zich principieel tegen omdat werd afgeweken van de met andere gemeenten gemaakte afspraak op basis van een meervoudige offerte te beslissen. Dat gebeurde met weinig overtuiging, terwijl van Geest toch wel een punt had. Waarom maak je afspraken als je je er toch niet aan houdt? Het argument dat het prettig is door te gaan met dezelfde accountant als afgelopen periode ligt voor de hand en was ook al bekend toen de afspraak over meer offertes werd gemaakt. Misschien werd die afspraak juist gemaakt om te voorkomen dat te makkelijk een vaste relatie zou ontstaan.

Tussen neus en lippen door deelde wethouder Adams nog mee dat de burgemeester is gestart met de ontwikkeling van een visie op de toekomst van Grave. Ik ben benieuwd hoe dat proces gaat verlopen.

De behandeling van de Burap verliep voor het publiek wat spookachtig omdat vragen en antwoorden schriftelijk tussen raad en college waren uitgewisseld. Blijkbaar was er kort voor de vergadering nog een mail aan de raadsleden gestuurd, waarover mevrouw Schuts zich beklaagde. De wethouder ketste terug met de opmerking dat de raadsleden al eerder over de Burap beschikten en dus ook al eerder vragen hadden kunnen stellen en antwoorden kunnen krijgen. Een geval van ESDB (eigen schuld, dikke bult). De raadsleden hebben de Burap tegelijk met parkeer- en mobiliteitsnota gekregen dus was er niet zoveel tijd voor voorbereiding. Daarbij kwam de mondelinge behandeling in de V-verg van 7 december te vervallen. Geen wonder dus dat de raad wel laat schriftelijk vragen moest stellen. Er was dus heus wel wat weerwoord tegen de wethouder te leveren. Maar een en ander is een rechtstreeks gevolg van de door de raad zelf vastgestelde cyclus met slechts één week tussen V-verg en B-verg. Dus ook namens mij ESDB.

Mij viel nog op dat iedereen blij was met deze Burap; niet omdat de boodschap zo fijn was, maar omdat hij duidelijk en inzichtelijk was samengesteld. Maar hoe de raad dacht over de conclusie: dit jaar boekhoudkundig positief omdat zaken zijn vertraagd, maar structureel negatief, werd geen woord gezegd.

Besluitvormende vergadering

Er kon dus op tijd worden begonnen met de B-verg.

De besluitenlijsten, waarin overigens niets te lezen valt over de inhoud van de besluiten, bleek ook wat stemverhoudingen betreft niet altijd accuraat. Mevrouw de Zoeten die een vergadering na 22:30 uur had verlaten bleek volgens de besluitenlijst daarna toch te hebben meegestemd.

De raad zweeg zoals het ook hoort over de tarieven van belastingen en heffingen.


 

Parkeernota

En dus was al snel de parkeernota aan de orde. Inhoudelijk werd er niet veel meer over gezegd en bleef de nota overeind. Insprekers van vorige week zullen in het vervolgtraject nogmaals in actie moeten komen. Wel was er zoals vorige week aangekondigd een amendement van LPG, CDA, en VVD ofwel de coalitie om het programma niet afzonderlijk vast te stellen. Inhoudelijk voor het college geen probleem omdat het programma deel uit maakt van de nota en daarom als uitgangspunt toch werd vastgesteld. Het college had zelf ook al meegedeeld dat het programma aangepast zou worden aan omstandigheden; dynamisch noemde de wethouder het. Iedereen was het dan ook met iedereen eens en zo heeft de raad invloed zonder dat het gevolgen heeft.

Het leek nog even spannend te worden toen VPGrave de gang van zaken rond het amendement hekelde. Er was kennelijk overleg geweest tussen coalitie en CDA-wethouder, dus van de coalitie. Dat was achterkamertjespolitiek en in strijd met het dualisme. De coalitie bestreed dat: het amendement was al aangekondigd en men had alleen maar willen weten wat het college daarvan vond. Helemaal geen gekonkelfoes, gewoon informatie-inwinning. Waarom dan niet de hele raad daarvan in kennis gesteld, was de reactie en daarmee ging de storm weer liggen.

En dat vond ik jammer, want het is wel een probleem van het systeem. Bij het begin van een B-verg dient alle informatie beschikbaar te zijn, dus ook eventuele alternatieven al dan niet in de vorm van een amendement. Die moeten en kunnen aan het eind van de V-verg worden ingediend. Dan wordt immers geconstateerd dat de zaak rijp is voor besluitvorming. In de tijd tussen V-verg en B-verg kan het college zijn standpunt over amendementen dan aan de hele raad bekend maken. Waarom de raad zo krampachtig volhoudt om in een V-verg wel aan te kondigen dat men met een amendement komt, maar die pas in de B-verg indient heb ik nooit begrepen. Hoe het gekomen is, is wel begrijpelijk. Bij enigszins complexe onderwerpen was zeker het begin van de B-verg een voortzetting van de V-verg.


