vrijdag 5 juli 2013

2013-68 Het Hartinfarct van Grave, een analyse

(Dit verhaal behoeft nog een redactionele correctie, maar het wordt mooi weer een dan heb ik andere prioriteiten. Opmerkingen zijn welkom. Ik besef dat dit een lang verhaal is. Als troost vermeld ik dat ik nog meer op mijn kladblaadjes heb staan)

Het heeft heel wat moeite gekost alle hele en halve informatie over het Hart van Grave tot een samenhangend geheel te maken. Dat is ook direct de kern van het hele probleem. Er wordt steeds over details gesproken en het uiteindelijke doel en de grote lijnen worden daarbij uit het oog verloren.
Dat uiteindelijke doel was, en is hoop ik nog steeds, de binnenstad te herontwikkelen zodat het naast een fijn woon- en werkgebied ook aantrekkelijk wordt voor bezoekers van buiten de gemeente, uit de regio voor hun inkopen en van verder weg als toerist. Al deze bezoekers  wordt het zo naar de zin gemaakt dat zij flink wat geld achter laten. Vanzelfsprekend dienen gemeentenaren, die nu hun inkopen buiten de gemeente doen,  nu zoveel mogelijk in Grave blijven. Dit is mijn vertaling van hetgeen in officiële stukken staat: Grave voert een toeristisch economisch beleid.

De raadsleden-nieuwbrief no 16 over de stand van zaken Hart van Grave
In deze onlangs verschenen brief geeft het college informatie over de stand van zaken. Deze brief geeft op onderdelen aan welke problemen er al zijn. Uit deze brief blijkt voor mij dat het faillissement niet echt de oorzaak is van de ellende. Het is wel een flinke scheut die de emmer doet overlopen. Teleurstellend was voor mij dat de gemeente nog weinig activiteit toont om de schade zoveel mogelijk te beperken. En dan bedoel ik met schade niet alleen de directe kosten, maar vooral de schade voor het doel van de hele operatie zoals ik in het begin omschreef. Dit toeristenseizoen is nu helemaal verloren. Het zal extra inspanning kosten de schade aan het beeld van Grave als trekpleister weer te herstellen.

Dat is geen zaak van het gemeentebestuur alleen. Ook de ondernemers zullen in actie moeten komen en ook de bewoners zullen moeten meewerken. Dit weekend hebben we het smartlappenfestival, vlak daarna de vierdaagse en in augustus het ballon- en waterfestival.  Dat het centrum er uit ziet als een “verwaarloosd Russisch stadje” (citaat) zal moeten worden gecompenseerd door extra gastvrijheid. De volgende suggestie die ik daarvoor kreeg toont wel aan dat de sfeer niet echt positief is.
advertentie:
a.s. Zondag 7 juli Smartlappenfestival in Grave! Bent u het gejengel zat en
wilt u even een uurtje uw kinderen laten spelen?
Wij hebben de grootste zandbak, midden in het centrum!
Zelf emmertjes en schepjes meenemen voor de wedstrijd “Luchtkastelen”.
Jury: de bewoners van de wijk Binnenstad.

We moeten uit deze sfeer vandaan. Het lijkt mij dat het centrummanagement daar een belangrijke rol in moet spelen. Die kar wordt getrokken door de ondernemers in samenwerking met de gemeente. De bewoners spelen daar nog een vrij passieve rol in die best wat actiever mag worden.

De situatie heeft wel wat weg van de toestand eind 1966. De naoorlogse sanering had toegeslagen en het St.-Henricus-instituut was gesloopt met als gevolg een open zandvlakte van Hoofschestraat tot en met wat nu de Henricusweg is. Er ontstond een positief gericht volksoproer dat uitmondde in de stichting “Hart van Grave”. Gemeenteraadsleden, ondernemers en bewoners hadden het voortouw. Dat het leefde bleek wel uit de carnavalsoptocht 1967; de prinsenwagen was aan het onderwerp gewijd.
De woningstichting was één van de eerste producten. Mede door de activiteiten van de stichting, maar zeker ook door de “opgestroopte-mouwen-sfeer” kon in mei 1971 een reeks van openingen worden verricht. Ik ben er ook van overtuigd dat deze sfeer er aan heeft bijgedragen dat de dreigende sluiting van de St. Elisabeth in het voorjaar 1971 kon worden afgewend.
We zijn inmiddels zo’n 45 jaar verder en het heeft dus geen zin terug te grijpen naar de toestand toen. Wat wel kan en moet is het samen optrekken van gemeentebestuur, ondernemers en bewoners.  Ze praten meer tegen elkaar dan met elkaar.

De nieuwsbrief is vooral gewijd aan de gevolgen van het faillissement. Natuurlijk heeft dat faillissement consequenties. Maar bij een beter gestructureerde aanpak van deze herontwikkeling waren  die consequenties niet zo groot geweest en makkelijker op te vangen.

Het faillissement
Over de aspecten van een faillissement valt veel te zeggen. Failliet gaan is zo’n beetje de nooduitgang van het ondernemerschap, dus net als in een gebouw een noodzakelijk kwaad. Veel ondernemingen hebben dan ook een organisatiestructuur waarin duidelijk rekening is gehouden met de mogelijkheid van een faillissement. Een faillissement is dus geen natuurramp maar gewoon een factor waarbij je bij het verlenen van een opdracht en het aannemen daarvan rekening moet houden. Het begin is natuurlijk een inschatting maken van het risico dat je met een aannemer of leverancier of opdrachtgever neemt. In de huidige slechte economische situatie is dat risico sowieso al een stuk groter dan toen alles nog alleen maar groter en beter kon. Vervolgens wordt geprobeerd zich in te dekken tegen risico’s bijvoorbeeld door pas achteraf te betalen (waardoor je wel het risico van een faillissement weer vergroot). Ook het tijdstip waarop het eigendom van leveranties overgaat speelt daarbij een rol. Als besteller wil je graag dat het eigendom overgaat zodra het materiaal op de werkplek is gearriveerd. Kennelijk hadden bij het HvG leveranciers in het contract staan dat de eigendom pas overgaat na betaling en konden ze hun spullen terughalen. Zo wordt het voorkomen en omgaan met het risico een ingewikkeld spel waarop zowel opdrachtgever als –nemer op moeten zijn  voorbereid.

Of van de Horst-ontwikkeling als hoofdopdrachtnemer goed was voorbereid kan en wil ik niet beoordelen. De gemeente was dat naar mijn mening niet.

Zeker in dit geval was rekening houden met dit risico belangrijk. Zoals ik vorige keer al schreef wist de raad dat de herontwikkeling zoals die voor ogen stond risicovol zou zijn. Dat werd in de loop van de tijd alleen maar erger. Na het afhaken van de woningcorporatie bood vd Horst zich aan. Op dat moment had een onderdeel van het conglomeraat al gebruik moeten maken van de nooduitgang. (faillissement). Alleszins reden voor de gemeente de touwtjes strak in handen te houden. Dat is niet gebeurd. Daarbij werd de aandacht alleen gericht op het bouwen van de woningen en winkels en niet op de even belangrijke infrastructuur.

Tot slot kon echt niet worden gesproken van een innige samenwerking tussen vd Horst en de gemeente. Kennelijk gaf de overeenkomst meer dan voldoende ruimte voor conflicten.
Tot zover het kader waarin deze geschiedenis zich heeft afgespeeld. Om in medische termen te spreken: het lichaam is ziek. Maar alvorens te kunnen beoordelen wat de geneeswijze moet zijn, zo die er is zullen toch alle organen aan een analyse moeten worden onderworpen om een goed diagnose te kunnen stellen. De nieuwsbrief van de gemeente is daarvoor een goed aanknopingspunt. Ik begin echter met enkele aspecten die niet in de brief worden besproken maar wel zeker van betekenis zijn voor het slagen van het project Hart van Grave.

Het Binnenhof
Het Binnenhof is een wezenlijk onderdeel van het stadscentrum. In alle visies (door de gemeenteraad vastgesteld!) op dat gedeelte van onze gemeente wordt aangegeven dat het huidige karakter moet worden gehandhaafd. Toch is het Binnenhof nooit echt in het project Hart van Grave, voorheel de Bijl, betrokken. Toen het nog een project van de woningcorporatie was heeft de architect Crepain dat wel betreurd.