 

Mobiliteitsfonds

Kennelijk was er op het laatste moment nog een informatienota voor de raad verschenen. Om dat niemand verder daarop inging bleef de inhoud van die informatie voor het publiek verborgen. Maar hopelijk wordt er nog uitgebreid informatie over gegeven. Dat lijkt mij wel nodig. Nu lijkt het er op dat de bevolking pas bij een aanvraag met de verordening wordt geconfronteerd. Zelf zou ik die informatie graag hebben voordat ik een plan ga opzetten.

Ook hier kwam de coalitie met een amendement waarvan de raad een exemplaar had gegeven. In tegenstelling met vorige gelegenheden kreeg het publiek die informatie niet. Op de vraag van Harrie de Greeff of hij het amendement moest voorlezen werd dan ook instemmend vanuit het publiek gereageerd. Het is altijd wel leuk als je als publiek weet waar het over gaat. Het bleek dat de coalitie arbitraire cijfers uit het collegevoorstel wilde vervangen door andere even arbitraire cijfers. Geen wonder dus dat het amendement bij het college geen weerstand opriep, alhoewel ik de indruk heb dat de uitwerking van het amendement meer in het voordeel van de aanvragers dan van de gemeentekas is. Maar voorlezen van een reeks cijfers is niet zo diepgaand als het op papier beschikbaar stellen. Een nabijgelegen gemeente projecteert amendementen en moties op een voor het publiek zichtbaar scherm.

Omdat er toch nog veel onzekerheid is over de uitwerking van de verordening in de praktijk – vorige keer noemde ik deze onzekerheid onvoldoende doorgesproken voorstel- bouwde de coalitie in het amendement ook weer een achterdeur in. Het college heeft nu de bevoegdheid van de verordening af te wijken en hoeft dit alleen maar aan de raad te melden. Nu heeft een college uit principe nooit bezwaren tegen een amendement dat het college meer bewegingsvrijheid geeft, dus ook hier.

Meer principieel was de inbreng van Trots. Die partij is van mening dat het mobiliteitsfonds zoals het nu is opgezet de ontwikkeling van kleine bedrijven belemmert en dus in strijd is met het economisch beleid dat de gemeente wil voeren. Hij wil daarom dat de verordening niet van toepassing is op panden kleiner dan 60 m2. Tenminste zo heb ik het begrepen, want ook van de hiertoe strekkende motie had het publiek geen exemplaar. Waarom Theo Reijnen dit in de vorm deed van een motie en niet van een amendement begreep ik pas later. Aan de juridische houdbaarheid wordt getwijfeld. Die twijfel zou voor de coalitie al voldoende zijn geweest om het amendement te verwerpen. Met een motie is dat gevaar minder omdat het college pas later zijn mening hoeft te geven. Helemaal sterk werd het toen de indiener zijn motie aanhield. Daarmee is hij ervan verzekerd dat het college het gaat uitzoeken. Als over de motie was gestemd zou bij verwerpen het idee van de baan zijn geweest. Het is net bij een toneelstuk; als de inhoud niets voorstelt kun je toch van het spel genieten!

De rest

De overige punten werden vlot afgewerkt. VPGrave herinnerde nog even aan zijn principiële bezwaren tegen de benoeming van de accountant hetgeen Keerpunt 2010 weer prikkelde. Die onrust werd snel vlak gestreken en zo kon voorzitter Piet Vollenberg de raad ruimschoots op tijd uitnodigen naar de Maaspoort te verhuizen om het politieke jaar uit te luiden. Eigenlijk een verplaatsing van rookgordijnen.

maandag 13 december 2010

Bezuinigen en besluiten

Vooraf:

Ik voer 2 afkortingen in om tijd te besparen:

V-verg is Voorbereidende Vergadering; B-verg is Besluitvormende Vergadering.

Bezuinigingen

Wethouder Adams heeft het nogmaals luid en duidelijk verkondigd: Grave moet drastisch bezuinigen en nog meer dan al werd verwacht. Dat is geen nieuws. Al enkele jaren heeft het college bij de begrotingsbehandeling meegedeeld dat het zo niet langer gaat; er moet worden bezuinigd. Dat leidde hoogstens tot "taakstellende bezuinigingen". Dat is jargon voor wel opschrijven dat je minder geld uitgeeft, maar gewoon doorgaan met waar je mee bezig was. Na de behandeling van de begroting voor 2010 werd zelfs nog een raadsbesluit genomen om alsnog gevonden potjes leeg te maken. Leuke en soms zelfs nuttige dingen, maar met bezuinigen is het zo dat hoe langer je bezuinigingsmaatregelen uitstelt hoe hoger het bedrag wordt dat je moet bezuinigen en dus lastiger het te vinden.

Er is wel spoed geboden, want in de kadernota 2011, die in het voorjaar verschijnt, moeten de bezuinigingen zijn verwerkt.