Het Binnenhof is kennelijk ook niet betrokken bij de open ruimte waarvoor v.d Horst ontwikkeling een plan moest maken en uitvoeren. De gemeente is immers zelf bezig hier een plan voor door de raad goedgekeurd te krijgen. Er was wel een burgerinitiatief nodig om de zaak aan de gang te krijgen. Het terrein is intussen in gebruik geweest als werkruimte voor HKM. De door de werkzaamheden aangerichte schade moet vanzelfsprekend worden hersteld.

De eerste  vraag is nu of het Binnenhof door de gemeente rechtstreeks aan HKM of via vdHorst-ontwikkeling  in gebruik is gegeven als werkterrein. In het eerste geval kan de gemeente vergoeding van de schade op zijn buik schrijven. In het tweede geval kan de ontwikkelingstak nog worden aangesproken. Dan wordt de tweede vraag interessant. Het contract moet er wel in voorzien dat de schade in geld kan worden vergoed. Als dat niet zo is kan vd Horst aan het contract voldoen door simpelweg het Binnenhof te herstraten. En gezien de plannen van de gemeente is dat niet wat men, althans tot nu toe,  wil.

Het voorstel van het college was de huidige gammele muur te slopen en de bomen die nog “maar” 10 à 15 jaar te leven hebben te rooien. Met een nieuwe muur, nieuwe bomen (of de platanen van de Hoofschestraat) en natuurlijk een nette bestrating zou het Binnenhof er weer prima uitzien. Kosten geraamd op € 90.000. De raad heeft echter roet in het eten gegooid. Een deel van de raad wil een totaal ander plan een ander deel wil vooralsnog helemaal niets. Er is dus een impasse en het college beraadt zich hierop. Hopelijk vindt dat beraad plaats in het kader van het totale ontwikkelingsproject.

Verkeer en parkeren
Een onderwerp dat in dit kader maar beperkt ter sprake komt. Toch is het van groot belang, niet zo zeer voor de realisatie maar vooral voor het gebruik. Bezoekers moeten goed de weg kunnen vinden naar Grave, maar zeker ook in Grave. Een parkeerplaats moet snel en makkelijk kunnen worden gevonden. In 2010 heeft een klankbordgroep, waarin ook ondernemers en bewoners waren vertegenwoordigd in het kader van het opstellen van een parkeernota een advies gegeven. In hoofdlijnen kwam dat neer op het creëren van enkele grote langparkeerterreinen aan de rand van de stad en het optimaliseren van het gebruik van de parkeerruimte in de stad. Onderdeel was het opnemen vaan een deel van de Lunette in de blauwe zone. Met name hierdoor zou de parkeerdruk in de winkelstraten afnemen. De aantrekkelijkheid van die straten zou dan worden vergroot. Het college, gevolgd door de raad heeft dat advies verminkt opgevolgd. Aan de inderdaad moeilijke ontwikkeling van grote (en dus relatief) goedkope parkeerterreinen is niets gedaan. Inrichten van wat kleinere terreinen stuitte steeds op onoverkomelijke bezwaren en werden aldus één voor één wel voorbereid (ook dat kost geld) en vervolgens weer afgeschoten.  
Het gebruik maken van nog beschikbare mogelijkheden in de winkelstraten werd wel besproken als vervanging van parkeerplaatsen die tijdelijk moesten verdwijnen tijdens de bouw.
Inmiddels heeft de gemeente een speurtocht gemaakt door de stad en iedere plek die maar in zicht kwam voorzien van een blauw randje. De Lunette is heringericht en verdeeld gedeeltelijk opgenomen in de blauwe zone. Het gevolg is nu dat er op de Lunette plek zat is en de Rogstraat wordt ontsierd door blik.

Het gerucht wil dat hierdoor het parkeerterrein aan de Stadhouderslaan kan vervallen. Iedereen gelukkig?? Blijkbaar is er in de binnenstad toch geen parkeerprobleem. Ik durf te beweren dat er in de binnenstad nooit een structureel parkeerterrein zal ontstaan. Als een bezoeker niet snel een parkeerplaats vindt zal hij of zij gewoon doorrijden. Er hoeft niet in Grave te worden gekocht. Bezoekers moeten worden gelokt door de zekerheid te bieden dat men zonder zoektocht rechtstreeks naar een parkeerplaats kan rijden en dan langs een gezellige weg naar een Rogstraat kan lopen die niet is ontsierd door een verzameling blik.

Tijdens de bouw is in Hoofdwagt en Hoofschestraat éénrichtingsverkeer ingevoerd. Nu de bouw nagenoeg is afgerond had bekend moeten zijn hoe de verkeerstromen inclusief zoekverkeer naar parkeerplaatsen moet plaatsvinden. Dat is niet gebeurd.

Dan nu de elementen uit de nieuwsbrief

Het historisch stadhuis.
Het is natuurlijk onvergeeflijk dat het zo lang heeft geduurd en nog duurt alvorens bekend is welke rol dit fraaie gebouw in de opleving van het centrum gaat spelen. In plaats van dat het restauratieplan is afgestemd op het toekomstig gebruik moet nu het gebruik worden afgestemd op hetgeen is gedaan. Of er moeten later weer aanpassingen komen, hetgeen weer extra kosten met zich meebrengt. Blijft het verlies dat het gebouw al lang een rendement had kunnen opleveren, hetzij direct door de activiteiten in het gebouw, hetzij indirect omdat een gebouw met een functie voor bezoekers nu eenmaal aantrekkelijker is dan een leegstaand.
Tot overmaat van ramp is het gebouw nu betrokken in het faillissement van HKM. Er kan wel worden getrouwd. Of dat nu zo aantrekkelijk is weet ik niet gezien de omgeving. Alles hangt met alles samen.

In de raadsleden-nieuwsbrief wordt meegedeeld dat de gemeente HKM op 3 juni in gebreke heeft gesteld en dat naar (juridische) mogelijkheden wordt gezocht het werk af te ronden. Mij lijkt dat HKM niet in staat is het werk af te ronden. De stap na “in gebreke stellen” en de constatering dat de aannemer het werk niet kan afmaken is dat de opdrachtgever het werk door derden laat afmaken op kosten van de oorspronkelijke aannemer. Nu is die failliet en zal van verhaal van kosten niet veel terecht komen. Dat hoeft geen ramp te zijn. Ik ken het contract met HKM niet, maar neem toch wel aan dat er een betalingsregeling zo is als in deze branche gebruikelijk. Dat betekent dat in principe ,pas wordt betaald naarmate het werk is geleverd. Als het werk niet klaar is moet er dus nog geld zijn. Beter word je als betrokkene nooit van een faillissement.
Gelukkig hangt tegenwoordig wel de vlag uit op dit stadhuis.

Het Hart van Grave
Het college deelt nogmaals mee dat niet het failliete HKM, maar van der Horst-Vastgoedinitiatief de contractpartner van de gemeente is. Niets aan de hand dus. Wel is “van der Horst uitgenodigd te situatie te komen bespreken”. De uitkomst van dat gesprek, dat inmiddels toch wel zal hebben plaatsgevonden kan veel duidelijk maken. Niet alleen voor de gemeente, maar zeker ook voor kopers en huurders. De gemeente is bij hun belangen wel niet direct betrokken, maar heeft toch wel een zorgplicht.
 Het inrichtingsplan
De gemeente heeft het opstellen van een inrichtingsplan en de uitvoering daarvan overgelaten aan vdH. Zo lang dat gaat om de openbare ruimte in het complex zelf is dat logisch. Het torenplein en de openbare wegen liggen op het dak van de parkeergarage. Maar het ontwerp daarvoor is toch al lang klaar? Waar ligt dan het verschil van mening? Of heeft de gemeente de herinrichting van Hoofschestraat, Hoofdwagt, Scheerestraat en Bijl ook aan vdH overgelaten? Volgens informatie in de zogenaamde signaalgroep gaat de verantwoordelijkheid van vdH niet verder dan zeg maar de stoep langs het gebouw en het herstel van schade aan de wegen. Kennelijk denkt de gemeente daar anders over en dan is de conclusie dat de contractbepalingen niet duidelijk zijn.

Bovendien is louter herstel van de oude situatie rondom het gebouw toch niet wat we met de herontwikkeling voor ogen hadden. Bij het gereedkomen van de woningen en de winkels had de hele binnenstad een opknapbeurt moeten krijgen. Helaas is daar niet aan gedacht.

Bestrating hoek Hoofdwagt Hoofschestraat.
Deze voor mij bekende plek is inderdaad zwaar beproefd tijdens de bouw en dat heeft zijn sporen nagelaten. Lastig maar niet echt een probleem. Bij de herinrichting komt alles weer in orde. Maar helaas is nog steeds niet bekend welke rol Hoofdwagt en Hoofschestraat gaan spelen en hoe ze er dus gaan uitzien. Met het oog op smartlappenfestival en vierdaagse zijn de sporen in de Hoofdwagt nu uitgevlakt. Maar ik hoop toch niet dat het college nu denkt dat de zaak daar in orde is. Het ziet er niet uit (ga maar kijken) Bovendien wil ik wel eens zien hoe het er na een flinke bui uitziet. Kortom deze op zich noodzakelijke reparatie is weggegooid geld.

Brief advocaat van der Horst Vastgoedinitiatief.
VdH ziet blijkbaar argumenten om € 180.000 subsidie te claimen. Ik vind het vreemd dat daarover verschil van mening kan zijn. Een contract geeft altijd wel aanleiding tot discussie en desnoods wordt er naar gezocht. Maar dit is toch wel vreemd. De gemeente heeft de inrichting van de openbare ruimte in het project aan vdH overgelaten. Dat vind ik knap stom, maar het is nu eenmaal zo. Maar dan is in het contract toch goed vastgelegd hoe de betaling daarvoor is geregeld? Normaal zou zijn dat er een uitgewerkt ontwerp met de kosten daarvan zou zijn. Die kosten zou de gemeente dan achteraf kunnen betalen of ze zouden in de koopsom voor de grond kunnen zijn verwerkt. Dat laatste hoop ik niet. Waar de gemeente de dekking vandaan haalt gaat vdH dan niets aan. Kennelijk is deze zaak niet normaal geregeld.
Verder speculeren over de gang van zaken heeft geen zin. Wel is duidelijk dat er nog geen plan is voor de herinrichting van de straten rondom het Hart van Grave. De huidige situatie handhaven past volgens mij niet in het streven van Grave een aantrekkelijke winkelstad te maken.

Overeenkomst
In deze paragraaf geeft het college aan dat de subsidie ad € 180.000 wordt ingezet voor Binnenhof en carillontoren. Wie heeft die keuze gemaakt. Mij lijkt dat de subsidie beschikbaar zal moeten zijn voor de hele infrastructuur, dus ook de straten rondom zoals hiervoor omschreven. Het is maar wat wij met z’n allen het belangrijkst vinden. Ik hoop wel dat de subsidietoekenning niet is toegespitst op deze twee onderdelen van het hele project.

Hoe nu verder?
Dit had het hoogtepunt van de nieuwsbrief moeten zijn. Maar daarin ben ik teleurgesteld. Standpunten uit vorige paragrafen worden nog eens benadrukt en men beraad zich op mogelijkheden vdH te dwingen de zaak in orde te brengen.

Samengevat: doorgaan met afwachten en intussen wordt van der Horst Vastgoedinitiatief er op gewezen dat “zolang de herinrichting niet is opgeleverd, de verantwoordelijkheid betreft de veiligheid van de bewoners, passanten en winkeliers binnen het plangebied ook bij Van der Horst”.
Ik vind dit niet juist. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor de veiligheid in het openbaar gebied. Als de gemeente aan een derde opdracht hebben gegeven daar daadwerkelijk voor te zorgen en die derde laat het afweten dan is de gemeente nalatig als de gemeente niet voor de veiligheid zorgt.

Dit zou een mooie overstap zijn van diagnose naar geneeswijze. Maar er is nog een detail dat de aandacht vraagt;

De carillontoren
Om een of andere reden heeft het gemeentebestuur bij het besluit het stadhuis te verplaatsen verordonneerd dat de toren waarin het carillon hangt moet blijven staan. Waarom is nooit helemaal duidelijk geworden. Het argument: voorbeeld van de Bossche school is pas later verschenen. Bovendien is het nou niet zo’n uitgesproken voorbeeld van die architectuurschool. Grave heeft meer en betere voorbeelden. Het is gewoon een relikwie en niets meer. Mooi of lelijk dat doet er niet toe. Je mag het een gek ding vinden maar het is een herinnering aan een voorbije periode. Zonder die toren zou het complex ook veel lijken op soortgelijke centra elders. Nu kan het voor stadsgidsen ook een mooi rustpunt zijn om iets te vertellen over de historie. Er is aanvankelijk ook helemaal niet echt gedacht aan een functie voor de toren. Pas toen vdH de ontwikkeling had overgenomen en daarbij nadrukkelijk de gewone wereld erbij betrok kwam een nieuwe functie weer ter sprake.

Aangezien de toren bestaat uit een stenen trap naar het carillon. Om die trap zit een eveneens stenen jas. Daar kun je niet veel mee en al snel was de opvatting dat als je er iets mee zou willen er een, eventueel glazen, gebouwtje omheen zou moeten. Kiosk, expositieruimtetje werden genoemd. Maar omdat de toren niet werkelijk in de herontwikkeling door vdH was betrokken bleef het toen bij het idee het carillon uit te breiden. Maar dat zou dan door particulier initiatief moeten worden bewerkstelligd. Daarna werd het stil.

Pas onlangs heeft de gemeente zelf, als verantwoordelijke voor de toren, een brainstormgroep bij elkaar geroepen om met ideeën te komen. Voor zover ik weet zijn ook die, mede door het late tijdstip waarop ze bij de zaak zijn betrokken, niet verder gekomen dan uitbreiding van het carillon tot een volwaardig instrument. Ik weet niet of er een verband bestaat maar sindsdien heet de brainstormgroep “klankbordgroep”. De kosten worden geraamd op € 140.000. Met hetgeen van de € 180.000 subsidie over zou blijven als het Binnenhof volgens de B&W-plannen zou zijn opgeknapt zou de dekking voor een groot deel zijn verzekerd. Leuk voor het carillon, maar is een uitgebreid carillon beter voor de economie in de binnenstad dan aantrekkelijke straten?
Dan nu echt….

Hoe nu verder
Verwacht van mij hier geen kant en klaar draaiboek. Daarvoor zijn nog teveel duistere punten en teveel tegenstrijdige belangen die tegen elkaar moeten worden afgewogen. Daarbij speelt ook het beschikbare of bij elkaar te schrapen budget een rol.

Allereerst zal een keuze moeten worden gemaakt wat nu de prioriteit heeft.
  • Is dat het zo snel mogelijk opknappen van de hele binnenstad met het beschikbare budget of gaat het alleen om het bouwproject. Die keuze zal het gemeentebestuur moeten maken, maar dan wel in samenspraak met ondernemers en bewoners. Dan moet er heel wat gebeuren. De gemeente zal het initiatief ook moeten overnemen van vd Horst vastgoedinitiatief.


  •           Of is dat alleen het laten afmaken van het project Hart van Grave door vdHorst c.s., toren en Binnenhof en zien we wel wat er met de rest gebeurt. Dat is ongeveer de aanpak die ik uit de nieuwsbrief haal.

Het zal u niet verbazen dat ik sterk voor een grondige aanpak ben. Zo had het al veel eerder gemoeten. Ik besef wel dat niet alles direct zal zijn te realiseren en dat er meer geld mee zal zijn gemoeid. Maar beter een hele Euro goed besteed dan een halve weggegooid.
De aanpak zoals het gemeentebestuur blijkbaar voorstaat heeft als voordeel dat we een goed carillon hebben en dat we van de discussie over het parkeren af zijn. Geen bezoekr van onze fraaie stad zal nog een keer terugkomen en zijn buren meenemen.

Als eenmaal de goede keuze is gemaakt zal een inventarisatie op tafel moeten komen van wensen, mogelijkheden en kosten. Daarbij hoort zeker ook een inrichtingsplan voor Hoofschestraat en Hoofdwagt met de verkeersafwikkeling, éénrichting of niet. Toegankelijkheid van de parkeergarage is daar ook bij betrokken. Dat zal wel discussie uitlokken omdat de meningen van ondernemers en bewoners hier en daar wel verschillen, maar dan hebben we ons gemeentebestuur om knopen door te hakken.

Bij wijze van voorbeeld één afweging van mijn kant.

Ik zou het toejuichen als het carillon zou kunnen worden uitgebreid. Ik wil daar zelf wel aan bijdragen. Maar toch zal dat voor mij het eerste slachtoffer zijn als er geschrapt moet worden vanwege de gemeentelijke financiën. Ten eerste kan het altijd nog. Ten tweede vind ik dat zelfs als er gemeentelijke geld voor kan worden gevonden nog de vraag moet worden gesteld of het daaraan bestede geld niet beter kan worden ingezet om minder te bezuinigen op culturele zaken zoals muziekonderwijs. Ik heb het gevoel dat het carillon nu uitbreiden is als een dure steinway-piano kopen en dan tegen je kinderen zeggen dat er nu geen geld meer is voor pianoles.