De tegenhanger van bezuinigen is natuurlijk inkomsten verhogen en dat betekent verhogen van gemeentelijke belastingen en heffingen. Dat is niet leuk, maar als je de keuze hebt tussen afschaffen van voorzieningen of verhogen van de inkomsten verdient dit laatste op zijn minst aandacht. De raad is er echter nog steeds trots op dat hij er in geslaagd de begroting sluitend te krijgen zonder lastenverhoging. Nou ja, als wij burgers het daarmee eens zijn zullen we daarvan de consequenties moeten aanvaarden: meer bezuinigen dan bij tijdige aanpassing van de tarieven nodig zou zijn geweest.

Dat brengt mij bij het nieuwe hierbij: de wethouder wil de burgers bij de bezuinigingen betrekken. Zo nieuw is het trouwens niet. In meer gemeenten gebeurt dit en ik heb er ook al eens over geschreven. Bij burgers kunnen er heel goede ideeën leven over hoe je hetzelfde goedkoper kunt doen. Bijvoorbeeld door de burgers in te schakelen. Om actueel te blijven. Als de bewoners van een straat samen afspreken de stoepen sneeuwvrij te maken hoeft de gemeente dat weer niet te doen (want daar zal de raad dinsdag misschien weer naar vragen). Zo zijn er ongetwijfeld ook meer mogelijkheden.

Wat nou weer jammer is dat de wethouder wel zegt dat hij de burgerij er bij wil betrekken, maar dat de startnotitie wel aan de raadsleden is verzonden en weer nergens is geopenbaard. Als raadsleden al informatie nodig hebben om over bezuinigingen na te denken dan geldt dat des te meer voor gewone burgers.

Communicatie vooraf is ook nog om de burgers uit te leggen dat bezuinigingen en tariefsverhogingen onvermijdelijk zijn.

De deelname van burgers moet ook goed worden voorbereid. Daarbij mag niet worden vergeten dat het de taak is van de raad beslissingen te nemen en keuzes te maken. Een conferentie waarbij de deelnemers een aantal munten krijgen om te verdelen vind ik dan ook verkeerd.

Vervolg V-verg en agenda B-verg 14 december.

Zoals, gezien de agenda, al was te verwachten kon die afgelopen dinsdag niet voor 22:30 uur worden afgewerkt. En dat tijdstip is heilig. Aangezien het toch wel wenselijk is dat de V-verg voor de B-verg wordt gehouden resteerde niets anders dan de B-verg een half uur uit te stellen en om 19:00 uur het restant van de agenda van de V-verg af te werken. Dat betekent dat er tussen die 2 vergaderingen geen tijd is voor nader overleg en informatie. Dat is weer opgelost doordat de raadsleden de vragen schriftelijk zullen indienen. Vragen en antwoorden zullen dan waarschijnlijk,zoals gebruikelijk, niet bekend worden gemaakt aan geïnteresseerde burgers.

Ook over het aankondigen van de vergaderingen valt wel wat op te merken. De Graafsche Courant verschijnt tegenwoordig op dinsdag en vrijdag. Maar in de vrijdageditie was over de veranderde tijden niets te vinden. De aankondiging en de agenda's voor V- en B-verg. stonden pas vrijdag eind van de morgen op de gemeentesite. In de bibliotheek was voor het weekend niets te vinden. Op de kabelkrant stond zondag in de agenda van dinsdag nog dat de B-verg om 19:30 uur begint. Allemaal niet zo dramatisch, maar met een klein beetje zorgvuldigheid te verbeteren. Het is wel tekenend voor de wijze waarop men in het stadhuis omgaat met communicatie met de burgers.

De agenda voor de B-verg

Parkeernota. Natuurlijk is over deze nota uitgebreid gesproken. Alhoewel over diverse locaties meer of minder enthousiasme werd uitgesproken heb ik in de raad nog geen blokkades gehoord en dat is een goede zaak. Twee opmerkingen troffen mij bijzonder. Allereerst vond mevr. de Zoeten van VPGrave dat het zorgen voor parkeergelegenheid niet de juiste aanpak is. We moeten veel meer inzetten op minder autogebruik. Voor een deel is dat juist, maar Grave heeft als doel het economisch en toeristisch karakter van de binnenstad te vergroten. Dan is het onvermijdelijk dat er met name langparkeerterreinen worden aangelegd. Natuurlijk is het om meer dan één reden zinvol te stimuleren dat inwoners van Grave die naar de binnenstad komen om te werken of inkopen te doen dit niet per auto doen, maar te voet of per fiets. Dat aantrekkelijk maken is ook een deel van het beleid. De resultaten daarvan zullen pas op middenlange termijn zichtbaar worden en er toe leiden dat het laatste parkeerterrein wat kleiner kan worden of dat als het hart van Grave goed is getraind parkeerplaatsen in het winkelcarré kunnen worden opgeheven, m.a.w. de binnenstad wordt autoluw. Voorwaarde is dan wel dat er dichtbij de binnenstad vervangende parkeergelegenheid aanwezig is. Kortom de zaak is nogal complex. In haar tweede suggestie om het efficiënt gebruik van de parkeerruimte door signalering te verbeteren waardoor minder parkeerterrein hoeft te worden aangelegd geloof ik niet. Natuurlijk is dat geen argument om er geen aandacht aan te besteden. Een goede situering van de parkeerplaatsen en goed aangegeven zoekroutes zijn net als vermijden van versnipperde parkeerplaatsen middelen om hetzelfde te bereiken. Het eventuele effect van de suggestie van mevrouw de Zoeten, minder nieuwe parkeerplaatsen nodig, wordt ook eerst in de periode na 2013 zichtbaar. Er is dan ook tijd en niets op tegen dit aspect toch in de uitwerking mee te nemen.

Hetzelfde geldt voor de inbreng van Trots. De heer Reijnen stelde voor de parkeercapaciteit uit te breiden door in de winkelstraten schuin parkeren in te voeren. In het positief effect hiervan geloof ik in dit geval helemaal niet en de nadelen in de vorm van veel verkeershinder en risico's zijn aanzienlijk. Geparkeerde auto's zijn sowieso geen aanwinst voor het aanzien van de straten. Het uiteindelijke doel moet dan ook zijn het parkeren daar minder noodzakelijk te maken. Door er via schuin parkeren juist meer auto's in te zetten wordt de binnenstad juist onaantrekkelijk en wellicht dat er daardoor minder bezoekers naar Grave komen en dus ook minder parkeerruimte nodig is. Maar dat zal niet het effect zijn dat Trots bedoelt. Maar ook hier geldt: "onderzoek alles en behoud het goede". Alleen wil de heer Reijnen zijn suggestie in een amendement vorm geven. Dat betekent dat als dat amendement wordt aangenomen er moet worden begonnen met het inrichten van de binnenstad voor schuin parkeren. Dat zou stom zijn. Als het amendement wordt verworpen is de suggestie van de baan en dat is nou ook weer jammer .

In de vorige blog betreurde ik dat er geen openbare avond over de parkeernota is geweest. Het gevolg was dat degenen die echt een boodschap wilden meegeven dit nu via het inspreekrecht moesten doen of zich als gast bij een fractie laten uitnodigen.

Via het inspreekrecht werd de raad verzocht een kruis te zetten door Bekaf en de Jan van Cuijkdijk. Daardoor werden de aanwezige omwoners van de schaatsbaan onrustig want als er locaties afvallen wordt de kans groter dat bijvoorbeeld de schaatsbaan moet worden ingezet. Dit te meer omdat vanuit het college het Wisseveld wel als aantrekkelijk, maar niet als haalbaar werd gepresenteerd. Het visioterrein is niet van de gemeente en gezien het verleden durf ik er niet op te gokken dat binnen afzienbare tijd er wel een parkeerterrein op kan worden gelegd. Steeds als er met het bestuur van de instelling een mate van overeenstemming was bereikt kwam er weer een fusie, met een nieuw bestuur en nieuwe inzichten.

Wat als een paal boven water staat is dat er in 2011 een keuze moet worden gemaakt, die voor 2013 tot een definitief terrein leidt. Desnoods zal uit een aantal kwaden de minste moeten worden gekozen. Maar wellicht dat er bij de vergadering al meer zicht is op de mogelijkheden op het Wisseveld.

Ik snap niet waarom de wethouder er op tegen is de huidige klankbordgroep in werking te laten zijn totdat er een nieuw overlegorgaan voor verkeer is. Volgens hem is dat orgaan er begin volgend jaar al. Dat zou prima zijn, maar ook hier: eerst zien en dan geloven. Intussen moet er woensdag al worden begonnen met uitwerken en dan is een groep uit de bevolking waar tegenaan kan worden gepraat nooit weg. Ook hiervoor heb ik een spreuk: "Gooi nooit je ouwe schoenen weg voordat je nieuwe hebt"

Wat moet de raad doen? De nota onverkort vaststellen, eventueel opgesierd met de opdracht de suggesties van VPGrave en Trots (en misschien nog nieuwe) nader te onderzoeken.

Had dit alles niet eerder aan de orde moeten komen en had dit niet gekund. Op alle twee de vragen luidt het antwoord volmondig "ja!!". Een hele hoop van wat nu in de nota staat stond ook in de nota van het begin van deze eeuw met de opdracht een en ander de toen komende en nu voorbije jaren uit te werken.

Het mobiliteitsfonds

De discussie over dit onderwerp bevestigde mijn opvatting dat het voorstel eigenlijk nog niet rijp is voor beslissing. Maar er is, zoals de wethouder ook opmerkte, een verordening van kracht. Het nu voorliggende ontwerp is in ieder geval een verbetering ten opzichte van de huidige en daarom zou het niet slim zijn de zaak op te houden. Dat is zo. Dus is het raadzaam het voorstel ongewijzigd nu aan te nemen, maar dan onmiddellijk de discussie voort te zetten. Maar dan moet ook iedereen zijn wensen nog even inslikken, dus ook Trots met zijn idee kleinere ondernemers, die toch ook groter willen worden, vrij te stellen.

Overige punten.