Belangrijk in deze materie is vooral hoe de ondernemers er over denken. Als zij afwachtend blijven kun je het de gemeente niet kwalijk nemen als ook daar weinig initiatief wordt getoond. Maar dat zal toch niet zo zijn. Er is niet voor niets een centrummanagement opgericht, juist om activiteit te ontwikkelen. De ondernemers hebben ook zelf al besloten dat ook voor hen de kost voor de baat gaat en er daarom een ondernemersfonds moet komen.

Ik heb niet de illusie dat de gemeentelijke aanpak zal veranderen omdat ik dat zo opschrijf. Actie vanuit de ondernemers kan dat waarschijnlijk wel. Ik ben benieuwd hoe het gaat lopen.

Dat zou een mooi slot zijn geweest als ik me niet had gerealiseerd dat ik het helemaal niet over de markt heb gehad. Nou ja dat is een duidelijke zaak. De enquête heeft als resultaat dat, zoals we allang wisten en hadden besloten, de markt weer in het centrum moet komen. Maar daarvoor zal wel het een en ander moeten worden aangepast en daarmee val ik in herhaling.
 




vrijdag 28 juni 2013

2013-67 De vergadering van 25 juni

In grote lijnen verliep de vergadering zoals kon worden verwacht. Dat natuurlijk afgezien van de Binnenhofsoap, maar daar heb ik al op gereageerd.  Opvallend vond ik dat de voorzitter en ook de wethouders diverse malen duidelijk lieten blijken dat de werkwijze van de raad verbetering behoeft.  Dat schept hoop voor de toekomst.


De voorzitter begon met ook de toehoorders thuis welkom te heten. Dat hoorde ik pas de volgende dag. Het voordeel van de nieuwe opnamemethode is dat je de vergadering live kunt beluisteren. Het voor mij grote nadeel van deze methode is dat de toegankelijkheid van het verslag, want die status heeft de opname, stukken minder is dan het oude systeem.  Later nazoeken wat er door een specifiek raadslid over een onderwerp is gezegd verloopt in het oude systeem vlot. In het nieuwe systeem kan afluisteren van de site alleen als gehele vergadering. Bladeren door de vergadering is nagenoeg onmogelijk. Wat wel kan, en dat doe ik dan ook, is de bestanden per agendapunt downloaden en in een mediaspeler afspelen. Daarbij moet ik dan noteren op welk tijdstip er iets interessants is gezegd dat ik later wil gebruiken. Terugzoeken zonder die notities is een hels karwei.

Als ik een vergadering niet kan bijwonen ben ik meestal ook niet in staat de vergadering live te beluisteren. Natuurlijk zijn er mensen die absoluut niet naar een vergadering kunnen komen. 

Enkele dagen later afluisteren lijkt mij niet zo bezwaarlijk. In het oude systeem kan dat meestal na 2 dagen. De bewerkte opname is vaak na een week beschikbaar. Er was wel wat onregelmatigheid in het beschikbaar komen van de informatie, maar dat moet zijn te verbeteren. Vandaar dat ik het zinvol vind om eens na te gaan waar het publiek nu behoefte aan heeft: snelle weergave van de vergadering of makkelijk toegankelijke.  Als het de bedoeling is dat de opname eigenlijk de rol van vergaderingverslag speelt, en dat is gezien de beperkte besluitenlijst in Grave zeker het geval, is het oude systeem veel en veel beter.

Als de vergadering wordt uitgezonden moet er wel voor worden gezorgd dat die voor de toehoorders ook is te volgen.  De originele stukken zijn wel beschikbaar. Helaas worden die nog al eens op het laatste moment gewijzigd en wel zodanig dat de raadsleden zelf het spoor bijster raken. Daarnaast krijgen de raadsleden nog  memo’s en  antwoorden op eveneens schriftelijk gestelde vragen. Over moties en amendementen zal ik maar zwijgen. Dit alles maakt de vergadering zelfs voor het wel ter plaatse aanwezige publiek lastig te volgen. Voor het thuispubliek is het totaal niet te doen. Dat zal verbeterd moeten worden.

Één voorbeeld. Tijdens de behandeling van de kadernota in tweede termijn dankte een raadslid het college voor de snelle beantwoording van de schriftelijk gesteld vragen, maar het antwoord op vraag 47 van pagina 4 (kan je nagaan hoeveel vragen en antwoorden de toehoorder heeft moeten missen)  beviel niet en het antwoord op vraag 48 was geen antwoord op de vraag. Dat deed me denken aan een eeuwenoud mopje.
In een trein zaten enkele mensen met elkaar te praten. Dat wil zeggen dat één van hen een getal noemde, bijvoorbeeld 47, en dat de anderen dan hard begonnen te lachen. Op een gegeven moment werd er echter niet gelachen. Een verbaasde toehoorder vroeg wat de heren aan het doen waren. We vertellen elkaar moppen uit een heel leuk boek. Waarom werd er die ene keer niet gelachen? Hij vertelde hem zo rottig.

Dat afdwalen gebeurde mij bij het luisteren herhaaldelijk. In de andere gemeenten die de vergadering uitzenden wordt beeld meegestuurd. Misschien helpt dat.

De vergadering begon met opmerkingen over het vervroegde tijdstip van 19:00 uur. Ook de voorzitter vond dat maar niets en zou dit in het presidium ter sprake brengen. Later bleek dat het de bedoeling was de vergadering om 21:30 uur te beëindigen. Daarna zou nog een werkbespreking, die natuurlijk wel besloten zou zijn, moeten plaatsvinden,. Zo had het presidium beslist. Een half uur minder vergadertijd voor de meest belangrijke vergadering van het jaar. Natuurlijk was de vergadering om 21:30 niet afgerond en stelde de voorzitter de raad voor de keus: doorvergaderen en de werkbijeenkomst vergeten of de werkbijeenkomst door laten gaan en later terugkomen voor de rest van de agenda. Dat 22:30 uur het signaal zou blijven om naar huis of de kroeg te gaan werd nog even duidelijk gemaakt. Het kostte een tijdje zeer nauwkeurig luisteren om te ontdekken dat de werkbijeenkomst zou gaan  over de structuurvisie voor Grave. Het inspraaktraject daarvoor begint half augustus en dan wil de raad toch van te voren zijn ingelicht. De keuze werd gemaakt om de agenda voort te zetten en de informatie schriftelijk aan de raadsleden te geven. De wethouder was behoorlijk pissig. Hij vond het knap stom van het presidium om het zo te agenderen. Bovendien waren  er mensen gekomen om de presentatie te verzorgen. Die stonden nu voor joker. Natuurlijk zei de wethouder het niet letterlijk zo, maar mede gelet op zijn toon kwam het er wel op neer. En dan heb ik zijn gezicht niet eens gezien. Met excuses konden de presentatoren verdwijnen. Ik zou nou wel eens een stukje van de eerstvolgende  B&W-vergadering willen bijwonen. De vergadering kon om 22:32 uur worden gesloten.

Bij de behandeling van “beroepsprocedure ark Prinses Margriet”, zonder dat er een voorstel was gepubliceerd bleek al gauw dat het ging om een viertal zaken in het bestemmingsplan buitengebied waarover de raad bij amendement een andere besluit had genomen dan in het ontwerp was voorgesteld. De provincie was het daar niet mee eens en gaf een reactieve aanwijzing, hetgeen gewoon betekent dat de amendementen niet van kracht worden.
Het bleek dat de raadsleden wel beschikten over een  niet toegelicht ontwerpbesluit om in beroep te gaan bij de Raad van State. Het is natuurlijk logisch dat de raad niet blij was met deze reactie van de provincie en dat dus een beroep voor de hand lag. Alleen moet je dan wel met argumenten komen. En daarvan heb ik niets gezien of gehoord. Voor de argumenten wordt door de raad een advocatenbureau ingehuurd dat kennelijk goed op de hoogte is van deze zaak.
De voorzitter gaf te kennen dat hij graag duidelijke besluitvorming wil. Vandaar dat over de vier zaken afzonderlijk werd gestemd. Ook wees hij de raad er op dat de wijze waarop het besluit over het inschakelen van het bureau betekende dat de raad het opstellen van het beroepsschrift helemaal aan de advocaat zou overlaten. Dat werd door de raad geaccepteerd.

Het resultaat is dat in alle vier de gevallen beroep wordt aangetekend en dat de raadsleden weliswaar opmerkingen kunnen maken, maar dat de advocaat zelf moet weten of die opmerkingen in het beroepschrift worden verwerkt.

Aan de inbreng tijdens het spreekrecht namens de “appellanten” werd geen aandacht besteed. Los van de toonzetting bevatte die inbreng toch wel elementen die wezen op de geringe kans dat het beroep inzake de ark zal slagen. En dat is jammer want de rivierpleisterplaats had echt kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Grave. Maar op dat aspect zijn en worden wel meer kansen gemist.


De vragen die over de jaarrekening 2012 waren gesteld zijn kennelijk naar behoren beantwoord of zullen dat alsnog worden. Complimenten over de uitvoering van de stukken waren dan ook het meest opvallend onderdeel van de discussie. Bij het luisteren daarna dwaalden mijn gedachten weer af.
In mijn HBS-tijd had ik een keer mijn huiswerk Frans niet gemaakt, andere prioriteiten. Statistisch gezien was de kans dat ik een overhoringbeurt zou krijgen toch niet groot, echt een voordeel van grote klassen. Ook hier bleek dat het onverantwoord is louter op statistieken een beslissing te nemen. Natuurlijk kreeg ik wel een beurt en dat werd een flop. Kennelijk verbaasde dat de leraar. Hij vroeg naar de oorzaak. Na mijn uitleg constateerde hij dat het dus om een onvoorbereide overhoring ging en in dat licht was het wel een voldoende. De rest van de klas vond dat maar onrechtvaardig en daar had ik begrip voor.

De rekening ziet er technisch gezien ook echt prima uit, een compliment daarover is dan ook terecht, maar de inhoud is echt niet om vrolijk over te worden. Dat kreeg nauwelijks aandacht.
Met de behandeling van de herziening van de grondexploitatie verliep het niet veel anders. Er werd nog enig ongenoegen uitgesproken over het Wisseveld maar dat was het dan wel. Het hele agendapunt werd boekhoudkundig en niet beleidsmatig behandeld.

Positief is dat de voorzitter, mede op aandrang vanuit met name de oppositie, aangaf met het presidium te willen overleggen hoe de behandeling kon worden verbeterd. De vraag was voornamelijk gericht op het belang voor de raadsleden zelf.  Het kwam dus niet aan de orde, maar misschien kan dan ook worden meegenomen hoe de betrokkenheid van de bevolking kan worden verbeterd. Ook daarbij is tijdige informatie het begin. Een democratie, of het nu gaat om een damvereniging of over een hele staat, kan niet functioneren zonder daadwerkelijke betrokkenheid.

Het viel mij nog op dat een raadslid als hij niet helemaal tevreden was met een antwoord maar goed hoop had op verbetering enkele de uitdrukking “learning by doing” losliet. Zelf was hem ontgaan dat hij het antwoord op zo’n vraag wel had gehad, sterker nog in een besluit dat vlak daarvoor was benomen was vastgesteld dat de grondexploitatie 2x per jaar zou worden herzien. En dat was zijn vraag. “learning by forgetting” is voor hem meer van toepassing

De behandeling van de kadernota verliep hetzelfde. Daarbij kreeg ik de indruk dat ik het hele verhaal al eerder had gehoord. Net als vorige jaren kwam de inbreng vanuit de raad neer op “we staan er beroerd voor, maar bij de begrotingsbehandeling zullen we spijkers met koppen slaan” 

De wethouder constateerde bij zijn beantwoording van de eerste ronde dan ook terecht dat de raad geen kaders had aangeven, hetgeen toch eigenlijk de bedoeling van de kadernota is. In de reactie toonde enkele fracties zich hierdoor geschokt, maar ze waren blij dat het college de gestelde vragen wel zou beantwoorden. Daar bleef het dan bij. 

Aangezien de meeste vragen en antwoorden het publiek zijn ontgaan heeft het ook geen zin in te gaan op hetgeen wel over tafel kwam.

Bij het agendapunt vragen bleek nog dat de raad een nieuwsbrief had over de stand van zaken bij het Hart van Grave. Die nieuwsbrief is inmiddels ook op de gemeentelijk site te vinden. Ik kom daar nog op terug.


woensdag 26 juni 2013

2013-66 Graafse gemeenteraad honoreert burgerinitiatief Binnenhof

De kop boven dit artikel zal u misschien verbazen. Het is toch echt de enige conclusie die uit het besluit van de raad over het voorstel van het college inzake het burgerinitiatief valt te trekken. Het college had voorgesteld het initiatief af te wijzen en in te stemmen met een plan van de gemeente. De VVD deed nog wel een poging om de twee voorstellen te splitsen, maar dat amendement werd afgewezen. Vervolgens werd het volledige voorstel afgestemd.  En dan is de enig mogelijke conclusie uit dit besluit dat het burgerinitiatief door de raad van Grave is gehonoreerd!!!  Zowel de huidige bomen, ziek of niet ziek, blijven staan en ook de muur blijft zoals hij is. En dat is neem ik aan niet de bedoeling van de meerderheid in de raad. Eigenlijk was alleen VPG het met het totale voorstel oneens. LPG en VVD waren alleen tegen het instemmen met het nieuwe plan. Zeker de VVD wil eigenlijk iets heel anders, zij het dat die partij dat formeel alleen nog als te onderzoeken idee heeft geopperd. Men vindt een plein op die plek wel een goed idee, alhoewel  allang is besloten  dat het straatkarakter moet blijven gehandhaafd.

Je kunt hier spreken van een omgekeerde besluitvorming. Normaal wordt voorgesteld iets te doen. Als dat voorstel wordt afgewezen gebeurt dat dus niet. Nu is voorgesteld iets niet te doen (instemmen met het burgerinitiatief). Dat voorstel verwerpen betekent dus wel doen (instemmen…).

Als een motie om een wethouder weg te sturen wordt afgewezen mag die wethouder blijven. Als het voorstel om te wethouders niet te verplichten te verhuizen was afgewezen hadden ze naar Grave moeten komen of ontslag nemen.

Nu is een raadsbesluit van kracht tot een nieuw besluit wordt genomen. Deze soap zal dus nog wel niet zijn afgelopen.

Hoe kon dat zo lopen.

De raad heeft al meer moeite gehad met wat je meervoudige besluiten kunt noemen. Er wordt aan de raad in één voorstel gevraagd met een aantal onderdelen van een totaal plan akkoord te gaan. Dat wordt dan in een “alles of niets” ontwerpbesluit gegoten. Iemand die wat anders wil moet dan een amendement indienen dat al of niet wordt aangenomen. Vervolgens kan dan het gewijzigde ontwerpbesluit weer in een “alles of niets” vorm in stemming worden gebracht.  Dat gaat goed zolang de afzonderlijke beslispunten maar niet van elkaar afhankelijk zijn. En dat is hier wel het geval. Als het burgerinitiatief zou zijn gehonoreerd was een nieuw voorstel van het college niet nodig. Het idee van de VVD om de besluiten te splitsen was dus eigenlijk niet zo gek. Alleen was één van de argumenten: niet overhaast besluiten, natuurlijk belachelijk. Het is hoog tijd dat er eindelijk eens wordt besloten wat er met de openbare ruimte rond het Hart van Grave gaat gebeuren. Alleen splitsen in 2 voorstellen waarbij eerst over het initiatief zou worden beslist en daarna eventueel over een nieuw plan zou in dit geval ook niet hebben geholpen.  Het CDA wilde het initiatief verwerpen omdat het voorstel van het college eigenlijk veel overeenstemming met dat initiatief toonde en paste in de eerder genomen besluiten. Ik kan mij echter voorstellen dat ook zij net als de VPGrave liever de huidige situatie handhaven dan er een plein van maken.

Om dit soort dilemma’s te voorkomen heb je juist structuurvisies, bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen om zo over  uitgangspunten te kunnen beschikken.  Van die uitgangspunten moet je niet afwijken, maar je kunt ze wel veranderen.

In dit geval heeft het gemeentebestuur natuurlijk ook al gefaald door niet tijdig met voorstellen voor de omgeving van het HvG te komen, inclusief toren en stadhuis. Een inhoudelijke bespreking in de commissie had deze toestand ook kunnen voorkomen.