De andere punten zijn meer technisch van aard dus weinig politiek geaard. Toch ben ik benieuwd of de raad zonder discussie de verordening gemeentelijke heffingen 2011 gaat vaststellen. Omdat de begroting onlangs is vastgesteld verwacht het college dat wel.

Punt dat er niet op staat

Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik een lijstje gepubliceerd met zaken die het college nog dit jaar en in 2011 aan de orde wilde stellen. Jacques Leurs was zo vriendelijk één dezer dagen dat lijstje compleet met inmiddels achtehaalde zaken te publiceren.

Volgens dat lijstje had de raad inmiddels op de hoogte moeten zijn gesteld van de gang van zakeen bij het MFC en hadden de hogere kosten van dat MFC nu op de agenda moeten staan.

zondag 5 december 2010

Mobiliteitsfonds

Het mobiliteitsfonds.

Inleiding

Volgens de bouwverordening is iedereen die iets bouwt verplicht op eigen terrein voor voldoende parkeerruimte bij dat bouwwerk te zorgen. Deskundigen hebben een tabel gemaakt waaruit blijkt hoeveel parkeerplaatsen bij een bepaald bouwwerk horen. Voor een winkel is dat anders dan voor een woonhuis.

Nu is het denkbaar dat zoiets op eigen terrein moeilijk, zo niet onmogelijk is. Dan kun je van die verplichting vrijstelling krijgen en dan zorgt de gemeente ervoor dat die parkeerplaatsen er toch komen. Daarvoor moet dan wel een bedrag aan de gemeente worden betaald. Dat geld gaat in het zogenaamde mobiliteitsfonds en daarmee financiert de gemeente dan weer die parkeerplaatsen. Zoals dat bij de gemeente hoort is de werking van dit systeem vastgelegd in een verordening. De raad heeft zo'n verordening in 2008 vastgesteld. De ervaringen er mee waren niet best. Vooral de tarieven waren hoog, maximaal € 25.000 per parkeerplaats en dat was voor veel ondernemers natuurlijk een enorme hinderpaal. In november 2009 besloot de raad daarom dat die verordening moest worden herzien en dat daarbij gekeken moest worden naar de gemeente Bernheeze.

De nieuwe regeling

Er is een nieuwe opzet gemaakt. Gezien de samenhang met het parkeerbeleid wordt die tegelijk behandeld met de parkeernota. Dat wil zeggen dat de raadsleden eind vorige week het verhaal hebben gekregen, dat afgelopen dinsdag er een toelichting op is gegeven en dat de zaak volgende week dinsdag in de voorbereidende vergadering wordt besproken en er een week later in de besluitvormende vergadering over wordt besloten. In net 2 weken moeten de raadsleden de stukken lezen, bestuderen, met de achterban bespreken, voor- en nadelen afwegen en een standpunt bepalen. Nu is het bij onderwerpen als dit zo dat je het eerst leest en dan nog eens leest en met anderen bespreekt. Er is er een toelichting geweest waarin werd geprobeerd uit te leggen wat er is bedoeld. Ik ben daar bij geweest en de toelichting heeft naast antwoorden mij geïnspireerd tot een groot aantal vragen en ideeën. Daarover heb ik enkele mensen gesproken die ik min of meer toevallig tegenkwam. Dat leidde tot nog meer discussiepunten.

Belangrijkste kenmerken van de nieuwe regeling (althans volgens mij):

  • Het tarief is aanzienlijk lager, maar moet wel volgens een voor niet-ingewijden vrij ingewikkelde en ondoorzichtige manier worden bepaald;
  • Duidelijk is voor mij dat men door te betalen geen recht krijgt op een eigen parkeerplaats, maar dat het aantal openbare parkeerplaatsen wordt vergroot. Die duidelijkheid blijkt voor mij uit de context van parkeernota en de nota mobiliteitsfonds, maar niet uit de tekst zelf. Daar kan je uit afleiden dat de gemeente binnen 10 jaar speciale parkeerplaatsen aanlegt.
  • Uit de verordening is de nog al royale achterdeur verdwenen. Het is niet meer mogelijk dat het college vrijstelling van betalen geeft.

Vragen vooraf

  • Wat loopt er fout als er wat meer tijd wordt genomen om eens goed naar de nieuwe regeling te kijken. Als dit agendapunt wordt uitgesteld is er ook meer tijd om over de parkeernota zelf te discussiëren
  • Er is al een bestaande verordening met een maximum te betalen bedrag van € 25.000 per parkeerplaats. De nieuwe verordening kent een maximum van € 10.000. De vraag is dan ook wat er gebeurt met de regelingen die al zijn getroffen. Krijgen degenen die al hebben betaald nu geld terug of is het gewoon een kwestie van pech. Als de tv die ik vorige week heb gekocht nu opeens in de aanbieding is heb ik ook pech. Het kan natuurlijk ook dat gezien het geringe aantal betalers dit probleem zich helemaal niet voordoet. Wel is er een geval waarbij uitstel van betaling is verleend totdat de nieuwe verordening er zou zijn. Daar lijkt mij dat de nieuwe verordening alsnog van toepassing moet zijn. Ik kan me daarbij wel weer probleempjes met rechtsgelijkheid voorstellen.
  • In het voorstel voor de parkeernota wordt opgemerkt dat het project loswal alsnog een bijdrage moet leveren aan de financiering van de parkeernota, anders gezegd moet betalen aan het mobiliteitsfonds. Dat brengt mij op de vraag hoe het met het nieuwe Maaszicht en het MFC is geregeld. Zover ik ben ingelicht leveren die projecten allebei een bijdrage aan de verhoging van de parkeerdruk en zouden volgens de oude en nieuwe verordening dus moeten betalen (of aanleggen).