Ik heb de vergadering niet bijgewoond. Ik had een repetitie voor het requiem van Verdi.  Die zaken hebben niets met elkaar te maken, maar met een beetje fantasie is er wel een link van requiem naar het gemeentebestuur van Grave. Verdi heeft nog een ander mooi stuk gecomponeerd met de welluidende naam “La forza del  destino “, ofwel “De macht van het noodlot”. Voor de Graafse versie van dit drama zou “De macht van de onmacht” wel passend zijn.


maandag 24 juni 2013

2013-65 "Sag mir wo die miljoenen sind" (het Wisseveld)

Vooraf: ik heb meegedeeld dat het voorstel over al of niet in beroep gaan inzake dar ark Prinses Margriet een A-stuk zou zijn. Inmiddels is de agenda gewijzigd. Het is een B-stuk geworden. Er mag dus over worden gepraat.  Waarover mag worden gepraat is nog onbekend, er is (maandagmiddag 15:15 uur nog) geen voorstel of notitie.

Naar aanleiding van vragen uit de burgerij onder aanvoering van Louis Paridans heeft Keerpunt 2010 via een door de raad aangenomen motie aan het college een specificatie gevraagd van de beruchte 10 miljoen strop van het Wisseveld.

De raad heeft , hebben we kunnen horen, van het college die specificatie gekregen. Maar de feitelijke vragensteller heeft dat antwoord niet gehad. Gelukkig heeft Keerpunt 2010 het antwoord openbaar gemaakt. Dat geeft mij weer de gelegenheid  commentaar op te leveren en aanvullende vragen te stellen.
Nu zou het logisch zijn als ik rustig zou afwachten wat uw en mijn volksvertegenwoordigers morgen in de raadsvergadering met de brief zullen doen.  Zeker bij de behandeling van de jaarstukken 2012 en de grondexploitatie speelt het Wisseveld een belangrijke rol. Invloed op de kadernota 2014 is ook niet uitgesloten.

Nu is het college, bewust of onbewust, zo slim geweest de raad vorige week bij te praten over het Wisseveld. Mogelijk dat eventuele vragen over de brief dan al zijn beantwoord. Ik vind dat zelfs waarschijnlijk. Het venijnige is echter dat die bijeenkomst vertrouwelijk was en dus wel onder de geheimhoudingsplicht zal vallen. Het is dan voor raadsleden vrijwel uitgesloten vragen te stellen waarop zij het antwoord wel weten, maar niet openbaar mogen maken. Ook ik zou het stellen van zo’n vraag al in strijd met de geheimhoudingsplicht vinden.

Die informatie speelt wel een rol bij de raadsbehandeling van zeker de grondexploitatie. Volgens mijn juridisch inzicht heeft dat als gevolg dat de raad in de vergadering de geheimhouding wel moet bevestigen anders is de geheimhouding vanzelf opgeheven.

Als de raad de geheimhouding bevestigt weten we tenminste wat we aan de raadsleden hebben. Als de raad er niet over praat onder het motto dat ik ongelijk heb is het alleszins de moeite waard gebruik te maken van die verfoeide Wet Openbaarheid Bestuur.

U ziet, ik speel open kaart en geef mijn plan van aanpak bij voorbaat.

Dan mijn commentaar op de brief van het college.

Louis Sparidans heeft zelf al de vraag gesteld waarom  gesproken wordt over 9.1 miljoen en niet over de 10 miljoen waarvan  eind 2011 sprake was. Zelf weet ik daar, na een duik in de beschikbare informatie, nog het volgende van.

Er was in december 2011 sprake van een boekwaarde van  € 8.200.000. Dat bedrag was inmiddels uitgegeven. Daarnaast was nog € 3.900.000 nodig voor de infrastructuur van het Wisseveld. Op grond van de overeenkomst werd van GBB een bijdrage van €  1.800.000 verwacht. Voor de afwikkeling van het contract was nog een krediet van € 300.000 nodig. Tezamen 10,3 miljoen. Werkelijk foetsie was op dat moment niet meer dan 8.2 miljoen. Wat we daarvoor terug hebben gekregen was onbekend.
Bij de jaarstukken over 2011 bleek dat de boekwaarde van 8.2 was opgelopen tot 9.1 miljoen. Dat klopt dus vrij redelijk met het bedrag dat nu wordt genoemd, alhoewel  je strikt  genomen zou moeten afronden naar 9.2 miljoen. Kniesoor die daar op let.

De brief geeft in het algemeen wel aan waaraan het geld is uitgegeven, maar zegt niet wat we er voor bruikbaars hebben teruggekregen. Laat ik de posten maar één voor  één doornemen.

Een vraag die daarbij waarschijnlijk bij meer punten aan de orde komst is de wijze waarop de verplaatsing van brandweerkazerne en gemeentewerkplaats zijn verwerkt. In de oorspronkelijke opzet van het Wisseveld was die verplaatsing natuurlijk al aan de orde.  Op zich zou uitbreiding en renovatie ter plaatse goedkoper zijn dan verplaatsen. Zowel de gemeentelijke voorzieningen als het Wisseveld zouden wel zijn gebaat bij verplaatsen. Daarom zou een deel van de verplaatsingskosten door het Wisseveld moeten worden opgebracht. Dat zou in de specificatie van de boekwaarde moeten zijn terug te vinden. Dat is mij niet gelukt. Nu vrees ik dat die verplaatsing geheel ten laste van de algemene dienst is gekomen. Boekhoudkundig is dat wel in orde, maar bij de verantwoording over het Wisseveld had dat wel moeten worden vermeld. Het gaat zeker over meer dan een miljoen.

Ad 1.   Welke gronden en opstallen zijn aangekocht?  Is de gemeente daar nog 100% eigenaar van of misschien voor 50%, of misschien helemaal niet? (zitten aankoop kazerne en werf hierin? Zal wel niet)
Ad 2-4. Het bouwrijpmaken , slopen en zal wel betrekking hebben op Catharinahof. Het Catharinahof maakt weliswaar deel uit van het totale Wisseveld, maar toch zou het wel interessant zijn een financieel deelverslag  over dit project te hebben.
Ad 5-7. Aan projectbegeleiding is een onwaarschijnlijk hoog bedrag uitgegeven. Een nadere specificatie en toewijzing aan bijvoorbeeld Catharinahof is daarom dringend gewenst. Nu overheerst bij mij de overtuiging dat het gemeentebestuur hiervan een speeltuin zonder toezicht  heeft laten ontstaan. Ik weet dat het lullig klinkt, maar ik ben niet de enige die dat gevoel heeft. Neem die gevoelens weg of erken het. Belangrijk is daarbij aan te geven wat die deskundigen hebben geproduceerd dat nog bruikbaar is in de toekomst. Het maakt natuurlijk wel verschil of die € 3.100.000 helemaal zijn weggegooid of dat een belangrijk deel daarvan tot besparingen in de toekomst kan leiden.
Ad 9    Die mutatie zal wel een boekhoudkundige ingreep zijn;
Ad 10  Is dit soms het gemeentelijke aandeel in de verkoop van grond voor Catharinahof?
Ad 13  De te verwachten vraag is natuurlijk uit welke bestemmingsreserve die ton is onttrokken.
Ad 14  Zo vaag als het college is in de toelichting op diverse posten zo uitgebreid wordt nu toegelicht dat de rentekosten weer ten goede van de algemene dienst komen. Dat lijkt natuurlijk leuk, maar de vraag is wel of de gemeente dat kapitaal niet beter had kunnen beleggen dan in het Wisseveld. Die anderhalf miljoen is gewoon een strop voor de gemeente.
           Uit pure nieuwsgierigheid wil ik ook nog weten wie er € 1350 rente over de boekwaarde aan het Wisseveld heeft uitgekeerd.

Deze vragen over het verleden, of liever nog de antwoorden daarop, zijn  natuurlijk belangrijk en leerzaam. Ik kan me ook niet voorstellen dat het publiek maken daarvan het financieel en economisch beleid van de gemeente kan schaden. Voor de dag ermee dus.

 Veel belangrijker is natuurlijk hoe de toekomst van het Wisseveld er uitziet en dan speciaal hoe de gemeente daar greep op krijgt en houdt. De stukken voor de raadsvergadering zijn vaag. Uit reacties van de wethouder in de commissievergadering heb ik begrepen dat er kans is op tegenvallers van € 800.000 (zie een vorige blog). Zonder nu het achterste van de tong te laten zien moet het toch mogelijk zijn daar meer inzicht in te verschaffen.


Na de vergadering die morgen begint weten we hopelijk meer. Of dat woensdag al is wacht ik maar geduldig af.

zaterdag 22 juni 2013

2013-64 De financiële stukken

Dan nu toch het hoogtepunt van het politieke jaar. Zo staat het zelf in de stukken. Jaarrekening 2012 en kadernota 2014. Op de agenda komt eerst de kadernota aan de orde en dan pas de jaarrekening. Ik vind dat niet logisch, De kadernota bouwt immers voort op de jaarrekening.  
In de commissievergadering gaven diverse leden complimenten. De stukken zitten technisch goed in elkaar.  En daar ben ik het helemaal mee eens. Maar daar blijft het wel bij.

Daarom eerst maar een citaat uit de kadernota:

De Kadernota is het middel om het politieke debat in de gemeenteraad te voeren over de prioriteiten die de gemeente Grave voor zichzelf voor de periode 2014 – 2017 stelt. De raad stelt in het voorjaar de prioriteiten via de Kadernota vast en geeft het college mandaat deze hoofdlijnen te verwerken in een aan de gemeenteraad aan te bieden programmabegroting 2014. Tevens is de 1e burap 2013
opgenomen in de Kadernota.
Van een politiek debat is tot nu toe niets te merken. Dit citaat staat trouwens al een aantal jaren in het begin van de nota. Wat voor de kadernota geldt als blik op de toekomst geldt ook voor de jaarrekening als verantwoording voor het beleid. Er wordt aangegeven wat meer en wat minder  geld heeft gekost, maar er wordt nauwelijks een woord gewijd aan hetgeen we voor dat geld hebben gekregen (jaarrekening) en zullen krijgen of missen (kadernota).

Ik beperk me nu maar tot een aantal zaken die mij bijzonder zijn opgevallen.

Allereerst de (verplichte)  communicatieparagraaf. Ik neem ze letterlijk over, zowel uit het raadsvoorstel voor de jaarrekening als het voorstel voor de kadernota:

Jaarrekening:
Communicatie
Op de gebruikelijke wijze wordt bekend gemaakt dat de jaarverslaglegging 2012 ter inzage ligt en voor iedereen tegen betaling van de daarvoor geldende legeskosten verkrijgbaar is bij de publieksbalie.
Door plaatsing op de website van de gemeente Grave zijn de jaarstukken 2012 voor iedereen beschikbaar

Kadernota:
Communicatie
Dit vindt plaats via de gebruikelijke kanalen.

Dit is niet meer dan voldoen aan wettelijke voorschriften. Bij de jaarrekening worden er iets meer woorden aan vuil gemaakt, maar een 200-tal pagina’s cijfers op een website plaatsen durf ik geen communicatie te noemen.

In de jaarrekening viel mij het volgende citaat op:

Rekeningresultaat
U dient als raad aan te geven wat er met het voordelige jaarresultaat van € 33.983 dient te geschieden. Hoewel het in de gedualiseerde verhoudingen niet meer onze taak is, stellen wij u voor dit voordelige resultaat ten gunste te brengen van de vrij besteedbare algemene reserve.

Opvallend vind ik dat het college zich min of meer verontschuldigt dat het een voorstel doet. In het duale stelsel zijn de verantwoordelijkheden wel anders verdeeld dan voorheen, maar het college heeft nog steeds de taak raadsbesluiten voor te bereiden. Bovendien heeft de raad niet eens de mogelijkheid zelf een raadsbesluit voor te bereiden. De griffie heeft helemaal geen ondersteuning. In de griffiersnotitie over het samengaan van de ambtelijke apparaten is dit in Grave ook een gemis genoemd. In dit specifieke geval is het excuus ook onjuist. Al jaren geleden heeft de raad van Grave vastgelegd dat meevallers naar de algemene reserve moeten en niet rechtstreeks als dekking mogen worden ingezet. Dat algemene principe is nooit verlaten. Dat wil niet zeggen dat de raad er nooit van af is geweken, maar afwijken van eigen principes is voor de Graafse raad gewoon. (een constatering en geen zure kritiek). De wethouder verwees in de laatste commissievergadering ook naar dit principe.

Het volgende citaat uit de jaarrekening zelf is ook interessant:

De vraag die jaarlijks als eerste wordt gesteld, is: “hoe groot is het rekeningsaldo”? Op zich best
belangrijk om te weten, maar het saldo, of het nu positief of negatief is, zegt op zich niets over de
wijze waarop dit tot stand is gekomen. Het saldo is immers het resultaat van de wijze waarop het
college uitvoering heeft gegeven aan de door de raad vastgestelde kaders van beleid. Pas nadat de
raad de resultaten heeft kunnen vergelijken met zijn plannen, kan hij een objectief oordeel vellen over
het door het college gevoerde beleid en aansluitend het saldo.

Dikke streep onder dit citaat maar daar blijft het wel bij. Als burger zou ik de volgende vertaling willen geven: Zijn wij met z’n allen rijker of armer geworden en zijn we er qua voorzieningen en service beter of slechter van geworden.

Uit de cijfers blijkt dat we er met z’n allen in 2012 weer ruim € 900.000 armer zijn geworden. Nu is het niet het eerste jaar dat we achteruit boeren en ook niet het laatste want de kadernota en de actuele situatie voor 2013 geven ook geen aanleiding tot vreugde. Of we er inhoudelijk beter of slechter van zijn geworden durf ik zo niet te zeggen. Ik voel me hier nog steeds thuis.

Voor 2013 wordt, nadat de begroting in november 2012 sluitend was vastgesteld nu een tekort van € 1.100.000 verwacht. Voor een belangrijk deel veroorzaakt door sociale zaken, waar de gemeente zelf eigenlijk geen grip op heeft. Maar het moet wel worden gedekt. Dat is technisch gelukt, maar ik zet er wel vraagtekens bij.

·         Opheffen van het fonds bovenwijkse voorzieningen. Dat is geld afkomstig uit de grondexploitatie bestemd om voorzieningen te realiseren die wel van betekenis zijn voor bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk, maar daar buiten liggen. Dat geld is dus bijeengebracht door kopers van woningen in nieuwe wijken. Die hebben dus betaald voor iets dat ze nu niet krijgen. De meeste mensen worden dan boos.
·         Eenmalig niet storten in de beheersvoorzieningen. Omdat onderhoudskosten nu het ene jaar hoger zijn dan het andere jaar heeft de gemeente beheersplannen vastgesteld. Daarin is bekeken wat er in de loop van de jaren moet worden gedaan en hoeveel geld er dan gemiddeld nodig is. Het ene jaar wordt het fonds dus rijker en het andere jaar armer. Om de vier jaar wordt bekeken of het gemiddelde nog klopt. Door eenmalig niet te storten wordt dat systeem verstoord en dat brengt risico’s met zich mee.
·         Voor het overige wordt een greep gedaan in de vrij besteedbare reserve, de spaarrekening dus. Af en toe een beroep doen op je spaargeld kan geen kwaad, maar als je daarmee doorgaat raakt de spaarpot wel leeg en dan is het uit met de pret.

Dat betekent dat er iets moet gebeuren. Het college deelt dan ook mee dat er verder moet worden bezuinigd dan tot nu toe voorzien. Het volgende citaat is dan ook ietwat pikant:

Uit de kadernota 2014 vloeit een omvangrijk ombuigingsproces voort. Uit de kadernota 2014 blijkt dat het grootste deel van de ombuigingen die vorig jaar zijn voorgenomen, niet te realiseren blijken. Toch stellen we voor een nieuw ombuigingsproces (dat tweemaal zo groot in omvang is) uit te werken en te concretiseren in de programmabegroting 2014.

Een nieuwe bezuiniging, want ombuiging is niet meer dan een wat verzachte formulering, van € 1.3 miljoen in 2014 staat ons te wachten. Omdat de vorige bezuinigingsoperatie voor 30% niet is geslaagd zou je verwachten dat de operatie tot een brede maatschappelijke discussie zou leiden en daarna knopen doorhakken. Niets daarvan. De voorstellen komen bij de begroting 2014 en dus in november 2013 aan de orde. Ze moeten op 1 januari 2014 wel operationeel zijn. De raad krijgt “binnenkort” een plan van aanpak en de voorstellen voor de begroting moeten zo ongeveer in september op tafel liggen. Ga er maar aan staan.