Vragen, opmerkingen en suggesties over de nieuwe regeling.

Ik doe dat deels aan de hand van –nu nog- gefantaseerde voorbeelden.

  • De regeling kent één-richtingsverkeer. Als je niet kunt aanleggen doet de gemeente het maar dan moet je betalen. Stel nu dat er op het Wisseveld een bedrijf komt dat een flink terrein heeft voor parkeren van personeel. Als dat bedrijf nu zegt dat na werktijd bezoekers van het MFC en Maaszicht en toeristen er mogen parkeren hoeft de gemeente minder parkeerplaatsen aan te leggen. Een bijdrage aan dat bedrijf uit het fonds is dan verdedigbaar.
  • Aan de Courtine staat een aantal garageboxen. Deels te huur en deels eigendom. Hoe wordt daarmee omgegaan? Als ik ga verbouwen en dus of parkeergelegenheid moet aanleggen of betalen aan het fonds. Kan ik er dan op wijzen dat ik een garage huur en zo vrijstelling van betalen krijgen? Volgens mij voorziet de verordening daar niet in.
  • Dat brengt mij op het volgende idee. Een nieuw bedrijf heeft dikwijls ruimte over. Is het dan niet aantrekkelijk als die overruimte als parkeerplaats wordt geëxploiteerd? Nog wat verder gaat de ontwikkeling van een commerciële parkeergelegenheid. Bedrijven kunnen ook samenwerken. Een uurtje met een paar mensen met de benen op tafel levert misschien nog meer lumineuze ideeën op. Je kunt niet alles voorzien, maar een ontsnappingsluik in de verordening zou toch wel wenselijk zin.
  • De rekenmethode om tot de bijdrage te komen vind ik nogal complex en dus voor discussie vatbaar. Vooral als het eindresultaat van de berekening betekent dat je 10, 20, 30, of 40% korting krijgt. Uiteindelijk kent de verordening dus 5 tarieven: € 6.000, € 7.000. € 8.000, € 9.000 en € 10.000. Een eenvoudiger methode om te bepalen welk tarief van toepassing is zou mijn voorkeur hebben (ik formuleer voorzichtig). Enkele aspecten.
    • Het tarief is gebaseerd op de aanlegkosten van een parkeerplaats zijnde € 10.000. Dat bedrag is een gemiddelde schatting. Hier wordt weer een statistisch gemiddelde tot norm verheven en dat is een linke zaak. Bovendien laat je –als geen korting wordt gegeven- de volledige aanlegkosten betalen. Daar staat niet tegenover dat men dan ook het alleenrecht op die plaats krijgt. Is het perse nodig het tarief direct aan kosten te koppelen? Kun je het niet beter een redelijke bijdrage aan de kosten noemen?
    • Op dit tarief kan een korting worden verkregen, die afhankelijk is van de parkeerdruk.
      • Allereerst wordt in een vastgestelde tabel gekeken welk tijdstip voor het bouwplan maatgevend is: koopavond, werkdag ochtend, werkdag middag of zaterdagmiddag. Het begrip "maatgevende moment" alleen is al goed voor een hele dag discussie.
      • Vervolgens wordt gekeken naar de parkeerdruk op het maatgevend moment. Daarbij moet je als aanvrager mazzel hebben. De parkeerdruk is een maat voor de bezettingsgraad. Een lage parkeerdruk betekent dat het niet moeilijk is een plek te vinden en bij een druk van 100% is er geen plek beschikbaar. Volgens deskundigen ontstaan er parkeerproblemen wanneer de parkeerdruk groter is dan 85%. Dat is ook weer een gemiddelde en kan per gemeente en per situatie aanzienlijk verschillen. Als je al het parkeren concentreert op één parkeerplaats heb je dicht bij 100% nog geen probleem en aan de andere kant als je de parkeerplaatsen versnipperd aanlegt kan je bij een bezetting van 50% al een hoop zoekverkeer genereren. Bovendien is de druk ook sterk afhankelijk van het aantal parkeerplaatsen dat de gemeente heeft aangelegd. En dat heeft de aanvrager niet in de hand. Sterker nog de gemeente heeft 10 jaar de tijd de parkeerplaatsen aan te leggen. Financieel is het dan ook voor de gemeente aantrekkelijk de aanleg van parkeerplaatsen te vertragen. Dan neemt de parkeerdruk toe en wordt het bedrag dat in het fonds moet worden gestort lekker hoog. Dit beleid zou natuurlijk wel in strijd zijn met het economisch beleid. Op grond daarvan moet de gemeente juist met het aanleggen van parkeerplaatsen de ontwikkeling voor zijn. Volgens de voorgestelde systematiek betaalt de inwoner voor falend beleid van de gemeente.
      • Uiteindelijk leidt de berekening tot een vrij grove tariefkeuze.

Wat kan een oplossing zijn? Allereerst rijst dan natuurlijk de vraag hoe zwaar je wilt tillen aan de bezwaren die ik noem en wellicht voordelen ziet die ik niet zie. Bespreken dus! Vervolgens zou ik wel eens willen weten of een verschillend tarief wel nodig is. Er zijn natuurlijk verschillen in belang bij een parkeerplaats, maar zijn die zo groot dat het tot een verschil in betalen moet leiden? Kun je dat belang niet direct koppelen aan de functie en dus de functie bepalend laten zijn voor de vraag volgens welk van de vijf tarieven je moet betalen? Waarom vijf tarieven en geen vier? Enzovoorts.

Ter illustratie één voorbeeld:

Terwijl het Hart van Grave in aanbouw is wil ik mijn huis in het blauwe zonegebied aanzienlijk verbouwen en heb daarvoor een bouwvergunning nodig. Ik heb bij mijn huis geen garage en wil er ook geen bouwen omdat ik er een garage huur. Gezien de bouwactiviteiten kun je er op rekenen dat de parkeerdruk op de koopavond (maatgevend moment) dan groter is dan 85%. Ik moet dus de volle mep van € 10.000 per plaats betalen. Omdat ik in de blauwe zone woon kan ik die plaats ook nog beperkt gebruiken ten behoeve van de ondernemers. Als ik dan mijn auto toch dicht bij huis wil zetten moet ik jaarlijks ook nog betalen voor een ontheffing. Resultaat: ik huur een garage en betaal een volledige parkeerplaats die ik beperkt kan gebruiken tenzij ik jaarlijks nog meer moet betalen.


 

Conclusie

Alleszins reden, lijkt mij, om nog eens goed naar de uitwerking van het goede basisprincipe van het mobiliteitsfonds te kijken alvorens te besluiten. In plaats van eerst na te denken wil het college al in 2013 evalueren. Gezien de ervaringen met de vorige verordening vraag ik me af of er dan al veel te evalueren zal zijn.

Dat je een besluit evalueert om te zien of het aan de verwachtingen voldoet is natuurlijk prima, maar op deze manier dreigt een "try and error" aanpak. Probeer maar wat en zie maar wat er van komt. Uiteindelijk werkt de hele natuur zo, maar de natuur heeft meer tijd dan wij. Daarom is tijd investeren alvorens te komen tot een besluit effectiever en efficiënter dan overhaast besluiten en later corrigeren. Na één ronde mobiliteitsfonds moeten we dat toch beseffen.

vrijdag 3 december 2010

De parkeernota

Na de nota parkeerbeleid met bijbehorende stukken nog eens te hebben doorgelezen en ook hier en daar besproken heb ik toch nog enkele opmerkingen. Op enkele plaatsen vind ik dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met opmerkingen uit de klankbordgroep.

Het gaat over communicatieactiviteiten. De wijze waarop het gemeentebestuur van Grave met zijn burgers communiceert is al lang en op veel terreinen een onderwerp van kritiek. Dat de voorbereiding van de parkeernota is begeleid door een klankbordgroep is een stap in de goede richting. Graag had de klankbordgroep gezien dat er meer tijd beschikbaar zou zijn voor overleg met bewoners, ondernemers en anderen waarbij een publieksinformatie alvorens de raad zou beslissen een onderdeel zou kunnen zijn. Aan de andere kant onderkende de klankbordgroep dat er op korte termijn besluiten moesten worden genomen. Als gevolg van de komende bouwactiviteiten in de binnenstad zijn er inmiddels al parkeerplaatsen verloren gegaan. Als de markt toch naar de Lunette moet worden verplaatst verdwijnen er nog meer. Het college heeft inmiddels wel het belang van een goede communicatie onderkend en daarom het opstellen van een communicatieplan in het uitvoeringsprogramma opgenomen.

De klankbordgroep heeft geadviseerd de Poternen toe te voegen aan het gebied waar geen ontheffing van de parkeerduurbeperking mogelijk is. Daarbij is nogmaals gewezen op het belang van een goede communicatie juist op dit punt. Burgers worden hier rechtreeks geconfronteerd met voor hen waarschijnlijk minder aangename consequenties van het beleid. In zijn reactie gaat het college hier volledig aan voorbij. Nu is volstaan met de gebruikelijke informatie over het verlengen van de ontheffing per 1 februari 2010, waarbij het uitsluiten van de Poternen wel is vermeld, maar niet uitgelegd. Aan de andere kant moest de maatregel wel snel worden genomen omdat per 1 februari de nieuwe ontheffingen van kracht worden. Maar zonder nadere uitleg ontgaat de gewone burger met een ontheffing die logica en blijft dat hij of zij de auto niet meer onbeperkt op de Poternen kan parkeren.