In de kadernota werd voor de stand van zaken bij de voorgenomen ombuigingen, en dus de verklaring waarom het doel niet is bereikt, verwezen naar een bijlage. Om te kunnen kijken waar het nu aan heeft gelegen dat de bezuinigingen niet zijn gerealiseerd zou die interessante informatie moeten bevatten en leerzaam zijn voor de volgende bezuinigingsoperatie.

In de betreffende bijlage zoals die in de kadernota op de website is geplaatst staat ……helemaal niets!!!!!!

Dat de grondexploitatie er niet best uitziet wisten we al. Dat dit nog zo is, is dan ook geen verrassing. In december 2011 heeft de raad voor het Wisseveld een krediet van €300.000 beschikbaar gesteld. Daarvan is nog € 30.000 over. Waar is de rest aan besteed? Hebben we er iets voor teruggekregen? Krijgen wij de memo met de specificatie van de €10.000.000 nog te zien?

Als ik dan nog even herinner aan hetgeen de wethouder in de commissie audit nog aankondigde over Catharinahof (3 ton minder leges en 4 ton die we nog terug moeten zien te krijgen) en dan nog wijs op de exploitatie van het MFC, de verkoop van Katrien, de afwerking van Hart van Grave en nog wat zaken en niet te vergeten het rijksbeleid, zal het duidelijk zijn dat de gemeenteraad en ook wij als doodgewone burgers ons eens ernstig moeten beraden over de toekomst. Dat lukt dinsdag voor 22:30 uur beslist niet.

Ik hoop dat de raad zich niet beperkt tot het vooruitschuiven van de problematiek tot de begrotingsbehandeling want op die avond is het ook zo half elf.


2013-63 Burgerinitiatief Binnenhof, zoveelste bedrijf.

Ook over  het burgerinitiatief Binnenhof, dat dinsdag ook weer eens op de agenda staat heb ik nog iets op te merken. Het is niet in de commissie geweest en het college gaat gewoon voorbij aan de opmerkingen, zeg maar gerust wens,  van de VVD  om af te wijken van alle uitspraken tot nu toe.  Er is dan ook een grote kans dat dit niet het laatste bedrijf van deze soap is. Maar daarover heb ik het zaterdag 15 juni al gehad. 

In dat artikel heb ik ook geschreven dat ik het wel slim vond van het college om alvast een omgevingsvergunning aan te vragen. Dat zou het zijn geweest als de aanvraag zo in elkaar zou zitten dat de vergunning zou kunnen worden verleend en bestand zou zijn tegen zienswijzen en later bezwaren. En dat is niet het geval.

De aanvraag was na afspraak in te zien. Soms is het handig iets niet zelf te kunnen of te weten, maar iemand te kennen die over de gewenste informatie beschikt. En zo heb ik de vergunningaanvraag kunnen lezen. Ik was daar gauw mee klaar. Allereerst is de aanvraag beperkt tot het kappen van de kastanjes en het slopen van de muur. Er is wel een rapport bijgevoegd waarin staat dat de bomen ziek zijn en nog 10 à 15 jaar hebben te leven. Van zo’n mededeling zou ik niet schrikken. Daarbij komt dat deze gegevens ook al bekend waren toen de raad verklaarde dat deze bomen beschermd moesten worden. Wel staat in het rapport dat als de muur wordt gesloopt de bomen het niet zullen overleven. 

Over het waarom van het slopen van de muur, en dus de onafwendbaarheid van het kappen van de bomen, staat in de aanvraag totaal niets.

Over de wijze waarop de bomen worden verwijderd en de muur wordt gesloopt is evenmin iets terug te vinden. En dat is wel belangrijk. Grave als historische stad heeft nog onlangs besloten dat de hele binnenstad archeologisch gezien beschermd moet worden. Dieper graven dan 50 cm mag dan ook niet zonder eerst een archeologisch onderzoek te verrichten. Bij deze vergunningaanvraag had dus het resultaat van dat archeologisch onderzoek moeten zitten of er had moeten worden aangetoond dat niet dieper wordt gegraven dan 50 cm. In die mogelijkheid gelooft niemand. Of zou men met een grote kraan de bomen met wortel en tak uit de grond willen trekken?? Dan valt de muur vanzelf wel om,

Deze vergunningaanvraag is kansloos.

Mevrouw Schuts heeft de aanvraag ook niet gezien, want dan was het aantal slordigheden wel minder geweest. 

2013-62 Prinses Margriet; laatste bedrijf

Zoals aangekondigd heb ik de jaarstukken 2012 en de kadernota 2014 doorgenomen. Ik werd daar niet vrolijk van, maar eerst nog even wat anders.

Aan de agenda voor dinsdag is een punt toegevoegd: besluit beroepsprocedure ark prinses Margriet . Zoals u weet heeft de provincie een reactieve aanwijzing  gegeven op het besluit van de raad de ark te legaliseren. In gewoon Nederlands betekent het dat de provincie dit raadsbesluit niet goedkeurt. De raad heeft dan de keuze tussen zich er bij neer te leggen en in beroep gaan bij de Raad van State. Wil beroep zinvol zijn moeten er wel argumenten zijn. En dat zal niet eenvoudig zijn. De RvS kijkt meer naar de wijze waarop het besluit is genomen dan naar de politieke aspecten.

 Het agendapunt is niet voorzien van stukken. Zelfs de reactie van de provincie is niet bijgevoegd en dat is toch geen vertrouwelijk stuk. Het is nog vreemder,  het is een zogenaamd A-stuk. Dat wil zeggen dat het presidium het niet nodig vindt er nog over te discussiëren. In normale gevallen komt het er op neer dat de raad zonder er nog over te praten en unaniem instemt met het voorstel. En dat kan ik me niet voorstellen. Of iets een A- of B-stuk wordt bepaald in de commissievergadering. Als ook maar één lid van die commissie dat wil wordt het een B-stuk. En dan is het vreemd dat juist nu er niemand over wil praten.

Ik heb er tochl een verklaring voor. Tot nu toe heeft de raad gewoonweg besloten dat de Margriet moet worden gelegaliseerd, maar daar nooit duidelijke argumenten voor aangedragen. Die zullen nu toch echt op tafel moeten komen. Als de raad nu wel inhoudelijke argumenten aanvoert zal de reactie van de RvS wel eens kunnen zijn dat de gemeente daar maar eerder mee had moeten komen. Bij de RvS tellen vooral juridische argumenten. En daarom zou het me niet verbazen als het besluit dinsdag zal luiden dat de raad in beroep gaat en een juridisch bureau inschakelt om het beroep te onderbouwen.

Dat zal afgelopen woensdag in de besloten raadsvergadering, ook werkbijeenkomst genoemd, wel zijn afgesproken. Waarom daar zo geheimzinnig over wordt gedaan snap ik niet. Het is toch een onderwerp waarin een groot deel van de Graafse bevolking is geïnteresseerd De overgrote meerderheid heeft geen bezwaar heeft tegen de Margriet en de ondernemers en zeker die in de binnenstad kunnen er profijt van hebben. De aantrekkelijkheid van Grave voor toeristen wordt er door vergroot. Dat is toch altijd het argument van de raad geweest om de Margriet een legale plek te geven? Je zou dus verwachten dat zeker die ondernemers zich zouden inzetten en dat allang zouden hebben gedaan.

Het is nu de laatste kans om met vereende krachten het idee van Frans en Albertine boven water te houden, maar dat is geen zaak van afwachten.

We mogen gerust aannemen dat het standpunt van de provincie dat de Margriet niet past in het provinciaal beleid formeel juist is.  De gemeenteraad echter vindt dat de rivierpleisterplaats wel past in het gemeentelijk toeristisch-economisch beleid. De gemeente had de provincie ervan moeten overtuigen dat de gemeentelijke argumenten zwaarder wegen dan de provinciale. Dat is tot nu toe in ieder geval niet gelukt. Wat er aan is gedaan kan ik niet overzien. En ook de ondernemers, toch de meest belanghebbende groepering, hebben zich voornamelijk beperkt tot afwachten. Laten zij nu maar hard maken dat de raad er goed aan heeft gedaan te proberen de Margriet te legaliseren. In de Arena lees ik dat het dinsdag D-day is voor het ondernemersfonds. Dat is het ook voor de Margriet.

Misschien heeft een gezamenlijk beroep van gemeentebestuur en ondernemers op de provincie om de reactieve aanwijzing in te trekken en de belangen van Grave te laten prevaleren boven de formele milieuregels meer kans van slagen dan een beroep op de Raad van State. Dat de rivierpleisterplaats een werkelijke bedreiging voor het milieu vormt gelooft toch niemand echt.