Om in ieder gaval de huidige vorm van communicatie in stand te houden heeft de klankbordgroep geadviseerd de uitwerking ook door een klankbordgroep te laten begeleiden. (Rol klankbordgroep na de vaststelling van de nota). In de reactie hierop wijst het college op het voornemen voor het parkeerbeleid nog een communicatieplan op te stellen en dat een permanente overleggroep voor het verkeer in overweging is. Voordat communicatieplan en overleggroep er zijn zal er nog wat tijd verlopen en in die tijd gebeurt er, hoop ik, een hoop op parkeergebied. De oplossing is natuurlijk de huidige klankbordgroep, eventueel wat aangepast, in leven te houden. Het motto: "gooi nooit je ouwe schoenen weg, voordat je nieuwe hebt" is ook hier van toepassing. Dat kan volgens mij het beste door aan de beslispunten er één toe te voegen. :

  • Draagt het college op de huidige klankbordgroep parkeren in stand te houden totdat het communicatieplan in werking is of er in een andere vorm van verkeersoverleg is voorzien.

Er is nog een aspect. Het is opgevallen dat in de klankbordgroep geen vertegenwoordiging vanuit het milieu en de cultuurhistorie was opgenomen. Nu komt dat natuurlijk omdat het college de klankbordgroep parkeren in het leven heeft geroepen omdat men de mening van de bevolking over parkeeraspecten in een vroeg stadium wilde weten. Dat er ook andere aspecten zijn is wel genoegzaam bekend. Al vanaf het begin heeft het college een zwaar hoofd in de mogelijkheid een parkeerterrein aan te leggen op het Jan van Cuijkdijk-terrein, juist uit milieuoverwegingen. De aversie tegen Bekaf als parkeerterrein komt vanuit de cultuurhistorie. Zo zijn er nog wel meer aspecten die een potentiële parkeergelegenheid meer of minder aantrekkelijk maken. Juist daarom wordt in de parkeernota nog geen definitieve keuze gemaakt, maar wel aangegeven wat vanuit parkeeroverwegingen zou kunnen gebeuren. Om wel een afgewogen keuze te kunnen maken moeten de aspecten van de diverse mogelijkheden eerst nader worden uitgewerkt. En dan dienen alle aspecten zoals milieu en cultuurhistorie, maar ook als financiën en stedenbouwkundige kwaliteit en wellicht nog meer tegen elkaar worden afgewogen.

In de gang van zaken tot nu toe is wel een parallel te vinden. Het platform inwoners met een functiebeperking was wel in de klankbordgroep opgenomen, maar heeft zelf te kennen gegeven dat het belang van het platform vooral ligt in de uitwerking van de plannen en niet zozeer bij het parkeerbeleid op zich. Om die inbreng optimaal tot zijn recht te laten komen heeft de klankbordgroep dan ook geadviseerd het platform al een fase eerder te betrekken namelijk bij de ambtelijke voorbereiding. In het commentaar namens het college wordt geantwoord dat er inmiddels al een "vorm van vooroverleg met het platform is". Waar dit vooroverleg kan worden verbeterd zal dit niet worden nagelaten.

In de ambtelijke voorbereiding komt allerlei deskundigheid aan de orde. Deels is die aanwezig in het ambtelijke apparaat en deels wordt die ingehuurd. Op enkele terreinen is er ook in de bevolking georganiseerde deskundigheid aanwezig. In het verleden werd daar meer gestructureerd gebruik van gemaakt dan tegenwoordig. Via periodiek overleg werden zaken gesignaleerd die tot nader overleg konden leiden. Het platform inwoners met een functiebeperking is daarvan nog overgebleven en het overleg minima mogelijk nog een restant. De BPR is een nieuwe vorm. Overwogen wordt het gestructureerd verkeersoverleg weer nieuw leven in te blazen. Als de raad er toe komt de communicatie tussen gemeentebestuur en zijn inwoners nog eens diepgaand te bestuderen zou dit onderwerp eens goed aan de orde kunnen komen. Nu moet er een noodverband worden aangelegd en dat kan net als hierboven omschreven bij het voorstel de klankbordgroep parkeren vooralsnog in stand te houden. Er zou dus nog een beslispunt kunnen worden toegevoegd.

  • Draagt het college op bij de uitwerking van de alternatieven het platform inwoners met een functiebeperking, Graeft Voort en daartoe geëigende milieuorganisaties al in het ambtelijk traject bij de voorbereiding van de besluitvorming te betrekken.

Natuurlijk zou het goed zijn "daartoe geëigende milieuorganisaties" te specificeren.

Overige opmerkingen, zoals de loswal kan best een opknapbeurt krijgen in afwachting van een alternatief, kunnen in het vervolgtraject nog wel aan de orde komen.